Hoe schrijf je?
les 2, tijden
Met schrijven moet je altijd één tijd aanhouden.
Dus dat is of:
Maartje liep naar de trap en ging zitten
of:
Maartje loopt naar de trap en gaat zitten.
Dus niet Maartje liep naar de trap en gaat zitten. Dat ziet er nogal vreemd uit, vinden jullie niet?
Het huiswerk is: twee verhalen van minstens 9 zinnen, waarin jullie letten op de tijd, doe 1 in het heden en 1 in het verleden.