JOSJE'S WERELD CINDERELLA ASSENPOETSER
In Assen woonde eens een meisje met een schoonmaakneurose. Deze meisje was eens gedoopt als Cinderella. Maar de inwoners van Assen noemden haar Assenpoetser, omdat ze dag in dag uit met schoonmaakspullen door de Drentse hoofdstad banjerde.

Maar niet iedereen was even blij met zo'n meisje die gratis de ramen van elke Assenaar lapte en ook nog eens gratis hun huizen kwam uitmesten. Haar stiefmoeder was het er helemaal niet mee eens en sloot haar op in haar smerige kelder. Dat was zo een smerig hok dat Assenpoetser er niet tegen kon schoonmaken. Maar dat kwam ook, omdat haar stiefmoer elke dag rotzooi in die kelder smeet.

En zo zat Assenpoetser wel zeven jaren in die smerige kelder. Maar Assen werd er ook smeriger op. Want nou moesten die lui van de gemeentewerken alles schoonmaken en die vonden het toch wel makkelijk om het vuile werk door zo'n klein meisje op te laten knappen.

Op een dag werd in het nabije Gieten een groot feest met Nederlandse Artiesten gehouden. Assenpoetser wilde daar ook wel heen, maar ze zag er haveloos uit in haar door stof en achterstallig onderhoud aangevreten kleren. En ze zou ongetwijfeld de feesttent uitgetrapt zijn als ze daar zo zou verschijnen. En terwijl ze door de kelder liep te ijsberen trapte ze perongeluk tegen een ouwe olielamp. Door de val kwam er een of andere geest uit dat apparaat en zei: "Alladin, wat heb je gedaan? Heb je je laten ombouwen?"

Nadat Assenpoetser de geest uitgelegd had wie ze was ging de geest gauw over tot hetgeen waar hij voor betaald wordt. Een klein half uurtje later verscheen er een grote limosine met 2pk bij de ingang van de feesttent. De meesten dachten dat het een beroemde zangeres was, want ze had ook nog eens een hele dure baljurk van een van die Italiaanse kleermakers aan. En ze werd door de organisatoren van dat festival achter de microfoon gezet. Maar enkele feestgangers had door dat Assenpoetser achter de microfoon geplant was en een daverend gejuich was tot ver over het Drentsche Land te horen.


Intussen zat haar stiefmoeder thuis voor de buis in Assen. Zij hoorde het gejuich ook en was met de snelheid van het licht naar Gieten gegaan. Toen Assenpoetser haar stiefmoeder in de deuropening zag staan, riep ze heel hard in de microfoon: "HELP HELP! SOS!", en vluchtte. Ze trok noordwaarts richting de provinciegrens met Groningen, die ze zonder er bij na te denken wist te passeren.

Ze kwam uiteindelijk tot stilstand op een grote kale vlakte. Er stond een klein huisje. Het bleek het hoofdkwartier van Pikzwartje en de Negen Dwergen te zijn. Ze belde aan en een Antiliaanse mevrouw deed open. Assenpoetser zei: "Mevrouw, ik word gezocht door een vieze maniak. Laat me alstublieft in uw huisje!" "Vergeet het maar, smatje", zei Pikzwartje: "ik wordt ook gezocht door mijn bezitterige vriend!" Maar na een tijdje bekvechten mocht Assenpoetser ook in het huisje komen wonen, want Pikzwartje had al gauw door dat Assenpoetsers schoonmaakdrift goed uitkwam. Want de Negen Dwergen waren net een stel varkens.

Zo leefden Assenpoetser en Pikzwartje vredig op de kale vlakten nabij Middelstum tesamen met de Negen Dwergen. Maar op een dag wordt er aangebeld. "Het is Virgil!", roept Pikzwartje. "Mijn stiefmoeder!", riep Assenpoetser. Dok, de slimste van de dwergen, deed open. "Dag jongeman", zei een aardige meneer met een zwarte aktentas onder de arm. "Ik kom u het licht brengen", zei de man en Dok nam hem mee naar de meterkast, omdat hij dacht dat het de electricien was.

Die arme Jehova's-getuige had helemaal geen verstand van electriciteit, maar Dok stond erop dat die kerel aan de meterkast ging zitten schroeven. Want Assenpoetser had tijdens een schoonmaakwoede-aanval water in de meterkast gegooid en ze zaten zodoende al weken zonder stroom. Door het onkundig geklooi van die Jehova's-getuige viel in heel Middelstum de stroom uit.

Intussen zat de Schrik van Middelstum met zijn Nintendo 65+ te spelen toen de stroom uitviel. Dat was voor hem het moment om weer eens wat zwart bij te gaan verdienen. Hij pakte zijn fiets en ging naar het kleine huisje op de kale vlakte. Toen de Schrik daar aankwam trof hij de wanhopige Jehova's-getuige aan die om de brandweer riep, want door zijn geknoei met stroomkabeltjes was het huisje in de fik gevlogen.

Even later de brandweer eraan. Dat wil zeggen een brandweerauto met een grote slang, alleen het water uit het Boterdiep was onbruikbaar, omdat bij een of ander dorpsfeest de grootste krijskop van het dorp was gelyncht en daarna uitgestrooid over het Boterdiep, dat daarop meteen licht begon te geven.


Maar intussen werd in Gieten de sfeer wat grimmig. Alle feestgangers kregen spontaan medelij met Assenpoetser. Een der organisatoren had gauw een antennemast gebouwd en daar de stiefmoeder aan opgehangen terwijl de jeugdige feestgangers rotte tomaten en dito eieren uitdeelde aan de aanwezigen. Die konden er dan mee naar de stiefmoeder gooien.

Maar toen het tomatensmijten net was begonnen, ging het heel hard hagelen. Hagelstenen zo groot als hunebedden (echt waar) kwamen naar beneden, maar raakten helemaal niks. Ja de allerlaatste (en ook meteen de grootste hagelsteen) kwam terecht op die stiefmoeder. Op vreemde wijze zat er geen krasje op de mast.

Daarop vluchtte de stiefmoeder in de nacht en in Gieten ging het feest weer verder. Maar een paar dagen later stond de stiefmoeder in Middelstum. Ze zocht naar Assenpoetser. Maar ze stuitte op een illegale bouwplaats. Dat was het bolwerk van de Schrik. De stiefmoeder dacht dat het de verblijfplaats van Assenpoetser was. Toen ze aanbelde deed de Schrik open en hij dacht dat er een kruising van Miss Piggy, Eucalypta en Zuster Clivia voor zijn deur stond en stuurde meteen Theo de Langstaartplatbekteckel op haar af.

"Ga weg vieze krokodil!", riep de stiefmoeder, terwijl ze door de straten van Middelstum rende, achternagezten door die Langstaartplatbekteckel. Het was ook nog midden in de nacht, dus dat gaf commotie in het dorp. Achtervolgd door een horde woedende Middelstummers verschanste ze zich in het huisje van Pikzwartje, Assenpoetser en de Negen Dwergen. Pikzwartje werd wakker van het lawaai en pakte haar honkbalknuppel. Daar zat ook nog eens een spijker in en ze wou daar de stiefmoeder mee bewerken.

Dit ruziemakende gezelschap met de boze menigte verplaatste zich richting het nabijgelegen pand van de plaatselijke koekebakker. De stiefmoeder vluchtte naar binnen en vrat alle aanwezige koekjes op. Daar werd ze ontzettend misselijk van en uit wanhoop dronk ze water uit het Boterdiep, daarvan werd ze nog beroerder en wat er toen gebeurde laat ik aan jullie eigen fantasie over. Maar even later was heel Middelstum bezaaid met half-verteerde koekies en gal.

De stiefmoeder werd door de dorpsveldwachter in een diepe kerker gegooid en de Middelstummers gaven een groot feest. Want ze hadden een gemeenschappelijke vijand verslagen. En iedereen leefde nog lang en gelukkig.

Waar wachten jullie nou nog op? Het verhaaltje is afgelopen. Wat? Moet er ook nog iemand trouwen? Wie dan? Goed jullie je zin. Pikzwartje bleek lesbisch te zijn, Assenpoetser ook. Dus gingen ze trouwen. Nou rustig? Mooi. Maar voor dat jullie naar huis gaan wil ik nog een ding weten. Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?

Josje Habing/Adora Mooonchild Publishing � 2003
Hosted by www.Geocities.ws

1