| JOSJE�S WERELD | KERSTVERHAAL 2003 | ||
| Jozef was een arme timmerman die in de WW liep. Zijn vriendin Maria zong elke avond in de plaatselijke nachtclub de nodige extra pegels bijmekaar. Daar de WW geen vetpot is en de bijverdiensten van Maria niet al te veel moesten opvallen woonden ze bij Jozef zijn roddelende en bemoeizuchtige moeder (Nel Lellebel) in huis. Tot zover de situatiebeschrijving. Het was een regenachtige vrijdagmiddag toen Jozef weer terugkwam van het loket om zijn centjes te halen. Maria vloog hem meteen om de nek en Jozef zei: "Ga zitten, anders ben je ook niet zo aanhakelijk als ik bij het loket geweest ben." "Maar lieve Jozef," antwoordde Maria. "Ik ben zwanger", vervolgde ze haar betoog. Jozef was helemaal in de wolken. Maar toen Maria des avonds weer naar haar werk ging vertelde zijn moeder dat hij onmogelijk de vader kon zijn. Dat zat zo: toen Jozef nog werk, bij Eigen Huis In Puin BV, had heeft hij zich perongeluk op zijn noten geslagen en zijn sindsdien onbruikbaar. Nadat Nel uitgekwekt was tegen Jozef ging hij naar zijn inmiddels failliete baas. Daar stond toevallig nog een stoomwals. Afijn, die werd in werking gezet en Jozef ging ermee naar de nachtclub, want hij meende dat een van de bezoekers van het nodige afwisten. En terwijl Maria haar publiek toezong kwam Jozef met zijn 'geleende' stoomwals de tent met de grond gelijkmaken. Die avond was het een dolle boel bij Jozef en Maria in huis. De borden, pannen, messen enz. enz. vlogen alle kanten op. Toen 52 borden, 3 pannen, een voorglas, de kast met aardewerk en het TV-toestel vernield waren wist Maria Jozef duidelijk te maken dat ze zwanger was van de Heilige Geest. Om nu een lang verhaal leuk te houden: De maandag daarop kwam een brief van het ministerie van Sociale Zaken en Welzijn. Iedereen diende naar de plaats te gaan wonen waar zijn voorouders vandaan kwamen. Voor Jozef was het niet helemaal duidelijk waar hij nou heen moest, want zijn vader was de melkboer en daarvan is de afkomst onbekend. Van zijn moeder was evenmin iets over voorouders bekend. Maria haar ouders bewoonden een kartonnen doos onder de brug. Voor de hele kliek zat er niks anders op dan maar 'iets' te doen. Met z'n zessen probeerden ze zo goed en zo kwaad als het ging in het ouwe Dafje van Jozef te vertrekken. Maar ze waren nauwelijks de straat uit of er kwam rook uit de motor. Gelukkig had Jozef nog een oud ezeltje achter 't huis staan, daar moest de hele hebben en houwen maar op. Maar het ezeltje had zes poten en vleugels en maakte zich gauw uit de voeten toen hij zag wat hem te wachten stond. Dus moest alles maar weer in die auto en iemand moest duwen. Afijn: Na een dag of vier kwamen ze aan bij een telefooncel. Maar Jozef had geen telefoonkaart bij zich, wel kwartjes. Maar die worden tegenwoordig niet meer geaccepteerd. Dus werd er weer verder geduwd. Uiteindelijk kwamen ze terecht op een groot strand. "Waar zijn we terechtgekomen?", vroeg Maria. "Dat weet ik niet", was het antwoord van Jozef. Maar er kwamen twee mannen aanlopen en die begonnen te zingen van: "An der Nordseek�ste, am Plattdeutschen Strand." Dit leek het zootje ongeregeld maar niks, dus de reis werd voortgezet. Maar enkele dagen later opeens begon Maria te klagen over pijn. Dus werd besloten om ter plekke een kamp op te slaan. Bart: "Waar dan?" Op de Afsluitdijk. Bart: "Ieder zijn heug." Daar werd dus een kamp opgeslagen, zodat Maria in alle rust een kind ter wereld kon zetten. Maar van die rust kwam niet veel terecht. Vooral niet als drie keer per uur de Interliner van Heerenveen naar Amsterdam voorbij komt scheuren. Bart: "Jakkes." JP Balkenende: "Laat die lieve meneer het kerstverhaal toch afmaken." Jan Peter, kop dicht! Ik spreek jou na de opnames nog wel over die 8 procent koopkracht. Goed. Toen het kind eenmaal ter wereld was brak pas echt de pleuris uit. Het ventje moest in iets warms gelegd worden, gelukkig deed de verwarming van de auto het nog. Maar even later stonden er drie meiden bij de auto te blaten van "Oja lele!". "Hebben jullie drugs gebruikt?", vroeg Jozef aan hun. "Nee, wij zijn van K3", was het antwoord, "we komen een lied voor deze jongen zingen." Maar ze waren nog niet uitgekweeld of er kwamen vier koningen in hun dure rooie sportwagens aanscheuren. Bart: "Vier koningen? Het waren toch altijd drie?" Maar er is weer op iets anders bezuinigd. JP: "Goed zo jongen. Bezuinigen is goed voor de mens!" Grrr. In ieder geval hadden die lui goederen bij zich voor dat ventje. Hij kreeg een zak wiet, een familieverpakking snuiflijm, het Handboek van het Kattekwaad en een Jan Peter Balkenende-merchandisingpakket. JP: "Heb ik een eigen merchandisingpakket? Wat zit er allemaal in?" Een poster van Jan Peter in vol ornaat plus handtekening, een pratende actiepop, een offici�le Jan Peter Balkenende-pet met bijbehorende bril, een racefiets met achteruitkijkspiegeltjes en nog veel meer leuke items en dit voor de belachelijke prijs van.... Trommelaar: "Purumpumpumpum!" Acht procent koopkrachtverlies!!!!! Trommelaar: "Purumpumpumpum!" In ieder geval was het ventje er zeer mee ingenomen. Maar de herrie was nog niet over. Neen, want even later kwamen de smurfen, die op hun beurt weer achtervolgd werden door Gargamel. Maar het ventje klapte net zijn grote poster open toen Gargamel voorbij de auto kwam. Als dank gaven de smurfen een groot feest voor het ventje, dat nog steeds geen naam had. Maar daar kwam gauw verandering in toen een of andere hork zijn wagen tussen de voorlampen van een zojuist passerende Interliner wilde parkeren. Want zijn vrouw lag zwaar gewond op de grond met een glimlach om haar mond. En die hork maar jeuzelen van "Manuela." "Dat is het!", riep Maria, "we noemen hem Jacques Herb!" Zo leefde iedereen nog lang en gelukkig. Goed, wil iedereen nu onmiddellijk die teringzooi van de weg halen? Ik krijg net van de Filedienst te horen dat de hele weg dichtgeslibd is met auto's. JP: "Wacht maar jongen, ik help je er wel vanaf. Piet Hein, wil je even komen?" Piet Hein Donner: "Wat is er JP? Zijn hier lui zonder ID-kaart?" JP: "Nee, in die automobielen zitten allemaal boeven. Je moet ze laten schrikken." Bart: "Gaat hij nou tot aan Bremen 'boe' roepen tegen elke automobilist? Dit is een giller!" JP: "Ja, dit is nodig, jongeman." Mooi, dan mot ik jou nog hebben voor die 8 procent. JP: "Oh ja, nou dag kindertjes. Ik moet even met jullie baas in discussie." Josje Habing/Adora Moonchild Publishing � 2003 www.adoramoonchild.com |
|||