| Lippizaner |
|
| kenmerken: oorsprong: Oostenrijk schofthoogte: 1.53m. - 1.63m. kleur: schimmel. Als veulens worden ze zwart of als schimmel geboren, naarmate ze ouder worden, worden ze wit. exterieur: ramshoofd, bolle neuslijn, grote ogen, kort en sterke hals, hoog ingeplante staart, korte en sterke benen met een korte pijp, kleine voeten, krachtige achterhand. Kortom een compact lichaam. karakter: trots, intelligent, leergierig, braaf gebruiksmogelijkheden: hoge school, dressuur, circus, koetspaarden beweging stap: kort draf: hoge knie-actie galop: redelijk zwaar naam van het ras: De naam Lippizaner komt van de Oostenrijkse keizerlijke stoeterij Lippiza, vlakbij bij Tri�st. geschiedenis: De Lippizaners werden (en worden) vooral in en om Oostenrijk gefokt. Met als doel de Spaanse rijschool in Wenen. Al vanaf de 16e eeuw waren de mensen er druk mee. Het ras komt voort uit Polen ge�mporteerde fokmerries en de inheemse paarden uit de Karst. Die paarden werden gekruist met Napolitaanse en Andalusische hengsten. De Lippizaners bestaan uit zeven verschillende stammen: Favory, Maestoso, Conversano, Napolitano en Pluto In de 19e eeuw ontstond de Siglavy en de Incitato, die laatste soort werd In de Hongaarse stoeterij Babolna gefokt. Al snel kreeg het ras bekendheid door de spaanse rijschool, het ras was namelijk erg goed in de Hogeschool dressuur. Eerst wordt het paard afgericht dat duurt ongeveer vier jaar. Na de africhting krijgt het paard een opleiding in hogeschool sprongen en dat duurt ongeveer zeven jaar. De Lippizaners kunnen op hun twintigste levensjaar nog hoge prestaties neerzetten, gemiddeld wordt een Lippizaner ouder dan andere paarden. |
![]() |
![]() |
![]() |