| JOSJE�S WERELD | EENRUM | ||
| Beloofd is beloofd, we zouden het een keer over de Rum-Republiek hebben en haar merkwaardige geschiedenis. Komt'ie. In het jaar 203 voor Christus stond er in het noordwesten van de provincie Groningen een kleine kroeg midden in de prairie. Die kroeg werd gerund door ene meneer Boxem, Gronings voor broek (eigenlijk heette hij Broekmans), maar die kroeg liep voor geen meter. Totdat op een dag een woeste germaan de kroeg binnenkwam en riep: "KASTELEIN! EEN RUM!" Boxem vond dat wel een leuke naam voor het naamloze dorp waar hij woonde. Hij plaatste een setje blauwe borden met bijbehorden witte letters in een staal van 300 meter rondom zijn kroeg. Dat werd een daverend succes, overal kwamen drankorgels vandaan die dachten dat je daar gratis kon zuipen tot je er bij neerviel. Maar Eenrum was gauw vol. Dus bouwde Boxem een tweede nederzetting ernaast; Tweerum. Maar die werd ook vol. Dus werd Drierum gebouwd. En zo ook Vierrum, Vijfrum, Zesrum. Maar toen Boxem op die manier 72 nederzettingen gebouwd had kwam er geouwehoer vanuit het kamp der geheelonthouders. Ook daar had Boxem aan gedacht. Voor hen werd het dorp Nulrum gebouwd. Maar het was toch lastig en een hele mond vol voor Boxem om tijdens topontmoetingen met wereldleiders te gaan vertellen waar hij nou de baas over was. Hij kwam op het idee om het De Democratische Republiek Eenrum Tot En Met Twee-en-zeventigrum En Nulrum te noemen. In de volksmond beter bekend als Rum-Republiek. En Boxem wenste in het vervolg als Koning Boxem aangesproken te worden. Dat vond hij mooier staan dan President Boxem. Het werd een zeer geciviliseerde gemeenschap, lieve kindertjes. Ze verplaatsten zich daar in grote blikken op wielen, de jeugd stond te leuteren in kleine apparaatjes met kleine knopjes erop en des avonds zat iedereen in zijn warme huis naar een grote vierkanten kist met een raampje erin te kijken, want door dat raampje zag je allerlei bewegende beelden. Maar door diverse lieden werden ze met jaloerse ogen aangekeken. O.a. Romulus, de oprichter van Rome, werd hier een beetje strontziek van. De rapen waren helemaal gaar toen bleek dat de vice-president van de Rum-Republiek daar Onderboxem (onderbroek in het Gronings) genoemd werd. Inmiddels kwam in Wirdum ene meneer Regt aan de macht. Die beste man vond het ook maar een aanfluiting dat de president en de vice-president van de Rum-Republiek Boxem en Onderboxem heetten. Romulus had inmiddels een serieus onderhoud met de eerste keizer van het Romeinse Rijk bepaald dat al dat onderbroekenlol in Eenrum en omstreken maar eens op moest houden. De Romeinen verklaarden de oorlog aan de Rum-Republiek. Maar die onderneming werd een sof, want Julius Cesar en zijn mannen stuitten op een klein dorpje dat werd geregeerd door de Woeste Wijven en ze dachten dat ze al in Eenrum waren. Maar dat was dus mis. Want zowel Regt als Boxem wilden hun poten niet branden aan het geouwehoer in Middelstum. Een dikke 800 jaar later zat Leif Erikson tussen zijn harem, bestaande uit minstens 200 blonde Zweedse dames, na te denken over hoe hij het probleem-Boxem kon oplossen. Hij had zelfs al een heuse topontmoeting gehad met niemand minder dan Djengis Khan en Regt. Uiteindelijk kwamen ze overeen dat Djengis Khan en Leif Erikson vanuit hun eigen land de brut zou gaan bestoken c.q. plunderen. Maar Leif had een klein probleem, hij was zo scheel als een konijn en kaartlezen was niet zijn sterkste punt, want hij kwam uiteindelijk terecht bij de Vrijheidstotempaal in Amerika. Djengis Khan kwam toch wat dichterbij. Maar hij had geen zin in trammelant met zijn kameraad Regt. Dus hij trok met zijn plundermeute maar richting het bolwerk van Eddy en Annemarie. Daar eindigde de rooftocht van Djengis Khan en zijn leger in een grote snuifpartij. Boxem kon voorlopig weer opgelucht ademhalen. Maar in het jaar 1143 stond het Woeste Wijven-bolwerk Middelstum op het punt ingenomen te worden door Ellis Hoedefukisellis en de Creabea's. En in een wanhopige poging om Ellis af te schrikken gooide de Heks van Uithuizen dode Pestpati�nten over de stadsmuren van Eenrum. Maar Boxem had zijn onderdanen speciale pakken gegeven, waardoor de Rummers er uit zagen als astronauten in functie. In het jaar 1325 woonde er in Appingedam een natuurkundige, S. Ars. Deze kerel had een foutje gemaakt en had perogeluk een heel gemeen virus gemaakt die je longen aantast. Toen die ziekte begin 2003 de kop opstak in China, besloten de autoriteiten aldaar dat de ziekte vernoemd werd naar de maker daarvan. Maar ze waren te lui om S. Ars te zeggen dus werd het SARS genoemd. Wat heeft dit met Eenrum te maken? Dat zit dus weer zo. Die S. Ars pakte zijn benewagen en ging naar het paleis van Boxem en liet daar al die rare beestjes los. Die beestjes leefden zich flink uit in Eenrum en omstreken. In 1326 was het dan zover. Het rijk van Boxem, Onderboxem en de rest van het tierelantijnenrepubliekje was naar de bliksem. Onder luid gejuich werd S. Ars gehuldigd voor het Regthuys in Wirdum, door Regt persoonlijk. Maar door al deze commotie, was die S. Ars vergeten zijn beestjes weer op te sluiten in hun hok. Zo kon het dan ook dat die rommel zo'n 700 jaar later als een stel wilden tekeer ging, want het was een verwilderd stel virussen geworden. Uiteindelijk wist men Eenrum en Nulrum nog te handhaven. Maar Nulrum werd omgedoopt tot Ulrum en sindsdien is er niet veel geks meer gebeurd. Wat is nou de moraal van het verhaal? Mensch, domesticeer uw huisdier goed! Josje Habing/Adora Moonchild Publishing � 2003 |
|||