| springen |
| vroeger: De springsport is ontstaan in de 20e eeuw. In 1864 was de eerste officiele springwedstrijd in Dublin. En in 1912 was het springen voor het eerst in de Olypische Spelen. |
| cavaletti: enkelvoud = cavaletto Een cavaletti is een reeks balken achter elkaar op de grond. De onderlinge lengte tussen de ( 4 � 5) balken is 1m. + een voet. |
| verlichte zit: Om mee te gaan met de beweging van het paard neem je de verlichte zit aan. Het is belangrijk dat je de beugels 1 � 2 gaatjes korter maakt voor de steun. Maak je rug hol, handen naar voren, benen iets naar achteren leggen en vooruit blijven kijken. |
| verschillende soorten hindernissen: - cavaletti of cavaletto (zie boven) - kruisje (twee balken die elkaar in het midden snijden). - muur (opgestappelde blokken hout). - oxer (twee hindernissen die in ��n keer genomen moeten worden). - stijlsprong (balken boven elkaar). - triple bar (zie oxer maar dan gaan de balken steeds hoger en er kunnen drie of meer hindernissen achter elkaar staan die in een keer genomen moeten worden). - hoogte sprong (meerdere losse hindernissen vlak achter elkaar die een voor een genomen moeten worden). - hek (geen losse balken maar een hek). - sloot- waterbak (bak met water van 10cm.-15cm diep en 2 meter lengte en vier meter breed). |
| wedstrijdrijden: Voordat de wedstijd begint moet je parcours verkennen. Je loopt even door de ring om de volgorde en bijzonderheden van het parcours te bekijken. Daarna kun je (weer verder gaan met) losrijden. wedstrijdtenu: - zwart, rood of groen jasje - witte- of beige rijbroek - witte handschoenen - zwarte rijlaarzen - cap - zweep van max. 75cm. - springteugels - peesbeschermers voor je paard - springschoen kunnen ook i.p.v. peesbeschermers. - springzadel (heeft een diepere zit, lagere kniewrong en een korter zweetblad). starten: Voordat je mag starten moet je eerst groeten, daarna klinkt de bel en dat is het startsein. Het parcours moet in chronologische volgorde genomen worden (1, 2 etc.). Weigeringen, vallende balken en een val van het paard leveren strafpunten of uitsluiting op. Zo wordt je b.v. bij drie weigeringen gedisqualiseerd. Na het parcours wordt de barrage gereden (finale). Dit geldt alleen voor de foutlose deelnemers. De combinatie met het minste stafpunten en de snelste tijd wint. Als je 156 of meer punten hebt krijg je (een) winstpunt(en). wedstrijdklasses: B (beginnend t/m 1m. hoog) L (licht t/m 1.10m. hoog) M (midden t/m 1.20m. hoog) Z (zwaar t/m 1.30m. hoog). ZZ (zeer zwaar t/m 1.40 � 1.50m. hoog). |
|