HET STATUSBOX DATA-SYSTEEM
FMS-Datacommunicatie is o.a in gebruik in regio Haaglanden.
1. STATUSBOX DATA-SYSTEMEN ( FMS ).
1.1 Algemeen
Er vanuitgaand dat ongeveer 30 tot 50 procent van het radio-verkeer
van overheidsdiensten uit steeds wederkerende routinemeldingen bestaat,
werd aan het begin van de jaren 80 voor de
openbare diensten het Funkmeldesystem FMS ontwikkeld. Doel
van de ontwikkeling was een nieuwe, snellere overdrachtsvorm
voor tien verschillende standaardmeldingen te vinden zoals;
Zonder opdracht op patrouille
Zonder opdracht aan de hoofdpost
Melding aangenomen
Ter plaatse
Bericht ontvangen
Aanvraag spraakcontact
Noodoproep
Gelijktijdig moest met de melding de identificatie
van de deelnemer aan het radio-verkeer, het mobilofoonnet, de
roepnaam van het voertuig en verdere voertuig- of bemanningsspecificaties
doorgegeven worden. Het Funkmeldesystem FMS is
in de Technische Richtlinien BOS (TR-BOS) in januari 1990 vastgelegd.
Reeds in de jaren 70 werd door firma SEL (Standard Elektrik
Lorenz) een pulsensysteem met korte tonen voor statusmelder en
statusontvanger ontwikkeld en aan de openbare diensten ter beschikking gesteld.
Hiermee werden statussignalen in de vorm van acht-cijferige getallen,
in plaats van spraak, van het voertuig naar de meldkamer doorgegeven.
Het eerste t/m derde cijfer van deze statusmelding geeft het gebied aan
waarin het voertuig ingezet wordt.
Het vierde t/m zevende cijfer geeft een aanduiding over het voertuig
zelf (roepnummer). Het cijfer 0 t/m 9 op de achtste plaats geeft tien
verschillende statussen van het voertuig aan de meldkamer door.
Het impulssysteem op basis van korte tonen van SEL is gebaseerd op het
uitzenden van korte audio-tonen zoals het 5-toon-systeem.
De cijfers 1 t/m 0 komen overeen met frequenties van 1060 Hz t/m 2400 Hz,
waarbij voor elk cijfer 17 golflengtes van de betreffende audio-toon worden
uitgezonden.
De statusontvanger in de meldkamer meet de tijd tussen het begin
van de eerste t/m de vijfde impuls, dus de duur van de eerste vier golflengten,
en tevens de tijd van de vijfde t/m de achtste golflengte,
de negende t/m de twaalfde en de dertiende t/m de zestiende.
Komen twee van deze tijdmetingen met elkaar overeen,
dan wordt het bijbehorende cijfer op de eerste geheugenplaats
opgeslagen. Na de analyse van de zeventiende golflengte begint de cyclus
weer van voor af aan voor het getal op de tweede geheugenplaats van het
statusbericht.
Om de impulse tegen storing door spraakcontact en ruis te beschermen,
wordt voorafgaand aan het databericht een sleutel
uitgezonden in de vorm van 68 golflengten met een frequentie
van 2800 Hz en een pause van 17 golflengten van de frequentie
1670 Hz.
De kortste overdrachtstijd voor een 5-toonbericht bestaande uit
acht cijfers bedraagt 83 ms, de langste tijd 163
ms. Aan het databericht gaat een voorloopsignaal van de zender
in de vorm van een kale draaggolf van 200 ms vooraf.
Dit audio-gemoduleerde systeem moest door een systeem met
grotere betrouwbaarheid in signaaloverdracht en met een hogere
communicatiesnelheid vervangen worden.
De ingenieurs van AEG-Telefunken besloten bij de oplossing van
dit probleem over te
gaan op digitale statusmeldingen die in de praktijk op het
mobilofoonkanaal voor de spraakverbinding mee uitgezonden worden.
Tactische statusmeldingen worden in plaats van via spraak, via
data-berichten doorgegeven. Hierdoor werd de wens van de openbare
diensten vervuld: een aanzienlijke stroomlijning van het
berichtenverkeer, en daardoor een grotere effici�ntie van de
beschikbare kanalen. De digitale status-informatie kan in een
meldkamer via een computergestuurd plotting-systeem verwerkt en
op beeldschermen weergegeven worden.
Medio jaren 80 werd door AEG-Telefunken een FMS-toestel voor
mobiel gebruik in voertuigen, met de typeaanduiding X4, voor
serieproduktie ontwikkeld, en aan de openbaren diensten, in
eerste instantie politie, aangeboden. Deze uitbreiding met de
afmetingen van een autoradio is met een FuG -mobilofoon verbonden,
en zendt bij het indrukken van de spreeksleutel automatisch een FMS-bericht uit.
Een toestel met dezelfde technische specificaties, doch met een
ander uiterlijk, wordt door de firma Ascom-Teletron als FMS-12ME aangeboden.
De moderne mobilofoon voor openbare diensten, het model
Teledux 9-BOS van AEG wordt standaard al met een uitbreidingsmogelijkheid
voor een FMS-module geleverd. De druktoetsen voor het
uitzenden van statusmeldingen zijn op de frontplaat c.q. op het
bedieningspaneel reeds in het alfanumerieke toestenbord aanwezig.
Voordeel van dit concept is, dat voertuigen zonder randapparatuur
zoals X4 of FMS-12ME bij het overschakelen van een mobilofoonnet
op FMS-gebruik, zonder problemen uitgebreid of omgebouwd kunnen worden.
1.2 Techniek
De techniek van het status-systeem FMS is gebaseerd op het feit
dat voor het uitzenden van
Voertuignummer - bij mobilofoonverkeer het roepnummer
Statusbericht - bij mobilofoonverkeer het routinebericht
in plaats van analoge spraak een ongeveer 260 ms lang digitaal
statussignaal wordt uitgezonden.
Dit data-telegram wordt uitgezonden door het indrukken van een
toets op het mobiele FMS-toestel of door de spreeksleutel in te
drukken. Het bericht wordt dan als FSK-signaal (Frequency Shift
Keying) via de mobilofoon uitgezonden.
Afgezien van een aanzienlijke reducering van het mobilofoonverkeer
op het kanaal,
maakt dit proces ook een automatische analyse en verwerking van
relevante meldingen en een eenduidige identificatie van het
mobiele station mogelijk.
De FMS-toestellen voor mobiel gebruik die als uitbreiding aan
alle mobilofoonsystemen die bij openbare diensten in gebruik
zijn, kunnen worden toegevoegd, dienen tevens voor de bediening
van de mobilofoon (in/uitschakelen, volumeregeling,
in/uitschakelen van een cryptofoon etc).
Een ingebouwde spreektijdbegrenzing voorkomt storing door bijvoorbeeld
een vastgeklemde spreeksleutel.
Mobiele FMS-toestellen hebben de afmetingen van een autoradio
naar de DIN 75500 Form C -norm, en zijn geschikt om op de
plaats van een autoradio in voertuigen ingebouwd te worden.
Door toepassing van daarvoor bedoelde accesoires is natuurlijk
ook inbouw op andere plaatsen mogelijk.
Afhankelijk van de gebruikerswensen kunnen twee verschillende
bedrijfsvormen gekozen worden. De Vorm 1 voorziet in
��nrichtings-dataverkeer van het voertuig naar de meldkamer, en
dus niet in omgekeerde richting. Door toepassing van Vorm 2
kunnen niet alleen statusberichten naar de meldkamer toe gestuurd worden,
maar ook mededelingen en aanwijzingen vanuit de
meldkamer naar het voertuig gezonden worden. Op het mobiele
toestel zijn twee zeven-segments LED-displays aangebracht; ��n
voor de status van het uitgaand bericht, de tweede voor de aanduiding
van ontvangen berichten uit de meldkamer.
1.3 Data-telegram
Het FMS-data-telegram heeft onafhankelijk van het toesteltype
en van de inhoud van de informatie altijd dezelfde signaalopbouw
en dezelfde overdrachtstijd. Aan het eigenlijke bericht
gaat een zender-voorloopsignaal van 200 ms en een bericht-voorloopsignaal
van 10 ms vooraf. Dan volgen 8 bits voor de bloksynchronisatie,
4 bits voor de identificatie van de betreffende dienst
(politie, brandweer, ambulance etc), 4 bits voor de indentificatie
van de deelstaat (provincie), 8 bits voor de weergave van de plaatsnaam,
16 bits voor het roepnummer van het
voertuig, 4 bits voor de statusinformatie, 4 bits voor een
richtingsaanduiding of een tactische bericht, 7 bits voor de
foutcorrectie en 1 stopbit.
De totale lengte van het bericht, inclusief de voorloop en de
synchronisatie, is 68 bits. De totale lengte van de uitzending
van het statusbericht bedraagt, inclusief de zender-voorloop
256 ms, waarbij 56 ms voor de uitzending van het eigenlijke
bericht bestemd zijn. Het bericht wordt met een FSK-frequentie
(frequentie-shift) van 1500 Hz + 300 Hz uitgezonden met een
data-overdrachtsnelheid van 1200 Baud (1200 bits / seconde).
Telegram-Voorloop
Synchronisatie
Dienst (BOS)
Deelstaat (LAND)
Plaatsnaam (ORT)
Voertuig-roepnummer (KFZ)
Tactische informatie (TKI)
Status
B
R
X
Y
Foutcorrectie
De statusinformatie kent elf varianten: spraakbegin, noodoproep
en negen andere, die naar eigen keuze en afgestemd op de wensen
van de gebruiker toegewezen kunnen worden. De totale informatie
wordt met een automatisch toegevoegde cyclische foutcorrectie
uitgezonden.
De tien druktoetsen op de voorkant van een mobiel FMS-toestel
hebben voor politie-doeleinden de volgende betekenis:
0 = Noodoproep
1 = Zonder opdracht op patrouillle
2 = Zonder opdracht aan hoofdpost
3 = Bezig met melding
4 = Ter plaatse
5 = Aanvraag spraakcontact
6 = Niet inzetbaar
7 = (toets niet ingebruik)
8 = (toets niet in gebruik)
9 = Handmatige quitering
Voor FMS-gebruikers van brandweer en reddingsdienst hebben de
statuscijfers de volgende betekenis:
0 = Noodoproep
1 = Geen opdracht, luisterd uit
2 = Zonder opdracht aan hoofdpost
3 = Bezig met melding
4 = Ter plaatse
5 = Aanvraag spraakcontact
6 = Niet inzetbaar
7 = Onderweg met patient
8 = Ter plaatse in ziekenhuis
9 = Handmatig quiteren c.q. inmelden
Het uitzenden van een noodsignaal gebeurt met de toets 0' of
met een extra noodknop elders in het voertuig. Gelijktijdig
wordt de handmikrofoon automatisch vrijgeschakeld, en de mobilofoon
schakelt op zenden over. Nadat deze procedure in gang gezet is,
wordt 30 c.q. 60 seconen elk woord dat in het voertuig gesproken wordt,
uitgezonden.
Voor de identificatie van de betreffende dienst in het data-telegram
(bit nr. 1, 2, 3 en 4) zijn de volgende identificatiecodes uitgegeven:
0 = (niet in gebruik)
1 = Politie in deelstaten
2 = Grensbewaking
3 = Bundeskriminalamt (BKA)
4 = Katastrophenschutz
5 = Douane
6 = Brandweer
7 = Technisches Hilfswerk
8 = Arbeiter-Samariter-Bund
9 = Rode Kruis
A = Johanniter Unfall-Hilfe
B = Malteser Hilfsdienst
C = D.L.R.G. (drenkelingenredding)
D = Overige reddingsdiensten
E = Civiele bescherming
(waarschuwingsdienst)
F = Telemetrieberichten
De identificatie voor de betreffende deelstaten is als volg vastgelegd:
0 = Sachsen
1 = Bund
2 = Baden-W�rtemberg
3 = Bayern I
4 = Berlin
5 = Bremen
6 = Hamburg
7 = Hessen
8 = Niedersachsen
9 = Nordrhein-Westfalen
A = Rheinland-Pfalz
B = Schleswig-Holstein
C = Saarland
D = Bayern II
E = Mecklenburg-Vorpommern*
E = Sachsen-Anhalt*
F = Brandenburg*
F = Th�ringen*
* voor deze deelstaten met de
letters E en F worden tevens
delen van de plaatsidentificatie
toegewezen:
E00-49 Mecklenburg-Vorpommern
E50-99 Sachsen-Anhalt
F00-49 Brandenburg
F50-99 Th�ringen
De plaatsidentificatie (bit nr. 9 t/m 16) wordt met twee maal 4
bit, dus twee tekens, uitgezonden. Deze identificatie wordt
door de deelstaten zelf vastgelegd.
Voor de voertuigidentificatie (bit nr. 17 t/m 32) zijn vier
tekens (vier maal 4 bit) ter beschikking.
De bits 33 t/m 36 zijn voor telemetrie-opdrachten van de meldkamer naar het
voertuig gereserveerd. De opdrachtnummers hebben de volgende betekenis:
0 = Statusoproep
1 = Oproep aan allen
2 = Op eigen veiligheid letten
3 = (niet in gebruik)
4 = Telefonisch contact maken
5 = (niet in gebruik)
6 = Aanvraag spraakcontact
7 = (niet in gebruik)
8 = Telemetrische functie I
9 = Telemetrische functie II
A(10) = Digitale alarmering
B(11) = Digitale alarmering
C(12) = Digitale alarmering
D(13) = Digitale alarmering
E(14) = Bijzondere doeleinden
F(15) = automatische quitering
Na ontvangst van een telemetrische opdracht verschijnt een bij
de opdracht behorende letter in het rechter LED-display van het
voertuigtoestel. Verzendt de meldkamer opdracht nr. 1 voor een
oproep aan allen, dan verschijnt op het display in het voertuig
de letter A , de opdracht nr. 6 die spraakcontact met de voertuigbemanning
aanvraagt wordt met J aangeduid.
De telemetrische opdrachten die op het display van het voertuig
verschijnen, hebben bij brandweer en reddingsdienst de volgende betekenis:
A = Oproep aan allen
C = Melden voor aannemen van opdracht
E = Inrukken/opdracht afbreken
F = Telefonisch melden
H = Retour naar de hoofdpost
J = Aanvraag spraakcontact
L = Nader bericht geven
U = (reserve)
De richtingsaanduiding (bit nr. 38) is noodzakelijk om onderscheid
te maken in de communicatierichting; bit nr. 38 = 0 wil
zeggen van het voertuig naar de meldkamer, bit nr. 38 = 1 betekent
van de meldkamer naar het voertuig. Deze richtingsaanduiding is
alleen maar bij FMS-toestellen van bedrijfsvorm 2 (die
in twee richtingen zenden en ontvangen kunnen) noodzakelijk.
Korte tactische berichten (bit nr. 39 en 30) worden met de
rechter draaiknop in vier stappen (Romeinse I t/m IV) aangegeven.
Voor het gebruik hiervan is geen landelijk voorgeschreven
regeling. Deze extra tactische berichten dienen om voor toegevoegde
gegevens die niet met de statustoetsen aangegeven kunnen
worden. Denkbare gebruikersmogelijkheden zijn de mededeling
over het aantal personen in het voertuig, aanduiding van de
afdeling waartoe de eenheid behoort (recherche, verkeersgroep,
escortegroep, radarcontrole of speciale eenheid).
De statusoproep (bit nr. 33 t/m 36) dient er onder andere toe,
de aktuele status van de mobilofoongebruiker op te roepen en de
informatie hiervan in het plottingsysteem te aktualiseren.
Tevens kan de statusoproep door de meldkamer gebruikt worden om
te zien of een bepaald voertuig met FMS-systeem aan boord aan
het mobilofoonverkeer deelneemt. De statusoproep leidt ertoe
dat het mobiele toestel het laatst uitgezonden FMS-bericht herhaalt.
Dit gebeurt dan zonder dat dit op het display in het
voertuig kenbaar gemaakt wordt.
1.4 Codering
Het bepalen van het 8-cijferige adres van een voertuig wordt
bereikt door het plaatsen van een code-plug in het mobiele toestel.
De FMS-installatie zendt slechts een databericht uit,
wanneer de code-plug in de daarvoor bestemde sokkel op de
frontplaat geplaatst is. Uitgezonderd een speciale versie,
waarbij het mogelijk is een nood-oproep uit te zenden zonder
dat een code-plug aanwezig is, is het niet mogelijk databerichten of
spraak te versturen zonder code-plug.
De codering van de pluggen is het werk van technici, die door
het plaatsen van draadbruggen in een 24-polige PVC-connector
een bepaalde codering vastleggen.
Met deze draadverbindingen worden aan de gegevens de bijbehorende cijfers toegekend;
1 = dienst,
2 = deelstaat,
3 = plaats-1,
4 = plaats-2,
5 = voertuignummer-1,
6 = voertuignummer-2,
7 = voertuignummer-3,
8 = voertuignummer-4
De decimale cijfers zijn in het inwendige van
de plug aan de bovenzijde aangebracht, de bijbehorende data-plaatsen
aan de onderzijde.
Bij het inschakelen van het FMS-toestel wordt in het status-geheugen
automatisch de automatische quitering (status 15) opgeslagen:
de bits 33 t/m 36 zijn dan 1. Wanneer een
statusoproep vanuit de meldkamer verzonden wordt, betekent dit
dat nog geen aktuele status ingevoerd is.
De codering van de code-plug is aan de buitenzijde middels een
opschrift weergegeven: hierop staat de betreffende dienst,
deelstaat- en plaatsidentificatie en voertuigidentificatie.
Dit om verwisselingen uit te sluiten. Een opschrift zoals bijvoorbeeld
1A104713' betekent het volgende: de FMS-plug behoort toe
aan een politiedienst (1) uit de deelstaat Rheinland-Pfalz (A),
uit de plaats Mainz (10), en het roepnummer van het voertuig is 47/13 (4713).
Bij het indrukken van een statustoets wordt de betreffende melding
in het geheugen geplaatst, en samen met het complete adres
aan de meldkamer verstuurd. Tijdens het uitzenden brandt op het
frontpaneel van het FMS-toestel de groene LED. Bij toestellen
uit de bedrijfsvorm 1 wordt de ingevoerde statusinformatie meteen op
het numerieke LED-display weergegeven. Als quitering van
de meldkamer wordt een toonsignaal uitgezonden, waardoor de
rode LED gaat branden. Bij de bedrijfsvorm 2 wordt de statusinformatie
pas dan weergegeven als een geadresseerde quitering
uit de meldkamer ontvangen is. Hierdoor wordt een attentiesignaal in
de vorm van een 600 Hz toon in werking gezet.
1.5 Bediening
De FMS-toestellen X4 (van AEG) en FMS-12ME (van Ascom) zijn
uiterlijk van elkaar te onderscheiden door de plaatsing van de
numerieke display en de drie LEDs. Bij het AEG-toestel bevinden
zich de beide LED-displays direct rechts boven de draaiknop
aan/uit volumeregeling . De aanduiding op deze displays zijn
rode cijfersegmenten tegen een zwarte achtergrond.
Bij het toestel van Ascom verschijnt deze informatie op twee LCD-displays
die zwarte segmenten tegen een verlichte achtergrond tonen.
De FMS-installatie wordt ingeschakeld door de linker draaiknop
in de richting van de wijzers van de klok te draaien.
Ter controle brandt een gele LED. Het volume van de extra luidspreker
is in drie stappen regelbaar: zacht, middel en hard.
De tien statustoetsen bevinden zich op de onderste helft van
het frontpaneel. Zij zijn horizontaal in twee rijen van vijf
toetsen aangebracht. De noodoproep-toets 0' is voor de duidelijkheid
rood van kleur, de overige negen toetsen zijn wit.
Bij het indrukken van een statustoets, of bij het bedienen van de
spreeksleutel van de mobilofoon wordt een statusbericht uitgezonden,
dat het voertuignummer en de betreffende statusinformatie bevat.
Hierbij brandt de middelste (groene) LED.
Bij toestellen van de bedrijfsvorm 1 wordt het uitgezonden statusbericht
meteen in het linker LED- of LCD-display als cijfer weergegeven.
Bij toestellen van de bedrijfsvorm 2 gebeurt dit pas
na ontvangst van het quiteringssignaal van de meldkamer.
Gedurende de uitzending door de meldkamer brandt de rechter
(rode) LED.
Bij ontvangst van een aanwijzings-bericht door toestellen van
bedrijfsvorm 2 is een geluidssignaal hoorbaar, en
de betreffende status-aanwijzing wordt in het rechter display
als letter weergegeven.
Met de rechter draaiknop die een gecombineerde functie heeft,
kan een extra toegevoegd apparaat worden in- en uitgeschakeld of ��n
van de vier extra tactische berichten aan het statusbericht worden toegevoegd.
Deze tactische berichten zijn op het frontpaneel door middel van de
Romeinse cijfers I t/m IV weergegeven.
Het toevoegen van tactische berichten en het schakelen van het externe
apparaat is onafhankelijk van elkaar.
Het bedieningspaneel van het mobiele FMS-toestel X4 van AEG:
1 Draaiknop aan/uit/volumeregeling
2 Noodoproep (rood)
3 Druktoetsen voor melding / status
4 Schakelaar voor extra toestel
5 Draaiknop voor tactische melding I t/m IV
6 Code-plug met opschrift
7 LED (rood) meldkamer zendt
8 LED (groen) statusbericht wordt uitgezonden
9 LED (geel) toestel ingeschakeld
10 Display voor ontvangen aanwijzingen
11 Display voor eigen aktuele status
1.6 FMS-Handmicrofoons
Door de firma RDN wordt voor de openbare diensten een speciale
handmicrofoon aangeboden, die geschikt is voor FMS-gebruik in
de bedrijfsvormen 1 en 2. Bij gebruik van een dergelijke microfoon
is een bedieningingeenheid aan het mobiele FMS-toestel
niet meer nodig. Het invoeren van de status en het aflezen van
de telemetrische opdrachten geschiedt aan de hoorn van het
toestel. Deze FMS-handmicrofoon lijkt qua uiterlijk op een
hoorn van een autotelefoon. Aan de buitenkant van de hoorn bevindt
zich in het midden een toetsenbord met twaalf numerieke
druktoetsen. Daarboven zijn zes functietoetsen aangebracht voor
twee verschillende oproeptonen en voor de vier extra tactische
berichten aangebracht. Bovenaan de hoorn ter hoogte van de
luidspreker bevinden zich de beide displays en daarboven bevinden
zich horizontaal zeven LEDs waarmee de bedrijfsstatus van
het toestel zelf aangegeven wordt.
De RDN-handmicrofoon is zodanig uitgevoerd, dat wanneer de hoorn
in de houder geplaatst is, de FMS-status steeds zichtbaar is.
Duidelijk meer informatie toont het handtoestel Fu 60, dat bij
de mobilofoon Teledux 9-BOS van AEG hoort. Bij gebruik van
FMS wordt naast de numerieke status- en aanwijzingsaanduiding
in het bovenste gedeelte van het twee-regelig LCD-display, dezelfde
informatie in leesbare taal (met maximaal zeven karakters) op de
onderste regel getoond. Deze aanduiding verschijnt
ook op het display van het inbouw-gedeelte van de mobilofoon,
wanneer een andere handmicrofoon gebruikt wordt.
1.7 Bijzonderheden
Wanneer een mobilofoon van een FMS-uitbreiding voorzien is,
wordt bij elke bediening van de spreeksleutel meteen een statusbericht
van 256 ms uitgezonden. Hierop volgt de electronische quitering
van de meldkamer, die de correcte ontvangst van
het bericht aan het mobiele FMS-toestel bevestigt.
De uitzendtijd van dit quiteringsbericht duurt eveneens 256 ms.
Wordt de quitering door het mobiele FMS-toestel niet foutvrij ontvangen
(doordat op het kanaal spraakcontact plaatsvond of door statische ruis),
wordt het statusbericht na 600 ms herhaald.
Voor de mobilofoongebruiker betekent dit, dat hij na het indrukken van
de spreeksleutel een halve seconde moet wachten voordat het
statusbericht verzonden, en de quitering van de meldkamer ontvangen is.
Slechts na deze electronische dataverbinding kan
spraakcontact plaatsvinden. Wordt echter te vroeg in de microfoon
gesproken, levert dit een foutief statusbericht op.
Hierdoor wordt het uitzenden van het statusbericht en het quiteren
zo lang herhaald totdat een foutvrije overdracht plaatsgevonden
heeft.
BlokGebruik ------------------ Teken ---- Bitlengte ---- Bitnummer ---- Tijd
zender-voorloop ------------------------------------------------------------------------200,0
bericht-voorloop ----------------------------------12------------------------------------10,0
blok-synchronisatie ------------------------------8---------------------------------------6,6
1 dienst-identificatie -------------1--------------4--------------------1-----------------3,3
2 deelstaat-identificatie --------1--------------4--------------------5-----------------3,3
3 plaats-identificatie -------------2--------------8--------------------9-----------------6,6
5 roepnummer ----------------------4-------------16------------------17---------------13,0
9 status ---------------------------------1--------------4-------------------33-----------------3,3
10 tact. info /
richtingsaanduiding --------------1-------------4-------------------37-----------------3,3
11 foutcorrectie ------------------------------------7-------------------41-----------------5,8
13 stopbit ---------------------------------------------1--------------------48-----------------0,8
=====================================
Totaal -----------------------------------10------------68----------------191--------------256,0
Deze tekst is vertaald vanuit het Duitse boek;
BOS-Funk Handbuch fur Polizei, Feuerwehr und Rettungsdienst.
Band 1: Grundlagen, Ger�te Betriebstechnik, Funkverkehr.
van de auteur: Michael Marten.
De vertaler is niet aansprakelijk voor eventuele technische en
grammatica fouten in de oorspronkelijke tekst of in de vertaling.
Met dank aan R.Bouwens.
This page hosted by
Get your own Free Home Page