JOSJE'S WERELD DELFZIJL
RUSTPUNT VAN HET NOORDEN
Delfzijl. Lege huizen en grof vuil bepalen het straatbeeld. In een dezer huizen woonde een echte kraker (Karel), die daar al 30 jaar woonde. Maar nu ineens zei een of andere gek met een ketting om zijn nek (Haaksman) dat het huis plat moest. Karel liet zich hierdoor niet uit het veld slaan en zocht gewoon een ander pand op om te kraken.

Daar lieten ze hem ook met rust. Maar toen had Haaksman weer eens te veel van die lucht van ESD binnengekregen. Hij vond dat er nog maar wat huizen tegen de vlakte moesten. O ja, als ze dan toch bezig waren, moest meteen heel Delfzijl maar vertimmerd worden.

Karel was dit gesol zat. Net als zijn betalende dorpsgenoten. Als een grote woedende menigte trokken ze naar het werkpaleis van Haaksman. Om daar heel hard te gaan roepen: "Haaksman weg, nu meteen!" Maar Haaksman kwam naar buiten en zei: "Maar ik ben jullie leider, jullie gaan jullie leider toch niet haten?" Maar daar hadden de woedende dorpelingen geen boodschap aan en gingen het geld wat ze aan huur moesten betalen terugeisen. Ze schreeuwden de hele tijd van: "GELD TERUG! GELD TERUG!" Dat was ook wel logisch, want sommigen woonden daar al wel 40 jaar.

Toen Haaksman er genoeg van had liet hij de ME komen. Maar enkele dorpelingen waren nog zo moedig en gingen de ME te lijf. Maar het "Ik weet waar je huis woont, ik kom je dood vermoorden" haalde niks uit. En de rust leek weder gekeert.

Toen kwam de dag dat de huizen plat moesten. Maar de dorpelingen hadden nog steeds geen nieuw huis, want het potje met oprotpremies was leeg. Er heeft eigenlijk nooit geld in dat potje gezeten. Karel had zich inmiddels opgeworpen als de leider van de boze bewoners en had al zijn krakervrienden opgetrommeld. Maar het mocht niet baten. In Delfzijl-Noord stond geen steen meer op de andere. Reden genoeg voor de bewoners om weer verenigd in een woedende menigte naar Haaksman's Werkpaleis te gaan.

Daar aangekomen grepen de boze Delfzijlsters naar alles wat maar los en vast zat en gooiden alle ruiten in. Daarna renden ze het paleis binnen om die Haaksman zijn strot even dicht te knijpen. Naar die had in paniek op de rode knop gedrukt, waardoor een raket zich met hoge snelheid de toegang verschafte in de Damstertoren in Appingedam. Detail: Deze raket gebruikte methadon als brandstof.

De Damsters zagen dit als een oorlogsverklaring en groeven meteen maar weer de strijdbijl op. Maar toen het leger van Appingedam aankwam bij het Werkpaleis van Haaksman, konden die soldaten hun lachen niet meer inhouden. Want Karel stond met Haaksman op het dak van het Werkpaleis en sommeerde tegen Haaksman dat hij in zijn blote togus moest gaan staan en dan drie keer heel hard roepen "Ik ben een hufter!"

Wat kunnen we uit dit bovenstaande stukje fictie opmaken?

Haaksman is een leuke vent,
maar zorg dat je niet woonachtig in zijn gemeente bent.
Het is een toffe gast,
maar is vaak zijn inwoners tot last.
Haaksman, je wordt bedankt. EIKEL!

Josje Habing/Adora Moonchild Team � 2002
Hosted by www.Geocities.ws

1