| JOSJE�S WERELD | HET PAARD VAN TROJE - HET WARE VERHAAL | ||
| In het jaar 1250 voor Christus speelde het wereldnieuws zich vooral af rondom Griekenland en omstreken. Dat was maar goed ook. Want in het drassig park wat nu bekend staat als Oosternieland stond destijds een werkplaats waar grote houten paarden gemaakt werden. Het was een project van enkele Germaanse hoge pieten om hun werkeloze stamgenoten aan een inkomen te helpen. Dit werd een daverend succes. Vooral de indianen aan de andere kant van de grote plas kwamen regelmatig houten paarden kopen. Maar op een dag kwam er een Griek langs. Hij bestelde ook zo'n paard. "'t Is een machtig mooi peerd! Kist alles in kwiet!", zei de directeur van het bedrijf nog toen de Griek er weer mee huiswaarts keerde. Die beste man had dat houten paard gekocht om zijn ex-vriendinnetje ermee terug te winnen die met een of andere armoezaaier was meegelopen. Toen hij Athene binnenkwam met zijn paard, stonden daar toevallig Ajax en Achilles. Dat waren twee dappere strijdkrachten die een paar dagen ATV hadden gekregen van de baas en het er van namen in Athene. Toen ze die Griek met het paard zagen lopen lachten ze zich rot. "Houd je bek, schorem!", zei de Griek tegen Ajax en Achilles. Enkele dagen later was hetzelfde houten paard verzeild geraakt ergens in het huidige Turkije. Toevallig woonde daar ook die kerel die het vriendinnetje van die Griek had afgepakt. Toen die kerel dat grote paard zag barstte hij in lachen uit en zei: "Ja daog! Daar trap ik geen tweede keer in!" "Ach, laat hem toch," zei de vriendin van die kerel, "Het is Nikos maar. Die heeft teveel Ouzo gehad." Toen die Griek (Nikos dus) dit hoorde werd hij woest. "Achmed, smeerlap die je bent! Geef me meissie terug of je zal er van lusten!", riep Nikos van uit het paard. Maar Achmed liet zich niet uitschelden en stuurde zijn broer op Nikos af. Maar opeens verschijnt er nog zo'n groot houten paard. Er liep een klein jongetje voor die het houten beest achter zich aan sleepte. "Meneer, als u naar Troje wilt, hou dan maar op", zei het jongetje. "Dat gaat jou geen zak aan, rotjong!", bitste Nikos. En hij wou het jochie net een peun onder zijn kont geven, maar Achmed zijn broer trapte Nikos met een wel gemeende trap de Bosporus in. Toevallig lag dat elf meter verderop. Zo is de strafschop uitgevonden. Toen de rust weergekeerd was besloot Nikos toch maar eens met dat paard naar Troje te gaan. Want hij dacht dat daar een soort van houten paarden tentoonstelling was. Toen Nikos met zijn paard bij de stadspoorten kwam werd hij onthaald met echte bakstenen. De leider van Troje kwam er al aanlopen en zei alleen maar: "Oh nee h�? Niet weer! Rot op!" Maar Nikos was ook een klein beetje doof, trekdoof. Hoe dat kan? Nikos had sinds dat hij gedumpt was, behoorlijk aan zijn piel getrokken en volgens een oude Groningse wijsheid wordt je dan doof. Nikus liep dus door Troje met zijn houten paard en volgde gewoon zijn eigen rotkop. Die bracht hem in een straat met allemaal dames die achter het raam stonden. Toevallig waren Ajax en Achilles daar ook. Ajax en Achilles kwamen elk bij een van die dames naar buiten. Daarop ontstaken Ajax en Achilles in een bulderend gelach die tot in Seoul te horen was. Over de hoofdstad van Zuid-Korea gesproken: Het land van Guus Hiddink was in een verhitte oorlog verwikkeld met Japan. Die Japanners hadden net als de Trojanen ook al kennis gemaakt met de grote houten paarden uit Oosternieland. Want die Koreanen stopten er Roze Duracell Killerkonijnen in. En als die knagers eenmaal in Japan waren vraten ze zich een weg naar buiten en vraten alle gewassen op die in Japan groeiden en bloeiden. En dan nou de uitleg van wat Troje, Japan en Oosternieland met mekaar gemeen hebben, of krijgen we nou eerst reclame? Oh nee, dan kunnen ze dit in Veendam niet lezen! Krijgen we gezeik met Stichting Kabelnet Veendam. Goed, alle gekheid bijmekaar geharkt. De keizer van Japan stuurde ene Toyota naar Oosternieland om daar eens te gaan kijken in die werkplaats. Toyota had daar zijn ogen en oren wijd opengehad en begon direct na terugkomst in Japan een fabriek op te zetten en begon ook met het maken van grote houten paarden. Hiddink lag net lekker te zonnen toen vanuit de verte opeens grote houten paarden opdoemden. "Snotvergeime", riep hij, "dit ziet er niet zo best uut, leu!" Al gauw had hij door wie dat gedaan had, want op de kont van het paard stond met koeieletters 'TOYOTA' te lezen met daaronder 'MADE IN JAPAN'. Hiddink stuurde meteen een bestelling naar Oosternieland voor weer een setje paarden. Maar al spoedig kwam het bericht hem ter ore, dat het fabriekje vanuit Oosternieland was verplaatst naar Taiwan, vanwege de lage lonen. Maar ook toen al was goedkoop duurkoop. Toen het wrakhout aanspoelde op het Japanse strand, dacht de keizer dat het een oorlogsverklaring van Taiwan was. Maar intussen dreven Roze Duracell Konijntjes richting Australi�, toen nog bewoond door Aboriginals. Die werden laaiend toen de Konijnen hun Didgeridoo's (ik hoop dat dit de juiste spelling is) kapot begonnen te knagen. Toevallig kregen zij hun Didgeridoo's (moeilijk woord) weer aangeleverd door Toyota en via die knakker wisten ze dus bij wie dit vandaan kwam. Enkele van die Aboriginals hadden wel zin een potje matten en stapten in hun oorlogschip en gingen uit vechten in het land van Boer Guus. Toevallig was Heinrich Hobbelpferd (de bedenker van deze vorm van bezigheidsterapie) ook in Korea om daar een tevredenheidsonderzoek te houden. Hij stond erbij en keek ernaar toen de Aboriginals aan een invasie begonnen. Aan de kwaaie koppen kon hij zien dat het ging om afgedreven houten paarden die hun lading kwijt waren geraakt. Heinrich ging maar eens gauw naar de fabriek in Taiwan en gaf daar de arbeiders eens een flinke oorwassing, want dit vond Heinrich toch echt bij de konijnen af. Dit pikten de arbeiders niet en ze gingen in staking voor meer loon en betere arbeidsomstandigheden. Deze opstand werd bloedig door Heinrich neergeslagen, maar de toon was gezet. Er werden nog heel wat van die houten paarden van slechte kwaliteit op het oorlogspad ingezet. Maar het juiste adres werd zelden bereikt. Zo kwam een paard terecht op Micronesi� terwijl die naar Japan moest. Dit ging nog een tijdje zo door en niet lang daarna had elk land wel een conflict met een ander land. Dat was eigenlijk de eerste wereldoorlog. Gelukkig was het weer snel over, want een klein indiaantje had het fabriekje in Taiwan weten te vinden en de brut in de fik gestoken. Toevallig werden ook de bouwtekeningen voor die houten paarden verbrand. En zo kwam alles toch nog goed. Wat is nou de moraal van dit verhaal? Ga nooit stoken in een goede relatie, je weet maar nooit wat de gevolgen zijn. Josje Habing/Adora Moonchild Publishing � 2003 |
|||