| Stil in mij - van dik hout Am F Kom bij me zitten, sla je armen om me heen en houd me stevig vast. Am F Al die gezichten, bekend maar beleefd of ik een vreemde was. G F C F C Maar vanavond, toont het leven zijn ware gezicht. Am F Kom bij me liggen, sla je lijf om me heen ik heb het koud gehad. Am F We moeten winnen, de schijn is gemeen, het wordt van ons verwacht. G F C F C Maar vanavond, toont de liefde haar ware gezicht. F Het is zo stil in mij, ik heb nergens woorden voor, C het is zo stil in mij, en de wereld draait maar door. F Het is zo stil in mij, ik heb nergens woorden voor, C het is zo stil in mij, en de wereld draait maar door. Am F Kom bij me zitten, sla je armen om me heen en houd me stevig vast. Am F Al die gezichten, en jij alleen zoals je gisteren was. G F C F C Maar vanavond, toonde jij je ware gezicht. Am F Kom bij me liggen, sla je lijf om me heen, ik heb het koud gehad. Am F Je hoeft niets meer te zeggen, de waarheid spreekt al uit ons oogcontact. G F C F C Maar vanavond, tonen wij ons ware gezicht. F Het is zo stil in mij, ik heb nergens woorden voor, C het is zo stil in mij, en de wereld draait maar door. F Het is zo stil in mij, ik heb nergens woorden voor, C het is zo stil in mij, en de wereld draait maar door. Bb F Am G Iedereen kijkt, maar niemand, zegt wat hij denkt. Bb F Am G Iedereen lijkt, maar niemand, is wie je denkt. F C Stil in mij, zo stil in mij. F C Stil in mij, zo stil in mij. F C Zo stil, in mij. F C Zo stil, in mij. F Het is zo stil in mij, ik heb nergens woorden voor, C het is zo stil in mij, en de wereld draait maar door. F Het is zo stil in mij, ik heb nergens woorden voor, C het is zo stil in mij, en de wereld draait maar door. F C Stil in mij. |
||||
| Zuiderzeeballade C Opa, kijk ik vond op zolder, F C een foto van een oude boot. G7 C Is dat nog van voor de polder, D7 G7 van die oude vissersvloot? C Jochie dat is een gelukkie, F C ik was dat prentje jaren kwijt. G7 C Ik heb nou weer een heel klein stukkie, D7 G van die goeie ouwe tijd. G C F C Daar is het water, daar is de haven, G7 C waar je altijd horen kon: �We gaan aan boord.� F C De voerman laat er nu paarden draven, G7 C en aan de horizon, ligt Emmeloord. F Eens ging de zee hier tekeer, C maar die tijd komt niet meer. D7 G7 Zuiderzee heet nu IJsselmeer. C F C Een tractor gaat er, nou greppels graven, G7 C `k zie tot de horizon, geen schepen meer. C Kijk, die jonge man ben ikke. F C Ja, ikke was de kapitein. G7 C Hiero, en die grote dikke, D7 G7 ja, dat moet malle Japie zijn. C Opa en die blonde jongen, F C vooraan bij de fokkeschoot. D7 Opa, zeg nou wat, (gesproken, opa) G die jongen, D7 G is je ome die is dood G C F C In `t diepe water, ver van de haven, G7 C in die novembernacht, voor twintig jaar. F C Door `t brakke water, is hij begraven, G7 C als ik nog even wacht, zien wij elkaar. F Toen ging de zee zo tekeer, C in een razend verweer. D7 G7 Ongestraft slaat niemand haar neer. C F C Nu jaren later, hier paarden draven, G7 C zie ik de hand en macht van onze Heer. G C F C Waar is het water, waar is de haven? G7 C waar je altijd horen kon: �We gaan aan boord.� F C De voerman laat er nu paarden draven, G7 C en aan de horizon, ligt Emmeloord. F Eens ging de zee hier tekeer, C maar die tijd komt niet meer. D7 G7 `t Water ligt nou achter de dijk. C F C Waar eens de golven, het land bedolven, G7 C F C golft nu een halmenzee, de oogst is rijp. |
||||