JOSJE'S WERELD ALTERNATIEF HANS EN GRIETJE
In de grote stad woonden eens twee vervelende koters; Hans en Grietje. Op een dag gingen zij het aangrenzende bos eens ontdekken. Om niet te verdwalen strooide Hans broodkruimels. Maar in het bos waren kraaien actief en die vraten al die broodkruimels op. "Kutkraaien", mompelden Hans en Grietje toen ze daar achter kwamen. Maar opeens doemde een huisje op. Het huisje was verlicht. Hans belde aan, de deur ging open, maar hij zag niks.

"Kijk dan naar beneden, stoethaspel", riep een piepklein stemmetje. Het bleek Kleinduimpje te zijn. Kleinduimpje woonde niet rechtmatig in dit huisje. Neen hij had het gekraakt. Hans vroeg of Kleinduimpje de weg naar de grote stad wist. Dat wist Kleinduimpje niet. Maar opeens verscheen de rechtmatige eigenaar van het pand.

Het bleek niemand minder te zijn dan... Nee het is niet de Heks. Die zit tegenwoordig in haar sneeuwwitte boezem als prinses voor het raam. Wie het wel was? Ik kan wel vertellen dat het Griselda het Gedrocht was. En dat ze zojuist van haar werk vandaan kwam. Ze werkt namelijk in een spookhuis. Toen ze zag dat haar huisje gekraakt was besloot ze de kraker en zijn gasten in een grote teil met giftige kwallen te gooien.

Maar Hans en Kleinduimpje waren niet vies van een beetje actie in de taxi en begonnen Griselda met die kwallen te bekogelen. Enkele van die beesten kwamen recht in haar toch al zo afgrijselijke smoelwerk terecht en ze werd zo lelijk, met de nadruk op lijk, dat in een straal van 100 kilometer alle bloemen en planten doodgingen en alle spiegels gingen naar de Filistijnen. Maar ze begon ook nog uit te dijen, zowel in de lengte als in de breedte.

Intussen had Grietje hulp gezocht bij de plaatselijke Pizzaboer. Die pakte meteen zijn brommer en ging maar eens even polshoogte nemen. Maar toen hij daar aankwam zag hij dat Griselda 6 meter lang en breed was geworden en dat ze d'r eigen een SM-pak had aangemeten. De Pizzaboer wist dat er iets goed fout zat. Maar hij wist dat aan de andere kant van het bos de opnamen plaatsvonden van 'Ja Dokter, Nee Dokter'. Toevallig was de hoofdpersoon ene Dokter Clivio. Dokter Clivio was zo'n Italiaanse dokter die vrouwen van 80 zwanger kon maken. 't Is maar wat je leuk vind.


Clivio ging meteen maar eens even kijken. Hij meende al te hebben uitgedokterd wat er moest gebeuren om Griselda normaal te laten doen. Hij bond haar op een apart hiervoor aangesleepte dieplader en ging naar de plaatselijke varkensboer. Clivio mankeerde nogal wat aan zijn ogen en hij dacht dat het een varken was.

Beren (mannelijke varkens) genoeg, maar niet een die ook maar van plan was om een poot te verzetten voor Griselda. Zelfs het scheelste wrattenzwijn peinsde er niet over. Uiteindelijk vertrok Clivio onverrichterzake. Hij besloot het eens te proberen bij de wilde zwijnen. Maar opeens bemerkte hij dat zijn dieplader wel heel makkelijk bestuurbaar was. Ook merkte hij dat de ruiten zeiknat waren, terwijl het kurkdroog weer was. Naast hem zag hij een droogstaande sloot met vissen die naar lucht hapten. Daar zag hij Griselda liggen.

Samen met een gedupeerde schipper probeerde Clivio met scheepstouw Griselda aan land te krijgen. Terwijl normaliter levende objecten van die grootte juist in het water geduwd worden. Maar dat is andere koek. Maar toen ze begonnen met de werkzaamheden, kwam er een blinde, zevenarmige kleureninktvis aanwaaien. Die vergreep zich meteen aan Griselda.

Driekwart jaar later zette Griselda allemaal lelijke zevenarmige gedrochten op deze blauwe bol. Maar intussen zaten Hans en Grietje nog steeds verward in het bos. Uiteindelijk werden zij na een lange zoektocht door niemand minder dan Bob de Bouwer gevonden. NOU EN OF! En hoe dat nou kwam? Let op.

Bob was aan het werk in een slooppand (!) in het bos en kwam tijdens het bedienen van de sloopkogel... ja wat is er? Nee die komt niet voor in de TV-Serie, en wat heb ik daarmee nodig? Ga je nou huilen? Nou kom op dan! Kun je meteen die ene sloot voljanken! Kan ik verder? Mooi. Bob bediende de sloopkogel en trof opeens Hans en Grietje. Hij herinnerde zich meteen wat hij de dag daarvoor had gezien op het Politiebericht van de TV. Hij belde meteen de politie, inde de beloning, doekte zijn verliesgevende bouwbedrijf op en is gaan rentenieren op een klein eilandje in de Stille Zuidzee: Filistina.

Meteen werd Bob duidelijk gemaakt wat men nou bedoelt met 'naar de Filistijnen'. Hij trof daar vanalles aan. Zelfs de spiegels die eerder in dit verhaaltje genoemd werden. Maar ook spullen van voor de 80-jarige Oorlog lagen in ruime kelders opgeslagen.

Wat is nou de moraal van dit verhaal? Ale je iets stuk moet, zorg dan dat het niet verscheept wordt naar het eilandje Filistina, want die gasten daar kunnen alles gebruiken. En nog een tip voor jonge mensen die stiekem het bos willen verkennen: Zet dat maar uit je bolle harses.

Josje Habing/Adora Moonchild Publishing � 2003
Hosted by www.Geocities.ws

1