JOSJE'S WERELD
HET KERSTVERHAAL
Jozef was timmerman op de Sociale Werkplaats van Nazareth. Zijn vriendinnetje Maria was een luie hautaine tante. Jozef was een jongen die vroom volgens de regels leefde, doch niet al te snugger. Maria was daarentegen heel anders. Zij smeet kwistig met de schaarse centen die Jozef verdiende op de werkplaats. Op een dag kwam Jozef thuis en Maria zei: "Jozef, ik ben zwanger!" Jozef snapte het niet helemaal, want hij hield zich ook keurig aan de regel 'geen seks voor het huwelijk'. Maar hij dacht dat het gebeurd was, toen hij een keer een snoepje van Maria kreeg en daarna de witte middenstreep van de Dorpstraat in Nazareth probeerde op te rollen.

Op een dag zei hun keizer Herodes, dat iedereen terug moest naar de stad waar hun vader geboren was. Voor Maria lag dit wat moeilijker, aangezien haar pa iedere bejaarde inwoner van Nazareth geweest had kunnen zijn. Jozef zijn pa kwam van Bethlehem, dus gingen ze daar maar naar toe. Maar Jozef zijn baas deed daar verschrikkelijk moeilijk over, zo moeilijk dat ze pas op het laatste moment wegkonden. Jozef en Maria laadden hun hele hebben en houden op hun nukkig ezeltje. Het was wel een bijzonder ezeltje, want die had een bek vol gouden tanden.

De weg naar Bethlehem was lang en gevaarlijk. Achter iedere boom stond wel een struikrover klaar om Jozef te helpen die ezel weer een paar meter te laten lopen. Maria was van het lopen zo moe geworden dat ze ook nog eens op de rug van de ezel ging zitten. En toen die ezel voor de zoveelste keer dienst weigerde, was voor een der struikrovers de maat vol. Hij prikte met een speld in het achterwerk van dat beest en dat gaf me daar toch een partij gas. Jozef kon er niet meer tegen rennen. Nou weten we ook wie Ezeltje Prik heeft bedacht.

Aangekomen in Bethlehem bleek er maar een hotel te zijn. Toen Jozef daar aankwam bleek er geen plek meer te zijn. Ja, een afgekeurd fietsenhok waar junkies meestal de nacht doorbrengen. Jozef hield de eer aan zichzelf en ging eigenhandig op zoek naar een kraakpand. Haast was geboden, want het kind kon elk moment geboren worden. No problemo voor Jozef. Binnen vijf minuten had hij al onderdak gevonden; een stal vol met dieren. Maria zei nog: "Jozef, dat kun je niet maken. Als de boer dit ziet zijn we klos!" Jozef nam daar geen aanstoot aan en bouwde de stal om in een kraamkamer.

Nog voor dat kind goed en wel ter wereld was, stonden er drie vreemde kerels bij de deur. Een van hem gaf Jozef een scheikundedoos. "Voor je zoon.", zei die vent. Maar toen het kind eenmaal ter wereld was, was er een klein probleempje. Het was een wichtje. Jozef nam daarop eigenhandig bezit van de scheikundedoos en ging met kort verstand te werk. Bij een foutief mengsel, ging het dak eraf.

Even later kwamen en stel herders langs die schijnbaar naar het voetballen geweest waren, want ze zongen van: "AJAX AJAX!" Jozef, een oprecht Feyenoord-supporter, gruwelde ervan doch liet ze verder met rust. Maar opeens kwamen de herders zijn richting op, om naar 'zijn' dochter te kijken. "Kom gerust kijken", zei Jozef. "Maar jullie houden jullie koppen dicht over Ajax", voegde hij er nog aan toe. Maar toen die herders binnenwaren hiefen ze opeens het Ajax-lied aan. De pis werd Jozef lauw. Maar de pis werd hem nog lauwer toen hij allemaal engelen boven zijn hoofd zag cirkelen die ook meebl�rden.

Het feest was inmiddels in volle gang. Maar opeens kwam daar Ron Brandsteder aanzeilen. Hij begon meteen met zijn: "Maar engelen bestaan niet." Die engelen die hoorden dat natuurlijk en een van hun had een pijl een boog bij zich en schoot een pijl in Ron zijn klok- en hamerspel. Die ineens heel hoog kon zingen. Maar in al dat tumult had dat wicht nog steeds geen naam. Maar ze werden al snel aan een naam geholpen, want een van de koeien was ontsnapt en de boer rende erachteraan en riep maar van: "Gretha, kom hier!"

Uiteindelijk keerde de boer terug met de koe en zag wat er met zijn stal was uitgevreten. Hij rende meteen het land op richting de vogelverschrikker. Trok aan het touwtje van de motor en met een paar welgemikte klappen en schoppen werd het hele zootje de stal uitgeslagen door de vogelverschrikker. Zo kon iedereen weer rustig verder slapen.

NOT! Gretha bleek echt niet van Jozef te zijn. Want inmiddels was het dag geworden en deed de postbode zijn ronde en Gretha zag hem en riep heel hard: "Pappa! Pappa! Hier ben ik dan!"

Jaja, soms zit het mee, soms zit het tegen.

Josje Habing/Adora Moonchild Delfzijl � 2002
Hosted by www.Geocities.ws

1