Hoe schrijf je?
les 3 leestekensWat houdt dat eigelijk in? Leestekens?
Leestekens zijn er om een tekst duidelijker te maken. Met punten weet je bijvoorbeeld wanneer een zin is geëindigt. Met een Hoofdletter weet je wanneer er een nieuwe zin is begonnen. Ook worden er hoofdletters gebruikt voor eigennamen, zoals Maria of Phillips.
Aanhalingstekens: Men gebruikt aanhalingstekens om aan te geven dat er iets gezegd wordt. Je kan 4 verschillende manieren aanhalingstekens gebruiken. 1) Twee aanhalingstekens aan elke kant van de gezegde tekst. Voorbeeld: ''Mag ik de suiker Janet?''
2) Eén aanhalingstekens aan elke kant. Voorbeeld: 'Mag ik de suiker Janet?'
3) Twee aanhalingstekens onder en twee aanhalingstekens boven. Voorbeeld: ,,Mag ik de suiker Janet?''
4) Eén aanhalingsteken beneden en één boven. Voorbeeld: ,Mag ik de suiker Janet?'
Dubbelepunt en punt komma.
Met een dubbele punt kan men iets aangeven. Bijvoorbeeld:
Vader zegt: ''Wil je die schaar even geven alstjeblieft?''
Een punt komma kan je ook voor zoiets gebruiken.
Bijvoorbeeld:
''Er is maar één ding dat ik voor mijn verjaardag wil hebben; een hond''
Trema's.
Trema's worden bijvoorbeeld gebruikt bij het woord 'naäpen'. De trema is die twee puntjes op de tweede a. Als je op naäpen geen trema zou zetten, zou je er net zo goed 'napen' neer kunnen zetten. Met die trema geef je dus de klank aan.
Uitroeptekens.
Uitroeptekens gebruik je altijd na een zin. Met een uitroepteken hoef je geen punt neer te zetten.
Voorbeeld: ''Ga naar je kamer.'' schreeuwt vader woedend. en ''Ga naar je kamer!'' schreeuwt vader boos.
Zie je het verschil tussen die twee zinnen? Bij de eerste zin lijkt het net alsof vader het hartstikke rustig zegt, terwijl er achter staat dat hij het schreeuwt.
Vraagtekens.
De naam zegt het al. Een vraagteken is een teken dat er iets gevraagd wordt. Als je bij een vraag geen vraagteken neerzet, lijkt het meer op een bevel.
Komma's.
Je scheidt een zin met een komma. Daarmee verkom je dat de zin te lang wordt om 1 één adem te vertellen.
Als je de woorden Omdat, want gebruikt in een zin moet je er ALTIJD een komma voorzetten. (Behalve als het woordje aan het begin van een zin staat.)
Bij het woordje of hoef je géén komma voor te zetten.
Maak een verhaal van weer minstens 9 zinnen waarin je op leestekens let. En of je ze wel goed gebruikt.