| JOSJE'S WERELD | |||||
| AAN DE WATERKANT DAAR IS HET TOCH ZO FIJN | |||||
| Er was eens een vrouw, ze heette Pocahontas. Maar aangezien ze een grote verzameling tassen had, werd ze Pocahandtas genoemd. Maar er was nog iets veel gekkers aan de hand. Ze woonde aan het water en in dat water woonden zeemeerminnen. En een daarvan heette Cindy. Cindy was een lesbische zeemeermin en ze was ook nog eens feministisch van aard. Op een dag kwam de Prins op zijn Witte Speedboot voorbij. En op slag vergat Cindy haar geaardheid en principes. En ze hield de speedboot aan. Maar de Prins was ook van de verkeerde kant en zei toen: "Doe niet zo mal, ga aan de kant, of ik wordt hels." Nou, daar had Cindy dus geen boodschap aan en kom zo aan boord. Maar ze belande net bovenop de Dorpsomroeper van Holwierde. Deze man stond bekend als een schreeuwlelijk en meerdere malen had men hem gevraagd om op woensdag op de markt in Delfzijl de viskraam te runnen. Maar de Dorpsomroeper stond bekend als de grootste luie donder van de omgeving en het scheidsrechterkorps van de KNVB. Maar de Dorpsomroeper was niet vies van mooie dames. En hij wou zich net aan Cindy vergrijpen. Maar ineens begreep de Prins waarvoor zij op zijn speedboot was geklauterd. En met een welgemikte slingerworp smeet hij de schreeuwende Dorpsomroeper het water in enneh... vul de rest zelf maar in. Intussen lag de Dorpsomroeper te spartelen in het water, want hij kon eigenlijk helemaal niet zwemmen. Maar daar kwam Pocahandtas al aangesjouwd. Ze had net haar loon gehad en had dat meteen verbrast aan een flinke partij handtasjes. Toen Pocahandtas de Dorpsomroeper zo zag ploeteren, is ze hem maar even uit het water gaan halen. Toen de Dorpsomroeper doorkreeg dat er een vrouw in zijn bijzijn was, deed hij een poging zich aan haar te vergrijpen. Maar zij gaf hem een pak houw met al haar handtasjes. Intussen kwam haar kerel (John) er ook al aan. Dat was de zoon van een Engelse oorlogveteraan. Die kerel had nog meegeholpen om Nederland van de Duitsers te bevrijden en daar pochte John dus mee. John greep de Dorpsomroeper bij zijn strot en zei: "Mijn vader heeft jullie land bevrijd en als dank vergrijp jij je aan mijn vrouw?!" De Dorpsomroeper wist hier geen antwoord op. Wij ook niet. Maar de Dorpsomroeper begon meteen te roepen van "ONRECHT! OPLICHTERS! UITZUIGERS!", maar daar had John geen boodschap aan en begon er op los te beuken. Even later kwamen Cindy en de Prins weer voorbij sjezen. Toen de Prins zag hoe John op de Dorpsomroeper stond in te hakken, riep hij vanaf zijn boot: "Hou toch op met al dat geweld. Er is al leed genoeg." John vond dat de Prins gelijk had en smeet de Dorpsomroeper maar weer het water in. De andere zeemeerminnen zagen dat en dachten: "Hey, een lekkere vent!" Maar tot hun grote ontsteltenis zagen ze dat het de Dorpsomroeper was en in een poep en een zucht verschenen er honderden zeemeerminnen om die Dorpsomroeper een paar klappen op zijn smoel te geven. Waarom is dit verhaal nou eigenlijk geschreven? Nou, heel gewoon. Ik wou het gewoon even kwijt. Josje Habing/Adora Moonchild Publishing � 2002 |
|||||