Depressiviteit

Deze cursus is gericht op het overwinnen van uw depressiviteit. In dit eerste hoofdstuk geven we enige achtergrondinformatie over depressies en depressiviteit en over de theorie waarop deze cursus gebaseerd is.

1.1. Depressiviteit, depressie en depressieve klachten

Iedereen voelt zich wel eens wat terneergeslagen of 'down' of 'ziet het even niet meer zo zitten'. De oorzaak van deze somberheid is meestal wel duidelijk: een ruzie, een tegenvaller, onzekerheid of slechte vooruitzichten. Het hebben van dit soort gevoelens is heel gewoon en iedereen heeft er wel eens last van. Het verdwijnt meestal na een paar uur of na een paar dagen.
Soms duurt deze sombere stemming langer of komt hij regelmatig terug. De somberheid, die iemand dan ervaart, is heviger en intenser en klaart vaak niet zo snel weer op. Het maakt het leven moeilijker dan nodig is. Ook kunnen allerlei andere klachten optreden zoals interesseverlies, concentratieproblemen, eet- en slaapproblemen, veel denken aan de dood, vermoeidheid en lichamelijke klachten zoals hoofdpijn, buikpijn, rugpijn. Deze cursus is vooral bedoeld voor mensen die kampen met dergelijke somberheid. We noemen dat verder depressiviteit.
Sommige mensen hebben gedurende enige tijd in extreme mate last van depressiviteit. In dat geval wordt van een depressie of een depressieve stoornis gesproken. Er wordt geschat dat op elk moment drie tot vier procent van de Nederlanders een depressieve stoornis heeft. Als men spreekt van een depressie of een depressieve stoornis is er in extreme mate sprake van depressieve klachten en zijn er nog allerlei andere klachten aanwezig. Mensen met een depressieve stoornis kunnen ook baat hebben bij deze cursus, maar het is voor hen aan te bevelen om individuele hulp te zoeken. In overleg met de behandelaar kan dan gekeken worden of deelname aan deze cursus zinvol is.

1.2. Oorzaken van depressiviteit

Er zijn verschillende oorzaken van depressiviteit. Zo is het bekend dat depressiviteit veroorzaakt kan worden door allerlei lichamelijke ziekten zoals bijvoorbeeld griep, lage of hoge bloeddruk, schildklierstoornissen, slechte voeding of ziekten als MS, suikerziekte of kanker. Ook medicijnen, drugs- en alcoholgebruik kunnen een rol spelen bij het ontstaan van depressies en depressiviteit. Een andere oorzaak kan een verlies zijn: het verlies van een naaste door de dood, het verlies van een baan, het vertrek van uw kinderen uit huis, een echtscheiding. Verder kunnen er ook psychische oorzaken zijn zoals ingrijpende jeugdervaringen, negatief denken of 'verkeerde' manieren van omgaan met andere mensen.
Het is nooit zo dat depressiviteit door slechts één van deze zaken wordt veroorzaakt. Het is altijd een combinatie van meerdere oorzaken tegelijk. Men gaat ervan uit dat mensen, die depressief worden, daar op de een of andere manier kwetsbaar voor zijn. Die kwetsbaarheid kan aangeboren zijn of later in het leven verworven. Als iemand kwetsbaar is voor het krijgen van depressiviteit kan die depressiviteit 'uitgelokt' worden door bijvoorbeeld een echtscheiding of een ziekte in combinatie met psychische oorzaken zoals negatieve denkgewoonten.

1.3. Denken, voelen en doen

Belangrijk uitgangspunt in deze cursus is de zogeheten Sociaal Leren-theorie. Deze theorie gaat ervan uit dat heel veel, van wat mensen doen, aangeleerd is. Binnen de grenzen van onze lichamelijke mogelijkheden leert ieder mens niet allen dingen doen (zoals praten, lopen en slapen) maar ook denken en voelen. Zo voelen we ons blij als onze favoriete voetbalclub een wedstrijd wint en voelen we ons teleurgesteld als ze verliezen. Maar iemand die niet van voetbal houdt wordt er niet warm of koud van. We leren bepaalde gevoelens te koppelen aan een liedje wat we hoorden tijdens een bepaalde speciale gebeurtenis. We leren ons veilig te voelen in ons huis en we leren ons geliefd te voelen als een naaste naar ons lacht.
Redenerend vanuit deze theorie kan ook depressiviteit veroorzaakt worden door bepaalde gedachten, gevoelens en gedragingen die mensen aangeleerd hebben. Het omgekeerde geldt daarbij ook: wanneer u uw manier van denken, voelen en handelen verandert kunt u zich minder depressief gaan voelen en zelfs helemaal van uw depressiviteit afkomen. Dit is wel iets wat stap voor stap dient te gebeuren.
Vroegere ervaringen hoeven niet te betekenen dat u nu geen nieuwe manieren van van denken, voelen en handelen kunt leren. We gaan ervan uit dat u in staat bent om die gebieden in uw leven te veranderen die bijdragen aan uw depressiviteit.

1.4. Negatieve en positieve spiralen

Als u iets positiefs meemaakt voelt u zich meestal ook goed: een prettig gesprek met een vriend, voorspoed voor uw partner of iemand anders die u dierbaar is, een plezierige herinnering aan iets wat u ooit meemaakte, een financiële meevaller...
Aan de andere kant kunnen negatieve gebeurtenissen ervoor zorgen dat u zich slecht voelt zoals een financiële tegenvaller, een herinnering aan iets vervelends van vroeger of tegenspoed voor uw naasten.
Als u te weinig positieve en veel negatieve dingeen meemaakt kunt u in een negatieve spiraal terecht komen. U voelt zich niet goed, daardoor onderneemt u minder leuke activiteiten, waardoor u zich nog depressiever gaat voelen en nog minder geneigd bent leuke dingen te ondernemen.

Er zijn allerlei zaken waardoor iemand in een negatieve spiraal kan komen zoals:
- negatieve gedachten en denkpatronen;
> - te weinig plezierige activiteiten;
- een gebrek aan sociale vaardigheden: hett omgaan met andere mensen levert te weinig positieve uitkomsten op;
- plotselinge veranderingen en verliessituuaties.

Gelukkig kan het ook andersom werken. Als u in de put zit en er gebeurt iets plezierigs, dan voelt u zich meestal ook weer beter. Daardoor heeft u ook weer meer positieve gedachten en meer zin om weer iets te ondernemen. Als u dan iets onderneemt, en het is nog leuk ook, voelt u zich nog beter.
Het doel van deze cursus is om, met behulp van bepaalde technieken die u zult leren, de negatieve spiraal te stoppen, of te zorgen dat u er helemaal niet in komt, en om deze negatieve spiraal om te keren naar een positieve.

Odrachten bij hoodstuk 1

Opdracht 1.1. Hoe voel ik me er dag?

Hoe u zich voelt verschilt waarschijnlijk van dag tot dag en mogelijk zelfs van uur tot uur. Ook mensen, die zeggen altijd depressief te zijn, hebben dagen dat ze zich minder ongelukkig voelen.
Het is de bedoeling dat u de komende tijd gaat bijhouden hoe goed of hoe slecht u zich voelt. Zo kunt u gaan zien door welke gebeurtenissen, situaties of kontakten met anderen u zich speciaal goed of juist slecht voelt.Tevens kunt u zo zien of u vooruitgaat door de vaardigheden die u in de cursus worden aangeboden.
Geef uzelf daarom vanaf vandaag elke dag een rapportcijfer: als u zich uitstekend voelt geeft u uzelf bijvoorbeeld een 8 of 9, als u zich matig voelt een 5 of 6 en als u zich heel slecht voelt een 2 of 3. Dit voert u in o het formulier Hoe voel ik me per dag. Bij de toelichting kun u de reden(en) van het cijfer geven. Als u zich meer aangesproken voelt tot beelden kunt u ook symbolen tekenen om uw stemming weer te geven.
U kunt dit alles het beste iedere dag op hetzelfde tijdstip doen, bijvoorbeeld vlak voordat u naar bed gaat. Leg of hang het formulier op een vaste plaats zodat u er iedere dag aan herinnerd wordt.

Een voorbeeld:

  Datum: Cijfer: Toelichting:
Dag 1. 23 maart 6 Een gewone dag zonder bijzonderheden
Dag 2. 24 maart 4 Had nergens zin in, kwam pas om 1 uur uit bed.
Dag 3. 25 maart 7 Fijn telefoongesprek met vriendin gehad

Terug naar Index - Door naar 2. Een probleem aanpakken

Hosted by www.Geocities.ws

1