JOSJE�S WERELD OLWIEVETOUNEN
In Wagenborgen (diep weggestopt in het oosten van Groningen) woonde eens een arme jongen, zijn naam was Japie. Japie woonde samen met zijn moeder in iets wat voor huis moest doorgaan. Maar op een dag was er helemaal geen eten meer en Japie kreeg de opdracht om op de markt in Appingedam zijn uitgemergelde hond te gaan verkopen.

Des avonds kwam hij terug met vijf 'olwievetounen' (Gronings voor tuinbonen). Zijn moeder stond al bij de deur te wachten. "Waar kom jij zo laat vandaan?", vroeg zijn moeder. "Van de markt", was het antwoord." "En wat heeft Fifi opgeleverd?", vroeg zijn moeder weer. "Vijf tuinbonen", zei Japie. Zijn moeder werd hels als een jachthond. Ze smeet de tuinbonen in de achtertuin en Japie in het kolenhok!

De volgende morgen stond er een hele hoge boom in de tuin. Japie meende het nodig te vinden om er in te klimmen. Aan het eind van de boom kwam hij terecht op een wolk. Op deze wolk stonden allemaal paddestoelehuisjes. En overal krioelden blauwe beestjes om hem heen te housen. Totdat er een bebaarde vent in een zwart pak en een bolhoedje op zijn harses. Het bleek de leider van die blauwe housende mannetjes te zijn.

"Waar kom jij vandaan en heb je een eigen taal?", baste de bebaarde vent. Japie, niet te benauwd om iemand een grote bek te geven, zei dat die vent wat hem betreft SARS kon krijgen. Dat gaf trammelant, maar opeens verschenen daar de Wuppies. Die gasten hadden nog een zakelijk geschil met die bebaarde vent. Een van hen haalde een mitrailleur tevoorschijn en schoot dat ding leeg op die baardmans. Daarop braken er rellen uit tussen de Wuppies en de blauwe housende mannetjes.

Door al dat gebeuk werden Gargamel en zijn buitenechtelijke vriendin wakker. Gargamel had de hele nacht liggen te bonen (de liefde bedrijven), maar onder het mom van 'jeuk is erger dan de pijn' ging hij maar even kijken. Daar trof hij de Wuppies en de blauwe housende mannetjes knokkend aan. De Wuppies waren aan de verliezende hand, maar Gargamel was bevriend met de Wuppies. Maar ook met diverse dictators in deze wereld.


Enkele minuten later kwam die gozer met zijn sigaren langs. Vakkundig drukte hij zijn sigaar uit in het kruis van die baardaap met zijn bolhoedje. Daarop verklaarde die vent de oorlog aan het land van die sigarenboer. Toevallig was die sigarenboer niemand minder dan Fidel Castro. Castro had helemaal geen zin in geouwehoer met blauwe housende mannetjes. Toevallig zat ene Sjors Dobbeljoe Boes ook niet op die ventjes te wachten. Sterker nog: Boes had een Memory-spel gemaakt van de blauwe housende mannetjes. En voor even werd het geschil tussen Cuba en Amerika opzij gezet.

Dat werd me een dikke oorlog. De stukken vlogen er van af. Een der blauwe housende mannetjes riep de hele tijd: "Wij winnen! De Yankees en de Wuppies gaan op hun bek!" Maar intussen werd het ene na het andere blauwe housende mannetje immekaar gerost.

Het eind van het liedje kun je wel raden. Ik ook. Want anders zou ik dit niet intypen op mijn IBM-toetsenbord uit 1992. Het is trouwens geen typen meer, meer beuken, want de knopjes van het toetsenbord raken versleten. Maar dit terzijde. Toen de dag kwam dat zelfs Kermit de Kikker van het Sesamstraatjournaal er naar toe gestuurd werd was het voor Castro, Boes en Gargamel genoeg. De bebaarde vent met zijn bolhoed werd door Boes meegenomen en in de gevangenis gegooid.

Japie was inmiddels op diverse TV-kanalen geweest. Want hij was getuige van het begin van deze zinloze oorlog. Hij mocht zelfs bij MTV zijn zegje doen. Het werd zelfs 'Breaking News' bij CNN en FOX. Allemaal hartstikke mooi voor die jongen al die publiciteit. Maar de ondertitelingdienst van al die Amerikaanse zenders hadden het woord 'olwievetounen' verkeerd ge�nterpreteerd. En sommige Amerikaanse jongetjes stopten hun opoe met hun voeten in de grond in de hoop dat er een bonestaak zou groeien.

Wat is nou de moraal van het verhaal? Zorg dat je hond goed te vreten krijgt, dan krijg je dit geouwehoer ook niet.

Josje Habing/Adora Moonchild Publishing � 2003
Hosted by www.Geocities.ws

1