HET STATUSBOX DATA-SYSTEEM



FMS-Datacommunicatie is o.a in gebruik in regio Haaglanden.


1. STATUSBOX DATA-SYSTEMEN ( FMS ).


1.1 Algemeen
Er vanuitgaand dat ongeveer 30 tot 50 procent van het radio-verkeer van overheidsdiensten uit steeds wederkerende routinemeldingen bestaat, werd aan het begin van de jaren 80 voor de openbare diensten het Funkmeldesystem FMS ontwikkeld. Doel van de ontwikkeling was een nieuwe, snellere overdrachtsvorm voor tien verschillende standaardmeldingen te vinden zoals;
Gelijktijdig moest met de melding de identificatie van de deelnemer aan het radio-verkeer, het mobilofoonnet, de roepnaam van het voertuig en verdere voertuig- of bemanningsspecificaties doorgegeven worden. Het Funkmeldesystem FMS is in de Technische Richtlinien BOS (TR-BOS) in januari 1990 vastgelegd. Reeds in de jaren 70 werd door firma SEL (Standard Elektrik Lorenz) een pulsensysteem met korte tonen voor statusmelder en statusontvanger ontwikkeld en aan de openbare diensten ter beschikking gesteld. Hiermee werden statussignalen in de vorm van acht-cijferige getallen, in plaats van spraak, van het voertuig naar de meldkamer doorgegeven. Het eerste t/m derde cijfer van deze statusmelding geeft het gebied aan waarin het voertuig ingezet wordt. Het vierde t/m zevende cijfer geeft een aanduiding over het voertuig zelf (roepnummer). Het cijfer 0 t/m 9 op de achtste plaats geeft tien verschillende statussen van het voertuig aan de meldkamer door. Het impulssysteem op basis van korte tonen van SEL is gebaseerd op het uitzenden van korte audio-tonen zoals het 5-toon-systeem. De cijfers 1 t/m 0 komen overeen met frequenties van 1060 Hz t/m 2400 Hz, waarbij voor elk cijfer 17 golflengtes van de betreffende audio-toon worden uitgezonden. De statusontvanger in de meldkamer meet de tijd tussen het begin van de eerste t/m de vijfde impuls, dus de duur van de eerste vier golflengten, en tevens de tijd van de vijfde t/m de achtste golflengte, de negende t/m de twaalfde en de dertiende t/m de zestiende. Komen twee van deze tijdmetingen met elkaar overeen, dan wordt het bijbehorende cijfer op de eerste geheugenplaats opgeslagen. Na de analyse van de zeventiende golflengte begint de cyclus weer van voor af aan voor het getal op de tweede geheugenplaats van het statusbericht. Om de impulse tegen storing door spraakcontact en ruis te beschermen, wordt voorafgaand aan het databericht een sleutel uitgezonden in de vorm van 68 golflengten met een frequentie van 2800 Hz en een pause van 17 golflengten van de frequentie 1670 Hz. De kortste overdrachtstijd voor een 5-toonbericht bestaande uit acht cijfers bedraagt 83 ms, de langste tijd 163 ms. Aan het databericht gaat een voorloopsignaal van de zender in de vorm van een kale draaggolf van 200 ms vooraf. Dit audio-gemoduleerde systeem moest door een systeem met grotere betrouwbaarheid in signaaloverdracht en met een hogere communicatiesnelheid vervangen worden. De ingenieurs van AEG-Telefunken besloten bij de oplossing van dit probleem over te gaan op digitale statusmeldingen die in de praktijk op het mobilofoonkanaal voor de spraakverbinding mee uitgezonden worden. Tactische statusmeldingen worden in plaats van via spraak, via data-berichten doorgegeven. Hierdoor werd de wens van de openbare diensten vervuld: een aanzienlijke stroomlijning van het berichtenverkeer, en daardoor een grotere effici�ntie van de beschikbare kanalen. De digitale status-informatie kan in een meldkamer via een computergestuurd plotting-systeem verwerkt en op beeldschermen weergegeven worden. Medio jaren 80 werd door AEG-Telefunken een FMS-toestel voor mobiel gebruik in voertuigen, met de typeaanduiding X4, voor serieproduktie ontwikkeld, en aan de openbaren diensten, in eerste instantie politie, aangeboden. Deze uitbreiding met de afmetingen van een autoradio is met een FuG -mobilofoon verbonden, en zendt bij het indrukken van de spreeksleutel automatisch een FMS-bericht uit. Een toestel met dezelfde technische specificaties, doch met een ander uiterlijk, wordt door de firma Ascom-Teletron als FMS-12ME aangeboden. De moderne mobilofoon voor openbare diensten, het model Teledux 9-BOS van AEG wordt standaard al met een uitbreidingsmogelijkheid voor een FMS-module geleverd. De druktoetsen voor het uitzenden van statusmeldingen zijn op de frontplaat c.q. op het bedieningspaneel reeds in het alfanumerieke toestenbord aanwezig. Voordeel van dit concept is, dat voertuigen zonder randapparatuur zoals X4 of FMS-12ME bij het overschakelen van een mobilofoonnet op FMS-gebruik, zonder problemen uitgebreid of omgebouwd kunnen worden.

1.2 Techniek
De techniek van het status-systeem FMS is gebaseerd op het feit dat voor het uitzenden van

in plaats van analoge spraak een ongeveer 260 ms lang digitaal statussignaal wordt uitgezonden. Dit data-telegram wordt uitgezonden door het indrukken van een toets op het mobiele FMS-toestel of door de spreeksleutel in te drukken. Het bericht wordt dan als FSK-signaal (Frequency Shift Keying) via de mobilofoon uitgezonden. Afgezien van een aanzienlijke reducering van het mobilofoonverkeer op het kanaal, maakt dit proces ook een automatische analyse en verwerking van relevante meldingen en een eenduidige identificatie van het mobiele station mogelijk. De FMS-toestellen voor mobiel gebruik die als uitbreiding aan alle mobilofoonsystemen die bij openbare diensten in gebruik zijn, kunnen worden toegevoegd, dienen tevens voor de bediening van de mobilofoon (in/uitschakelen, volumeregeling, in/uitschakelen van een cryptofoon etc). Een ingebouwde spreektijdbegrenzing voorkomt storing door bijvoorbeeld een vastgeklemde spreeksleutel. Mobiele FMS-toestellen hebben de afmetingen van een autoradio naar de DIN 75500 Form C -norm, en zijn geschikt om op de plaats van een autoradio in voertuigen ingebouwd te worden. Door toepassing van daarvoor bedoelde accesoires is natuurlijk ook inbouw op andere plaatsen mogelijk. Afhankelijk van de gebruikerswensen kunnen twee verschillende bedrijfsvormen gekozen worden. De Vorm 1 voorziet in ��nrichtings-dataverkeer van het voertuig naar de meldkamer, en dus niet in omgekeerde richting. Door toepassing van Vorm 2 kunnen niet alleen statusberichten naar de meldkamer toe gestuurd worden, maar ook mededelingen en aanwijzingen vanuit de meldkamer naar het voertuig gezonden worden. Op het mobiele toestel zijn twee zeven-segments LED-displays aangebracht; ��n voor de status van het uitgaand bericht, de tweede voor de aanduiding van ontvangen berichten uit de meldkamer.

1.3 Data-telegram
Het FMS-data-telegram heeft onafhankelijk van het toesteltype en van de inhoud van de informatie altijd dezelfde signaalopbouw en dezelfde overdrachtstijd. Aan het eigenlijke bericht gaat een zender-voorloopsignaal van 200 ms en een bericht-voorloopsignaal van 10 ms vooraf. Dan volgen 8 bits voor de bloksynchronisatie, 4 bits voor de identificatie van de betreffende dienst (politie, brandweer, ambulance etc), 4 bits voor de indentificatie van de deelstaat (provincie), 8 bits voor de weergave van de plaatsnaam, 16 bits voor het roepnummer van het voertuig, 4 bits voor de statusinformatie, 4 bits voor een richtingsaanduiding of een tactische bericht, 7 bits voor de foutcorrectie en 1 stopbit. De totale lengte van het bericht, inclusief de voorloop en de synchronisatie, is 68 bits. De totale lengte van de uitzending van het statusbericht bedraagt, inclusief de zender-voorloop 256 ms, waarbij 56 ms voor de uitzending van het eigenlijke bericht bestemd zijn. Het bericht wordt met een FSK-frequentie (frequentie-shift) van 1500 Hz + 300 Hz uitgezonden met een data-overdrachtsnelheid van 1200 Baud (1200 bits / seconde).

Telegram-Voorloop
De statusinformatie kent elf varianten: spraakbegin, noodoproep en negen andere, die naar eigen keuze en afgestemd op de wensen van de gebruiker toegewezen kunnen worden. De totale informatie wordt met een automatisch toegevoegde cyclische foutcorrectie uitgezonden.
De tien druktoetsen op de voorkant van een mobiel FMS-toestel hebben voor politie-doeleinden de volgende betekenis: Voor FMS-gebruikers van brandweer en reddingsdienst hebben de statuscijfers de volgende betekenis:
Het uitzenden van een noodsignaal gebeurt met de toets 0' of met een extra noodknop elders in het voertuig. Gelijktijdig wordt de handmikrofoon automatisch vrijgeschakeld, en de mobilofoon schakelt op zenden over. Nadat deze procedure in gang gezet is, wordt 30 c.q. 60 seconen elk woord dat in het voertuig gesproken wordt, uitgezonden.
Voor de identificatie van de betreffende dienst in het data-telegram (bit nr. 1, 2, 3 en 4) zijn de volgende identificatiecodes uitgegeven:
De identificatie voor de betreffende deelstaten is als volg vastgelegd: De plaatsidentificatie (bit nr. 9 t/m 16) wordt met twee maal 4 bit, dus twee tekens, uitgezonden. Deze identificatie wordt door de deelstaten zelf vastgelegd. Voor de voertuigidentificatie (bit nr. 17 t/m 32) zijn vier tekens (vier maal 4 bit) ter beschikking. De bits 33 t/m 36 zijn voor telemetrie-opdrachten van de meldkamer naar het voertuig gereserveerd. De opdrachtnummers hebben de volgende betekenis: Na ontvangst van een telemetrische opdracht verschijnt een bij de opdracht behorende letter in het rechter LED-display van het voertuigtoestel. Verzendt de meldkamer opdracht nr. 1 voor een oproep aan allen, dan verschijnt op het display in het voertuig de letter A , de opdracht nr. 6 die spraakcontact met de voertuigbemanning aanvraagt wordt met J aangeduid. De telemetrische opdrachten die op het display van het voertuig verschijnen, hebben bij brandweer en reddingsdienst de volgende betekenis:
De richtingsaanduiding (bit nr. 38) is noodzakelijk om onderscheid te maken in de communicatierichting; bit nr. 38 = 0 wil zeggen van het voertuig naar de meldkamer, bit nr. 38 = 1 betekent van de meldkamer naar het voertuig. Deze richtingsaanduiding is alleen maar bij FMS-toestellen van bedrijfsvorm 2 (die in twee richtingen zenden en ontvangen kunnen) noodzakelijk. Korte tactische berichten (bit nr. 39 en 30) worden met de rechter draaiknop in vier stappen (Romeinse I t/m IV) aangegeven. Voor het gebruik hiervan is geen landelijk voorgeschreven regeling. Deze extra tactische berichten dienen om voor toegevoegde gegevens die niet met de statustoetsen aangegeven kunnen worden. Denkbare gebruikersmogelijkheden zijn de mededeling over het aantal personen in het voertuig, aanduiding van de afdeling waartoe de eenheid behoort (recherche, verkeersgroep, escortegroep, radarcontrole of speciale eenheid). De statusoproep (bit nr. 33 t/m 36) dient er onder andere toe, de aktuele status van de mobilofoongebruiker op te roepen en de informatie hiervan in het plottingsysteem te aktualiseren. Tevens kan de statusoproep door de meldkamer gebruikt worden om te zien of een bepaald voertuig met FMS-systeem aan boord aan het mobilofoonverkeer deelneemt. De statusoproep leidt ertoe dat het mobiele toestel het laatst uitgezonden FMS-bericht herhaalt. Dit gebeurt dan zonder dat dit op het display in het voertuig kenbaar gemaakt wordt.

1.4 Codering
Het bepalen van het 8-cijferige adres van een voertuig wordt bereikt door het plaatsen van een code-plug in het mobiele toestel. De FMS-installatie zendt slechts een databericht uit, wanneer de code-plug in de daarvoor bestemde sokkel op de frontplaat geplaatst is. Uitgezonderd een speciale versie, waarbij het mogelijk is een nood-oproep uit te zenden zonder dat een code-plug aanwezig is, is het niet mogelijk databerichten of spraak te versturen zonder code-plug. De codering van de pluggen is het werk van technici, die door het plaatsen van draadbruggen in een 24-polige PVC-connector een bepaalde codering vastleggen. Met deze draadverbindingen worden aan de gegevens de bijbehorende cijfers toegekend;
De decimale cijfers zijn in het inwendige van de plug aan de bovenzijde aangebracht, de bijbehorende data-plaatsen aan de onderzijde. Bij het inschakelen van het FMS-toestel wordt in het status-geheugen automatisch de automatische quitering (status 15) opgeslagen: de bits 33 t/m 36 zijn dan 1. Wanneer een statusoproep vanuit de meldkamer verzonden wordt, betekent dit dat nog geen aktuele status ingevoerd is. De codering van de code-plug is aan de buitenzijde middels een opschrift weergegeven: hierop staat de betreffende dienst, deelstaat- en plaatsidentificatie en voertuigidentificatie. Dit om verwisselingen uit te sluiten. Een opschrift zoals bijvoorbeeld 1A104713' betekent het volgende: de FMS-plug behoort toe aan een politiedienst (1) uit de deelstaat Rheinland-Pfalz (A), uit de plaats Mainz (10), en het roepnummer van het voertuig is 47/13 (4713). Bij het indrukken van een statustoets wordt de betreffende melding in het geheugen geplaatst, en samen met het complete adres aan de meldkamer verstuurd. Tijdens het uitzenden brandt op het frontpaneel van het FMS-toestel de groene LED. Bij toestellen uit de bedrijfsvorm 1 wordt de ingevoerde statusinformatie meteen op het numerieke LED-display weergegeven. Als quitering van de meldkamer wordt een toonsignaal uitgezonden, waardoor de rode LED gaat branden. Bij de bedrijfsvorm 2 wordt de statusinformatie pas dan weergegeven als een geadresseerde quitering uit de meldkamer ontvangen is. Hierdoor wordt een attentiesignaal in de vorm van een 600 Hz toon in werking gezet.

1.5 Bediening
De FMS-toestellen X4 (van AEG) en FMS-12ME (van Ascom) zijn uiterlijk van elkaar te onderscheiden door de plaatsing van de numerieke display en de drie LEDs. Bij het AEG-toestel bevinden zich de beide LED-displays direct rechts boven de draaiknop aan/uit volumeregeling . De aanduiding op deze displays zijn rode cijfersegmenten tegen een zwarte achtergrond. Bij het toestel van Ascom verschijnt deze informatie op twee LCD-displays die zwarte segmenten tegen een verlichte achtergrond tonen. De FMS-installatie wordt ingeschakeld door de linker draaiknop in de richting van de wijzers van de klok te draaien. Ter controle brandt een gele LED. Het volume van de extra luidspreker is in drie stappen regelbaar: zacht, middel en hard. De tien statustoetsen bevinden zich op de onderste helft van het frontpaneel. Zij zijn horizontaal in twee rijen van vijf toetsen aangebracht. De noodoproep-toets 0' is voor de duidelijkheid rood van kleur, de overige negen toetsen zijn wit. Bij het indrukken van een statustoets, of bij het bedienen van de spreeksleutel van de mobilofoon wordt een statusbericht uitgezonden, dat het voertuignummer en de betreffende statusinformatie bevat. Hierbij brandt de middelste (groene) LED. Bij toestellen van de bedrijfsvorm 1 wordt het uitgezonden statusbericht meteen in het linker LED- of LCD-display als cijfer weergegeven. Bij toestellen van de bedrijfsvorm 2 gebeurt dit pas na ontvangst van het quiteringssignaal van de meldkamer. Gedurende de uitzending door de meldkamer brandt de rechter (rode) LED. Bij ontvangst van een aanwijzings-bericht door toestellen van bedrijfsvorm 2 is een geluidssignaal hoorbaar, en de betreffende status-aanwijzing wordt in het rechter display als letter weergegeven. Met de rechter draaiknop die een gecombineerde functie heeft, kan een extra toegevoegd apparaat worden in- en uitgeschakeld of ��n van de vier extra tactische berichten aan het statusbericht worden toegevoegd. Deze tactische berichten zijn op het frontpaneel door middel van de Romeinse cijfers I t/m IV weergegeven. Het toevoegen van tactische berichten en het schakelen van het externe apparaat is onafhankelijk van elkaar. Het bedieningspaneel van het mobiele FMS-toestel X4 van AEG:

1.6 FMS-Handmicrofoons
Door de firma RDN wordt voor de openbare diensten een speciale handmicrofoon aangeboden, die geschikt is voor FMS-gebruik in de bedrijfsvormen 1 en 2. Bij gebruik van een dergelijke microfoon is een bedieningingeenheid aan het mobiele FMS-toestel niet meer nodig. Het invoeren van de status en het aflezen van de telemetrische opdrachten geschiedt aan de hoorn van het toestel. Deze FMS-handmicrofoon lijkt qua uiterlijk op een hoorn van een autotelefoon. Aan de buitenkant van de hoorn bevindt zich in het midden een toetsenbord met twaalf numerieke druktoetsen. Daarboven zijn zes functietoetsen aangebracht voor twee verschillende oproeptonen en voor de vier extra tactische berichten aangebracht. Bovenaan de hoorn ter hoogte van de luidspreker bevinden zich de beide displays en daarboven bevinden zich horizontaal zeven LEDs waarmee de bedrijfsstatus van het toestel zelf aangegeven wordt. De RDN-handmicrofoon is zodanig uitgevoerd, dat wanneer de hoorn in de houder geplaatst is, de FMS-status steeds zichtbaar is. Duidelijk meer informatie toont het handtoestel Fu 60, dat bij de mobilofoon Teledux 9-BOS van AEG hoort. Bij gebruik van FMS wordt naast de numerieke status- en aanwijzingsaanduiding in het bovenste gedeelte van het twee-regelig LCD-display, dezelfde informatie in leesbare taal (met maximaal zeven karakters) op de onderste regel getoond. Deze aanduiding verschijnt ook op het display van het inbouw-gedeelte van de mobilofoon, wanneer een andere handmicrofoon gebruikt wordt.

1.7 Bijzonderheden
Wanneer een mobilofoon van een FMS-uitbreiding voorzien is, wordt bij elke bediening van de spreeksleutel meteen een statusbericht van 256 ms uitgezonden. Hierop volgt de electronische quitering van de meldkamer, die de correcte ontvangst van het bericht aan het mobiele FMS-toestel bevestigt. De uitzendtijd van dit quiteringsbericht duurt eveneens 256 ms. Wordt de quitering door het mobiele FMS-toestel niet foutvrij ontvangen (doordat op het kanaal spraakcontact plaatsvond of door statische ruis), wordt het statusbericht na 600 ms herhaald. Voor de mobilofoongebruiker betekent dit, dat hij na het indrukken van de spreeksleutel een halve seconde moet wachten voordat het statusbericht verzonden, en de quitering van de meldkamer ontvangen is. Slechts na deze electronische dataverbinding kan spraakcontact plaatsvinden. Wordt echter te vroeg in de microfoon gesproken, levert dit een foutief statusbericht op. Hierdoor wordt het uitzenden van het statusbericht en het quiteren zo lang herhaald totdat een foutvrije overdracht plaatsgevonden heeft.

Deze tekst is vertaald vanuit het Duitse boek;
BOS-Funk Handbuch fur Polizei, Feuerwehr und Rettungsdienst.
Band 1: Grundlagen, Ger�te Betriebstechnik, Funkverkehr.

van de auteur: Michael Marten.

De vertaler is niet aansprakelijk voor eventuele technische en grammatica fouten in de oorspronkelijke tekst of in de vertaling.


Met dank aan R.Bouwens.


This page hosted by Get your own Free Home Page



Hosted by www.Geocities.ws

1