De Hulpverlening
Nederland wil graag een image uitdragen een
sociaal land te zijn, waar de zwakkeren in de maatschappij
ontzien worden. Ok, het is hier nog geen Verenigde Staten van
Amerika, maar dat het allemaal zo goed werkt, is een sprookje.
Een sprookje zonder het gebruikelijke slot: "... en ze
leefden nog lang en gelukkig. En de signalen zijn duidelijk. Het
wordt er allemaal niet beter op. Zalm, een duidelijke fan van de
onbeschofte manier hoe er in de VS met mensen wordt omgegaan, zit
weer met zijn tengels aan de schatkist. zonder enig gevoel van
schaamte. Hij was toch een belangrijke pion in Paars. En onder
Paars is het onderwijs, de gezondheidszorg, plus een hoop andere
zaken, naar de knoppen geholpen. Daarbij dapper geholpen door
Borst, een van de slechtste naoorlogse ministers, wat
gezondheidszorg betreft. Dat heeft haar partij er niet van
weerhouden om ook maar weer plaats te nemen op het zakkenvullende
pluche. Deze coalitie, met de onbetrouwbaar lachende Balkenende,
heeft de aanval al ingezet op het laatste restje steun voor de
zwakkeren. Het was al niet veel en nu wordt het gereduceerd tot
vrijwel niets.
Waar geldverslindende projcten als de Betuwelijn, de Hoge
Snelheidslijn en andere stokpaardjes van deze gewetenloze
hobbisten (met connecties in het bedrijfsleven die daardoor,
ondanks een malaise, er WEL goed aan verdienen) gewoon door gaan,
blijven ze de leugen verspreiden dat het zo slecht gaat, dat
snijden in sociale verworvenheden onvermijdelijk is. Het gaat
inderdaad minder, maar echt niet zo slecht als zij ons willen
doen geloven. Als dat geval was, denken jullie dan werkelijk dat
bodemloze putten als voornoemde Betuwelijn en de HSL zouden
doorgaan? En dat Nederland, in opdracht van het neokoloniale
Amerika een bezettingsleger naar Irak zou sturen? Als je dat
gelooft dan kan jou alles wijs gemaakt worden. Pure propaganda om
te zorgen dat hun zakenvriendjes ook in wat mindere tijden hun
hebberige handjes kunnen vullen. Ten koste van de zwakkeren in de
maatschappij, waar met name het CDA toch moeite mee zou moeten
hebben. Als die C tenminste nog Christelijk betekent. In Gods
Woord wordt toch duidelijke taal gesproken hoe men met de
zwakkeren om moet gaan. Pffff, sorry, dat moest er even uit. Nu
verder met mijn persoonlijke belevenissen met de hulpverlening.
Of is het hulponthouding?
Op verschillende momenten tijdens mijn depressie heb ik geprobeerd hulp te krijgen bij diverse instanties. En daar wordt je niet vrolijk van. Het is een ondoordringbaar oerwoud van regeltjes en bureaucratie, waar de eigen organisatie belangrijker is geworden dan die mensen, waarvoor zij bezig zouden moeten zijn. Ik heb begrip voor het excuus dat door bezuinigingen het allemaal minder is geworden, maar dat mag niet gebruikt worden als een excuus voor alles. Hulpverleners, die hier de revue zullen passeren, zijn: de ARBO arts, de Bedrijfs Maatschappelijk Werker, psychotherapeuten, het RIAGG, Maatschappelijk Werk, Sociaal Raadslieden en diverse organisaties. Ik heb nogal 'geshopt', zoals het wordt genoemd. Niet constant. Op den duur wordt je zo moedeloos, dat je nergens meer aan durft te kloppen.
De ARBO arts
Tijdens mijn depressie heb ik met drie ARBO artsen te maken gehad.
De eerste was dus degene, die constateerde dat het met mij niet
goed zat. In de maanden daarna heb ik geen negatieve dingen met
hem meegemaakt. In mijn ervaring was hij, beroepsmatig dan wel
natuurlijk, oprecht betrokken bij mijn welzijn. Hij liet me in
alle rust terugkomen, niet onnodig uren reizen voor iets wat ook
wel telefonisch afgehandeld kan worden, in het hele traject de
'vinger aan de pols houdend' wat de ontwikkelingen waren. Hij
liet zich niet onder druk zetten door de werkgever, maar handelde
met het doel om mij uiteindelijk weer helemaal in het
arbeidsproces te doen terugkeren.
De tweede was een ander verhaal. Ik denk dat ze het wel goed
bedoelde, maar heb toch sterk de indruk dat ze niet helemaaal
opgewassen was tegen de druk vanuit P&O. Er waren momenten
dat ze voorzichtig kritiek uitte als P&O verkeerd bezig was.
met name de talloze keren, dat ik moest opdraven om over reïntegratie
te praten, en P&O het voor de zoveelste keer had laten
afweten, niets geregeld had en - op zeker moment - het hoofd van
P&O zelfs op vakantie was gegaan zonder iets te regelen. Er
was een duidelijke afspraak dat hij voor een bepaalde datum het
geregeld moest hebben, een afspraak tussen P&O, de ARBO arts
en de USZO. Maar hij had niets ondernomen, ook niet gedelegeerd,
en was doodleuk op vakantie gegaan. Daar heeft de ARBO arts wel
wat van gezegd.
Voor het overige was deze ARBO arts, zoals ik het kan beoordelen,
voornamelijk bezig om haar baantje te behouden. De eerste arts
wilde nog wel eens in de bres springen als P&O onredelijk
bezig was, de tweede liet het dan volkomen afweten. Het is wel
een beetje te begrijpen. Vroeger had je de Bedrijfsarts en die
zat er dan jaren. Die kende ziijn pappenheimers en opereerde toch
vrij onafhankelijk. Daar is een aantal jaren geleden verandering
in gekomen. De ARBO arts wordt beoordeeld aan de hand van hoeveel
werknemers hij/zij aan het werk houdt en/of terug brengt. Er zijn
legio voorbeelden van artsen die daarom mensen veel te vroeg weer
nn het werk sturen met desastreuse gvolgen voor hun gezondheid.
Als ze daardoor voorgoed uitvallen is niet zo erg. Allerlei
slinkse methoden zorgen er dan voor dat deze slachtoffers van het
moderne ARBO beleid heel snel in de bijstand, of zelfs helemaal
zonder wat voor rechten dan ook, belanden. Dan krijgen we weer te
horen hoe goed het wel niet gaat, dat steeds meer mensen in de
WAO of Ziektewet belanden. Volgens de cijfers gaat het goed, maar
in werkelijkheid is er een schrikbarende groei van schrijnende
gevallen, die buiten de cijfertjes blijven. Ook zijn er gevallen
bekend, waar een ARBO arts wel gewetensvol zijn werk wilde doen,
maar achter de schermen dan door de werkgever er uit werd gewerkt.
Deze tweede arts handelde m.i. voornamelijk uit lijfsbehoud. In
onze gesprekken ging het vrijwel nooit over wat ik meeemaakte,
hoe het mij ging, geen meedenken om mij weer gezond te krijgen.
Het ging voornamelijk over regeltjes, formaliteiten. Bij haar
moest ik dan ook steevast altijd op het spreekuur komen, ook al
was er niets te melden. Van haar kant niet en ook van mij niet.
Die gesprekken waren dan vaak ook kort, maar ik moest daar wel 2
x 1 uur voor reizen en uit eigen zaak betalen. Ze presteerde het
ook om zelf afwezig te zijn terwijl er een afspraak was dat ik
moest komen. Toen ik uren later eindelijk aan de beurt kwam er
enkel een verklaring, geen excuus. Ze vond het waarschijnlijk
heel correct. Toen ik in eeen hevig conflict met P&O was
geraakt is er geen moment geweest dat ze voor me in de bres
sprong. Mijn gezondheid was voor haar niet zo belangrijk. Ik
begrijp haar angst om haar baantje te verliezen, maar vind dat je
dan dit werk niet moet doen. Bij een arts moet het welzijn van de
patienten vooropstaan.
Van de derde arts heb ik nooit wat gehoord, waarschijnlijk omdat
mijn werkgever al had besloten mij te dumpen.
De Bedrijfs Maatschappelijk Werker
In het begin van mijn ziekteverzuim werd me gevraagd of ik
kontakt wilde hebben met de Bedrijfs Maatschappelijk Werker. Daar
had ik toch wat moeite mee. Tijdens mijn tropenjaren in
Wageningen (kijk bij Mijn Werkgever) heb ik eens hulp gevraagd
en, i.p.v. bij hogerhand een onhoudbare situatie aan te kaarten,
kwam ze met het advies dat ik mij moest aanmelden bij een of
ander 'spiritueel centrum' om via holistisch denken mezelf te
ontdekken, zodoende lekkerder in mijn vel te zitten en de
problemen dan aankon. Geen woord over de werkelijke oorzaken van
mijn vastlopen.
Dat was geen probleem. We hadden de luxe dat we over twee BMW'ers
konden beschikken. Na een fusie waren ze beide nog aangebleven.
Ik stemde heel graag in, wilde zo graag hulp.
Het eerste gesprek was heel hoopvol. Het 'klikte' wel en ik begon
weer wat vertrouwen te krijgen. En het ging inderdaad een tijdje
goed. Ik had het idee dat ik er niet meer alleen voor stond en
kreeg weer hoop dat het uiteindelijk allemaal weer goed zou komen.
Helaas was dat van niet al te lange duur.
Mijn ex, we waren toen nog niet gescheiden, liet zich ontvallen
dat ze de Bedrijfs Maatschappelijk Werker had gebeld. Ik vreesde
het ergste, want ze liep overal rond te bazuinen dat het allemaal
wel meeviel met me en dat ik niets aan mijn situatie deed, het
wel goed vond zo. Daags daarna kwam hij weer bij me op bezoek.
Het gesprek liep deze keer heel anders. De toon was veel koeler
en hij klonk ook ongeduldiger. Ik heb hem toen gevraagd of dat
kwam omdat mijn vrouw hem had gebeld. Ik meende dat je eerlijk
met elkaar om moest gaan, dat je zulke dingen in een hulpverlener
- hulpzoekende relatie kunt vragen, ja zelfs zou moeten worden
aangemoedigd. Voor een hulpverlener moet het toch fantastisch
zijn als er eerlijk over gevoelens, etc. gesproken wordt? Helaas,
hij werd kwaad, stond op en zei dat, als ik hem niet vertrouwde
hij geen zin had om maar iets voor me te doen. Het was afgelopen.
Bij de geopende deur draaide hij zich nog een keer om en begon me
de les te lezen. Ik zei hem dat hij als de bliksem moest maken
dat hij mijn huis uitkwam, anders zou ik hem er uit schoppen.
Aan de werkgever heeft hij een wat andere versie van het verhaal
verteld. Hij vertelde, dat ik hem de deur had uitgezet en dat ik
geen kontakt met hem meer wilde hebben. Eerlijkheid schijnt voor
hulpverleners ook moeilijk te zijn, als hun eigen falen aan het
licht komt. Niet ik had het kontakt verbroken, maar hij. Ik pikte
het alleen niet dat iemand, die weigert om mij nog verder te
helpen, wel meent mij nog even een lange preek te kunnen
toedienen. Ik denk dat hij zo onredelijk kwaad werd over mijn
vraag omdat ik een gevoelig punt raakte, dat hij inderdaad was beïnvloed
door mijn vrouw.
Psychotherapeuten
Al vroeg in mijn depressie ben ik op zoek gegaan naar
professionele hulp. Ik was toen nog verzekerd, dus dat was geen
probleem, dacht ik. Via een kennis kwam ik terecht bij een
psychotherapeut in Arnhem. Na telefonisch kontakt ben ik bij hem
langs geweest voor een intakegesprek van een paar uur. In dat
gesprek moest ik over mezelf vertellen. Het grootste gedeelte
ging over mijn jeugd en was nogal emotioneel. De conclusie van de
psychotherapeut was dat het goed zou zijn om mijn jeugd samen
door te nemen. Hij stelde een traject voor, zei er bij dat het
heel pijnlijk zou zijn, maar dat ik na afloop van de therapie
geleerd had om alles een plaats te geven, alles op een goede
manier had verwerkt. Ik besloot om het te doen, was wel bang maar
als dat de enige mogelijkheid was, dan moest het maar. Onderweg
naar huis was ik moe, doodop van al die emoties en heel onzeker
over wat komen ging. Ik weet nog niet of het een juiste methode
was. Ik belde met de verzekeraar, maar kreeg daar te horen dat
die behandeling niet vergoed zou worden, omdat de therapeut niet
aangesloten was bij een of andere vereniging.
Via een andere kennis kom ik terecht bij een psychotherapeut in
Ede. Na telefonisch uitgelegd te hebben wat er met me aan de hand
is, besluit ze met me 'in zee te gaan' mits de verzekering
betaalt. Wederom vang ik bot bij VGZ. Ik krijg te horen dat ik
via de huisarts een verwijzing moet krijgen naar een psychiater
of het RIAGG. Als die dan besluiten voor een of andere
psychotherapeut, dan wordt dat, onder allerlei voorwaarden, (gedeeltelijk)
vergoed. Via de huisarts beland ik vervolgens bij de RIAGG, waar
ik een intakegesprek krijg.
Het RIAGG
Aan de psycholoog van het RIAGG vertel ik in grote lijnen zo'n
beetje hetzelfde als wat ik aan die psychotherapeut in Arnhem heb
verteld. Maar deze keer is de conclusie totaal anders. Volgens
hem is het niet verstandig om mijn jeugd weer helemaal op te
rakelen. Het zal meer schade aanrichten dan dat het helpt. Het is
gewoon te veel en te heavy. Hij stelt dus voor om meer te werken
aan de huidige gevoelens. Ik weet het ook niet meer.
Nuanceverschillen door inzichten, ok, maar wat de een als
essentieel noemt, verwerpt de ander als iets destructiefs! Wie
heeft er nu eigenlijk gelijk? En welke methode werkt nu echt?
Een vervolggesprek met iemand van het RIAGG heb ik nooit gehad.
Wel word ik na een paar weken door iemand gebeld, die zegt een
gespreksgroep te leiden en dat het RIAGG mij had opgegeven. Die
gespreksgroep staat op het punt van beginnen en ze wilden graag
eerst even een gesprek met mij. Ik wil toch eerst wel wat meer
informatie. Het overvalt me nogal. Ik heb eigenlijk meer behoefte
aan persoonlijke gesprekken. Er zijn gigantische dingen, die mij
dwars zitten en daar wil ik mee leren omgaan. Na wat meer
informatie zie ik het nog minder zitten. Het blijkt namelijk om
een groep mensen te gaan, die moeten leren om voor zichzelf op te
komen. Dat is inderdaad wel een van mijn zwakheden, maar slechts
een klein gevolg van veel diepere zaken. Ook de lokatie is nou
niet bepaald leuk. Ik heb geen auto, moet dus alles per fiets of
openbaar vervoer doen en dan is Veenendaal niet te prefereren. Ik
snap het ook niet. Waarom moet ik helemaal naar Veenendaal,
terwijl (behalve Wageningen) Bennekom, Ede, Renkum, Oosterbeek en
zelfs Arnhem makkelijker te bereiken zijn? Ik besluit toch maar
voor dat gesprek te gaan. Het is het enige wat ik aangeboden
krijg, andere hulp is er niet. Dat gesprek met de man en vrouw,
die de groep gaan leiden, bevestigt mijn bange vermoedens. Ik heb
daar echt niets te zoeken. Misschien in een volgende fase
wellicht zou het goed zijn om aan dat facet van mijn problemen te
werken, maar eerst moeten trauma's uit de weg worden geruimd. Dat
vertel ik ze ook en ze vragen me om het de komende week nog even
te overdenken. Naar het eerste groepsgesprek ben ik niet gegaan.
Daags erna belt de grespreksleider me weer om me opnieuw uit te
nodigen. Ik vertel hem maar weer van mijn bedenkingen, waarop hij
voorstelt om tenminste een keer te komen om het mee te maken en
dan te besluiten of het wat is. Daar stem ik dan mee in, je moet
alles een kans geven. Misschien vergis ik mij. Het tweede gesprek
van de groep ben ik dus ook aanwezig. Helaas is het nog erger dan
ik had gedacht. Er vindt een terugkoppeling plaats van de vorige
keer. Mensen hebben de opdracht gekregen om voor zichzelf op te
komen en vertellen nu wat ze er mee hebben gedaan. Iemand heeft
op het werk iets gezegd over een probleem en een ander heeft
eindelijk, na jaren, iets durven zeggen over die blaffende hond
van de buren. Ik zeg maar niets, ook al nodigt de gespreksleiding
me wel daartoe uit. Op een gegeven ogenblik wordt ik daarmee
geconfronteerd: "Jij zegt helemaal niets, wij willen ook
horen hoe jij je voelt, hoe jij over deze dingen denkt." Ik
zeg, dat me dat ook niet verstandig lijkt. Zij blijven echter
aandringen en willen ook dat ik eerlijk ben. Ik haal diep adem en
zeg: "Ik snap nog steeds niet wat ik hier doe. Ik ben naar
het RIAGG gegaan omdat ik een depressie heb door traumatische
ervaringen en het enige wat ik dan krijg is een gespreksgroep
waarin ik ga leren hoe ik voor mezelf op moet komen. Begrijp me
niet verkeerd. Ik vind het fantastisch dat u geleerd hebt om op
het werk iets te kunnen zeggen en ook dat u hebt geleerd om naar
de buren te gaan en iets te zeggen over die blaffende hond. Ik
wil het helemaal niet bagateliseren. Ik begrijp dat het een echte
obsessie was en dat uw leven echt verbetert door wat u hier leert.
Maar ik zit hier omdat ik heel veel geweld heb meegemaakt, omdat
ik in mijn jeugd mijn vader wou vermoorden omdat hij mijn zus
heeft verkracht. Ik hoor uw problemen en denk: Ik wou dat ik die
had. Ik worstel met het feit of ik nog wel verder wil leven."
Er volgt een pijnlijke stilte. Niemand zegt meer wat. Dan zeg ik:
"Dat bedoel ik. Ik ben bang dat, als ik dingen vertel het
'uit de toon' is. Mijn problemen zijn van een andere aard,
heftiger. Zet me in een andere groep met mensen, die eenzelfde
soort ervaringen hebben en ik doe aktief mee. Ik wil met hen
lachen, huilen, knetteren, alles. Maar dit wordt niks." Na
het groepsgesprek moest ik nog even blijven om met de leiding te
praten. Toen heb ik weer herhaald wat ik al eerder zei. Dat ik
behoefte heb aan persoonlijke gesprekken. Het is er nooit van
gekomen. Ik heb lang niets meer van het RIAGG vernomen en toen ze
me eindelijk, na maanden, weer eens belden was mijn vertrouwen in
hen volkomen verdwenen.
Het RIAGG Arnhem
Op 29 Oktober 2001 liep ik door Arnhem. In die periode had ik het
echt zwaar. Ik had die dag een gesprek met de afdeling Personeel
& Organisatie wat heel dramatisch was verlopen. Het was de
zogeheten druppel die de emmer deed overlopen. Ik worstelde al
een tijdje met het probleem of ik wel verder wilde leven zo en
dit verergerde dat. Ik heb een tijdje door Arnhem gezworven met
allerlei rare gdachten en kwam toen langs het politiebureau. Ik
ben daar naar binnen gegaan en heb gezegd dat ik dringend hulp
nodig had, omdat ik met zelfmoordgedachten rondliep. Zij verwezen
mij naar het RIAGG en legden ook uit hoe ik er moest komen.
Ik ben gelijk daarheen gegaan, maar kreeg daar te horen dat er
niemand beschikbaar was. Ik vroeg toen om een ander adres of
telefoonnummer omdat ik dringend iemand moest spreken, maar dat
kon alleen via de huisarts. Ik zei dat ik niet in Arnhem woonde,
maar in Wageningen, maar het had geen zin: er was niemand
bereikbaar.
Ik ben toen naar het nabijgelegen Velperpein station gelopen met
gedachten om er dan maar een eind aan te maken. Als zelfs mensen,
die er voor betaald worden, niet wilden helpen, dan had het
allemaal geen zin. Ik liep naar het einde van het perron, ging
daar op een bankje zitten en schreef daar een briefje:
"Als je dit vindt dan ben ik er niet
meer. Ik zie het leven niet meer zitten. Ik ben bij de politie en
het RIAGG geweest omdat ik met iemand hierover wilde praten, maar
er was niemand. Het is genoeg geweest. Dit lijden duurt te lang
en doet te veel pijn.
(MIJN NAAM) maandag
Zeg tegen mijn kinderen dat ik heel veel van ze hou!"
Ik heb daar toen zitten huilen om de uitzichtsloosheid van alles.
Toen bedacht ik dat ik toch een soort afscheid van mijn kinderen moest nemen om ze te laten weten dat ik echt veel van ze hou en zodoende, al zal het niet veel helpen, toch proberen iets van de pijn weg te nemen.
"Lieve NAAM en NAAM,
Het spijt me dat er niet meer voor jullie ben. Het spijt me ook
dat ik de laatste jaren door mijn ziekte niet die vader was die
twee fantastische kinderen, als jullie zijn, verdienen.
Dat ik er niet meer ben komt zeker niet door jullie. Integendeel.
De momenten dat ik de laatste jaren af en toe nog een fijn gevoel
had kwam door jullie.
Ik kan helaas niet meer verder. Het leven doet veel te veel pijn
en het ziet er niet naar uit dat het ooit verbetert. Als ik naar
de toekomst kijk dan wordt het alleen maar erger.
Beloof mij een ding: Maak alsjeblieft wat van je leven. Zorg dat
je een gelukkige toekomst tegemoet gaat.
Ik hoop dat jullie iemand mogen ontmoeten die van je houdt en dat
jullie echte liefde mogen ervaren.
NAAM, NAAM: Ik hou heel veel van jullie. Jullie kunnen je niet
voorstellen hoeveel. Dat gevoel is zo sterk."
Ik kon toen niet meer verder schrijven en heb
daar een tijd zitten janken. Na een tijdje ben ik richting
busstation gelopen om naar Wageningen te gaan. Met gemengde
gevoelens: Bij het schrijven van die brief realiseerde ik me dat
ik dat mijn kinderen toch niet aan kon doen, ik had toch nog een
verlangen om te leven, maar aan de andere kant ook weer niet: ik
weet niet hoe het verder moet.
Om half acht of zo was ik thuis, heb mijn kinderen omhelst en een
tijdje vast gehouden zonder te vertellen wat er was gebeurd. Toen
heb ik een beetje gegeten, waarna ik me heb teruggetrokken om
alleen te zijn.
Maatschappelijk Werk
Sinds dit jaar (2004) heb ik kontakt met Maatchappelijk Werk en
ik moet zeggen dat mijn beeld over de hulpverlening sindsdien is
gewijzigd. Samen met de Maatschappelijk Werkster ben ik aan het
proberen mijn leven weer op de rails te krijgen. Haar hulp is
heerlijk na al die gesloten deuren. Ik krijg praktische tips, ze
belt als ik weer eens ergens bot schijn te vangen, en er zelf
niet doorkom, en ook begin ik een beter zicht te krijgen op mijn
situatie. Voorlopig heb ik nog een aantal gesprekken en dan gaan
we kijken hoe het gaat, of er aanleiding is om er mee door te
gaan en/of ik verdere hulp nodig heb. Ik heb weeer een beetje
hoop gekregen dat ik er daadwerkelijk helemaal uitkom. Zou het
dan toch lukken?
Sociaal Raadslieden
Ook mijn ervaringen met de Sociaal Raadslieden zijn heel positief.
De praktische hulp die ik daar krijg heeft me echt verder
geholpen, advies én ingrijpen waar nodig. Ze hebben er voor
gezorgd dat ik op een fatsoenlijke manier werd ontvangen bij het
CWI (na eerst ook daar tegen een muur te zijn aangelopen) en
hebben ook aktie ondernomen n.a.v. de afsluiting van gas en
elektra door de NUON. Ik hoop dat ik met hulp van Maatschappelijk
Werk en de Sociaal Raadslieden en eventueel therapie (als ik
eindelijk weer eens verzekerd ben tegen ziektekosten) deze zwarte
periode uit mijn leven eindelijk kan afsluiten en wel op zo'n
manier dat het ook nooit meer terug komt. Dat betekent ook het
verwerken van alles, zowel de traumatische ervaringen uit het
verleden alsook die uiterst negatieve zaken die ik tijdens mijn
depressie heb meegemaakt, hoe iedereen en alles me liet barsten.
Ik wil verder met mijn leven en wel eindelijk op een positieve
manier!
Copyright © 2003 - 2004 depress1999