| JOSJE'S WERELD | ALTERNATIEF VREUGDEVUUR | ||||
| Het was 3de Kerstdag. Iedereen bonjourde zijn/haar kerstboom het huis uit en de dagen daarna werden ze opgehaald door de plaatselijke jeugd om op een (niet door de gemeente aangewezen) plaats neergekwakt, om op Oudejaarsdag in de fik gestoken te worden. Ook Delfzijl had enkele van deze plaatsen. Maar een van deze plaatsen leek behekst te zijn. Wat de jeugd er ook voor brandbare rommel ingooide. Er kwam niet een vlammetje vanaf. Zelfs benzine of petroleum hielp niet. Maar toen het eindelijk wilde branden stond een der kerstbomen op en zei: "Zullen we jullie eens op een grote hoop gooien en in de fik steken?" De stoerste bink wilde dit wel even tegengaan. Maar nog voor hij de kerstboom een schop kon verkopen, werd hij door de kerstbomen vastgegrepen en in een tuin geplant en versierd met lichtjes. De andere kinderen renden hard weg, om hun grote broers op te halen. Toen die even later die kerstbomen een lesje wilden leren werden ze zelf op een grote hoop gesmeten en in de fik gestoken. Toen de ouders dit zagen belden ze de politie. Maar de politie was met Oud- en Nieuw-verlof. Maar al snel kwamen daar Pikzwartje en de Negen Dwergen. Eigenlijk was dat een groep viezerikken, want ze zongen de hele tijd van: "We hebben toverkracht! We hebben toverkracht!" De kleinste van die dwergen liep er dan altijd huilend achteraan. Een oude mevrouw zag dit en vroeg: "Jongen, waarom moet jij zo huilen?" "Ik heet To", zei het kleine dwergje. Maar nu even verder met het verhaal, want we dwalen af. Pikzwartje en zijn acht niet huilende companen pakten hun slag- en steekwapens en steekten er lustig op los in de kerstbomen. Die een voor een kermend van pijn de aftocht wilden blazen. Maar de jeugd was inmiddels bevrijd en gooide alle kerstbomen op een hoop en staken ze allemaal in de fik. En terwijl de jeugd om het grote vreugdevuur danste, dronken Pikzwartje en zijn mannen op de goede afloop. Maar... Pikzwartje zijn Gl�hwein smaakte naar vergif, dat was het ook. En Pikzwartje lag op de grond. Dood!!!! Terwijl de Negen Dwergen om hem heen stonden te treuren kwam daar de Prinses op het Zwarte Paard langs. Ze gooide een emmer water over hem heen, waarop hij wakker werd. En ze zei: "Hey Virgil man, ben je weer te ver van huis gelopen? Als je vader thuiskomt vertel ik het meteen!" En met kreeg hij een draai om zijn oren met een slipper. Eind goed. Al goed. Josje Habing/Adora Moonchild Publishing � 2002 |
|||||