| JOSJE'S WERELD | ||||
| JAKE & THE FATMAN EN DE REST VAN DE REGERING | ||||
| VRIJDAG DE 13DE DEEL ZOVEEL | ||||
| In Appingedam stond eens een schooltje. Dat was een oud gebouw wat al ver voor de 1ste Wereldoorlog afgekeurd had moeten worden. Maar het heeft eerst het gerag en gebeuk van schooljeugd moeten doorstaan. Maar toen die het gebouw flink uitgeleefd hadden, vond een of andere pief het nodig om daar volwassen mensen in te laten werken. Dit ging er allemaal luisterrijk en beregezellig aan toe, maar opeens nam een of andere pennelikker (we noemen hem maar Jake) de macht over, of wat voor macht door moest gaan. Jake werd al snel het pispaaltje van zijn ondergeschikten. Maar Jake volgde gewoon zijn eigen rotkop en had zijn sidekick (The Fatman) en diens sidekick (De Lange Hond) weten te paaien. Maar er was een klein probleem. De communicatie was Kortom Uitermate Teleurstellend. Als Fatman zei dat de werknemers linksaf moesten gaan, dan zei Lange Hond dat ze rechtsaf moesten gaan. Oh ja, er liep ook iemand rond die al gauw de Burgermeester werd genoemd. Die kwam regelmatig hed gezag (of wat er van over was) ondermijnen. Dit tot ergernis van zijn collega's. Jake zat zich intussen de touwtering te vervelen. Maar opeens had hij het. Hij werd geen conducteur, maar hij ging lopen klooien met andermans snipperdagen en ging de grote meneer uithangen. Fatman stond intussen met twee loopkrukken te zwaaien (lees: dreigen) en er mee op tafels te beuken. Lange Hond ging zich te buiten aan buitenechtelijke nep-relaties. Terwijl de Burgermeerster dacht zijn slag te kunnen slaan en op die manier de macht te grijpen. Maar er was voor hem een klein probleempje. Hij was niet populair, eerder gehaat, bij zijn collega's. Maar de Burgermeester was ook zo iemand die zijn eigen kop volgde. Dit ge-eikel ging een paar maanden door. Tot dat enkelen er SCHOON GENOEG van hadden en de anderen het meters de strot uithing. Maar Jake had samen met enkele vriendjes van hem even wat plannetjes bedacht en die moesten maar even ten uitvoer worden gebracht. Maar als de nood het hoogst is, is de redding nabij en in no-time verscheen daar Arboman. Met zijn superkrachten sloot hij met onmiddelijke ingang het oude krot waarin gewerkt moest worden. Hij sleepte Jake, Fatman, Lange Hond en Burgermeester voor de Rijdende Rechter. Maar die vier hadden zo'n dure advocaat in de arm genomen (Moskowicz). Maar opeens had Moskowicz zoiets van: "Deze stumpers ga ik dus niet verdedigen". Maar Jake stelde Moskowicz allemaal lekkere wijven in het vooruitzicht. Maar Moskowicz was onwrikbaar. "Neen", zei hij boos tegen Jake, "ik ga geen idioten verdedigen die onschuldige arbeiders de stuipen op het lijf jagen." Fatman hoorde dat ook en wou Moskowicz een lel om zijn oren verkopen met zijn krukken. Maar toen belde Moskowicz al zijn cli�nten op die iets belangrijks waren in de Amsterdamse onderwereld. Voor even lieten de boeven hun vetes varen om eensgezind de Fatman een paar smerige koekies van eigen deeg te verkopen. Fatman die werd me daar toch een partij om de oren geslagen met het iele lichaam van Jake. Voor de RIjdende Rechter was het nu wel heel duidelijk. Als er zelfs boeven voor nodig zijn om iemand (of meerdere iemanden) duidelijk te maken dat iets niet kan. Dan moeten dat wel hele stoute iemanden zijn. Dus werden Jake, Fatman, Lange Hond en Burgermeester in een enge donkere kerker gegooid. Afgelopen? WELNEE! Die kerker bleek net onder een goot te zitten waar honden hun behoefte mogen doen. En als het dan gaat regenen dan... Het is nog steeds Nederland, dus regelmatig kwam er stront in de kerker. Dat is weer eens wat anders dan stront aan de knikker. Maar niet alleen honden deden daar hun behoefte. Neen. Die goot lag in een straat waar de boeren langs moesten lopen met hun koeien, om naar de markt te gaan. En koeien moeten ook schijten. Moet ik nog verder in details gaan? Vooruit dan maar. Die straat werd op zondag gebruikt door olifaten die dan psychologische spelletjes moesten spelen. En regelmatig moeten ze zichzelf in de porceleinkast spelen. Maar in die kerker was het ook niet helemaal koosjer. Daar liepen 's nachts de ratten de polonaise en in de late avond was het een paringsplaats voor egeltjes. Je hoorde dan altijd "au au wat lekker". Egels zijn ook de uitvinders van SM, maar dat even terzijde. Maar het toppunt was toch dat onze vier kleuters gezelschap hadden van een psychopaat die er genoegen in schiep om in een overall en met een hockeymasker voor zijn rare harsers door het omringende riool te zompen. Nou wilde het toeval dat hij in een niet zo'n grijs verleden nog filmster was. Toen die beste knul doorkreeg dat er vier zielige stumpers op zijn territorium waren. Greep hij naar zijn kettingzaag en greep meteen de ergste van de vier bij de kladden. Terwijl de ingewanden van Jake door de kerker vlogen. Probeerde Fatman via een klein raampje weg te vluchten. MEEH! Wil niet! Dat had onze psychopaat ook door en hij pakte een bijl enneh... de rest laten we aan jullie fantasie over. Nou vragen jullie je natuurlijk af wat er met Lange Hond en Burgermeester gebeurde. Dat wil ik best vertellen, maar dan moet er straks zo'n sticker bij dat vanaf 6 jaar Meekijken Gewenst is. Of was het nou dat de ouders onder de zes jaar moesten meekijken? Ach wat maakt het uit?! De psychopaat werd op de schouders genomen door de werknemers en door Appingedam gedragen en met luid gejuich onthaald. Maar toch klopte er iets niet helemaal. De psychopaat had doorgekregen dat enkelen van de meelopers de chagerijnige Kanovaarster en Miss Piggy waren. Samen met de Bloemenkweker heeft de Psychopaat die twee verzopen in het Damsterdiep. Das pas gerechtigheid! Klopt het nou wel? Dan kunt u allen rustig gaan slapen, ik heb gezegd. Twee dagen later zette Saddam Hoessein zijn poten verkeerd neer op een van zijn mijnenvelden. Grote boem en Saddam Hoessein is van de aardbodem verdwenen? Wat is nou de moraal van dit verhaal? Schoenmaker blijf bij je leest! Jake: "Ik ben geen schoenmaker!" Psychopaat: "Jessis! Ik houd niet van half afgemaakt werk! Woar is mien kett'nzoage!" Mooi! Weten we dat ook weer! Josje Habing/Adora Moonchild Publishing � 2003 |
||||