JOSJE'S WERELD
ROODMUTSJE
In het bos woonde eens een bijdehand meisje dat de hele dag haar eigen rotkop volgde. Roodmutsje was haar naam. Maar die naam kreeg ze niet, omdat ze nou de hele dag met een rooie muts op haar kop door het bos huppelde, maar meer vanwege haar vuurtorenkapsel. Want op een dag was ze haar blonde haren zat en had haar touw in een pot rooie verf gestopt. Maar dat is haar eigen keus.

TAKE 1:

Op een dag moest ze van haar moeder naar haar opoe toe met een zak bloemkolen. Opoe was gekort op haar AOW-tje, omdat ze weer eens zwart had gewerkt bij Oppassen. Maar Roodmutsje was nog maar net bij straat of daar kwam de Werkeloze Wolf aanslenteren. Hij had zojuist zijn geld bij de soos opgehaald en het net in zijn broekzak gestopt. Maar zijn broek was versleten en al die centen lagen zo voor het oprapen.

Roodmutsje begon meteen naar het geld te graaien, maar misdaad loont nog steeds niet. Want ineens kwam er een scheur in de zak en al die bloemkolen kwamen in de sloot terecht. Maar daar was moeders niet zo blij mee. Die kwam tierend naar buiten met de bezemstok om Roodmutsje daar een pets mee te verkopen.

TAKE 2:

Roodmutsje ging opnieuw naar opoe met een nieuwe zak vol bloemkolen. Deze keer was er geen spoor te bekennen van de Werkeloze Wolf. Niets leek Roodmutsje haar missie te dwarsbomen. Maar even verderop zag ze hoe Hans en Grietje in de boevenwagen gegooid werden, nadat ze de Heks haar huisje in de fik hadden gestoken.

Toen Roodmutsje aankwam bij het huisje van opoe, zag ze dat er weleens ingebroken kon wezen. Ze ging meteen naar binnen om te kijken wat er aan de hand was. En daar zag ze de Werkeloze Wolf die naar de TV keek. Roodmutsje dacht verder niet na en pakte meteen een koekepan om die wolf het huisje uit te beuken.

Even later kwam opoe terug en griste meteen die koekepan uit Roodmutsje haar handen en gaf Roodmutsje een flinke dreun voor haar harses. Wat bleek nou? Die wolf was de vriend van opoe. Zo kon Roodmutsje weer opzouten zonder zak bloemkolen, maar met oogschaduw dat gegarandeerd twee weken blijft zitten.

Toen moest ze dus weer naar huis. Maar het was intussen donker geworden en dan zag het bos zwart van de smeerlappen die zich graag aan andermans vrouwen vergrijpen. Maar Roodmutsje moest toch op een of andere manier bij die smeerlappen langs zien te komen. Maar ze had toevallig een kuisheidsgordel met bijbehorende mini-hakbijl en mini-stroomstok bij haar. Toen een van die smeerlappen zich aan haar wou vergrijpen kreeg hij meteen tien duizend volt door zijn joekeloeris en was hem ook meteen kwijt.

Wat hebben we hier nou van geleerd?

Dat je nooit zomaar geld wat uit iemand zijn broekzak valt moet afjatten. Want dan kun je weleens een hoop moeilijkheden mee krijgen.

Josje Habing/Adora Moonchild Publishing � 2002
Hosted by www.Geocities.ws

1