BUDDHAPAGE

                                                           NIBBANA:


 

Het Pali-woord Nibbana is afgeleid van de woorden nir en wana. Nir is een ontkenning; wana betekent weven of verlangen en is de kracht die ons van het ene leven naar het andere doet gaan. Nibbana is dientengevolge het vrij zijn van de binding met de kringloop van geboorte en dood door het uitdoven van begeerte.

Er zijn drie poorten tot Nibbana:

  1. Samma-Samboeddha: de weg van de wereldleraar.
    Door zich toe te leggen op de ontwikkeling van de Volmaaktheden (paramita) ontplooit de Bodhisatta, de aspirant, de mogelijkheid om op eigen kracht en zonder hulp van buitenaf de verlichting te bereiken, zodat hij deze voor het welzijn van alle levende wezens kan verkondigen. Er is nooit meer dan één Samma-Samboeddha tegelijkertijd.

  2. Pacceka-Boeddha: de weg van de zwijgende Boeddha.
    Hoewel deze Boeddha dezelfde verlichting heeft bereikt (in een tijdperk waarin de leringen van een Samma-Samboeddha onbekend zijn) heeft hij niet het vermogen om de Dhamma op grote schaal te prediken. Deze Boeddha's leven vaak in groepjes bij elkaar.

  3. Arahatta-Boeddha: de weg van de discipel.
    Door de instructies van de Samma-Samboeddha te volgen, kunnen zijn discipelen dezelfde verlichting bereiken en zich volledig bevrijden van alle onwetendheid en verlangen, en daarmee van het lijden. Zij zijn uiterst belangrijk voor het in stand houden van de leer van de Boeddha. Zij zijn de dragers van de Dhamma.

Elk van deze drie typen Boeddha's wordt gedreven door mededogen voor al wat leeft, en hun inspanning om zich eerst te ontdoen van alle begoocheling is niet uit eigen belang, maar voor het welzijn van allen. Hun voorbeeld en instructies zijn voor de ontelbare wezens in sa´sara een ware zegen, omdat zij wegwijzers zijn op het pad dat leidt tot het ophouden van alle leed, Nibbana.

Nibbana dient in dit leven verwezenlijkt te worden en is niet een staat die pas verkregen wordt na de dood. Er zijn twee aspecten van Nibbana, dat volmaakt, vreugdevol en gelukzalig is: a) de verlichte staat in dit leven zelf, waarin de processen die ons bestaan vormen zich nog voordoen en b) Nibbana na het overlijden (Mahaparinibbana), waarbij de bindingen van de vijf groepen van hechten weggevallen zijn.

Nibbana is niet een soort niets, alleen maar omdat we het niet met onze zintuigen kunnen waarnemen. Er is een mooi verhaal om dit te illustreren. Een schildpad, die bevriend was met een vis, trekt op een zeker moment het vasteland op en bij zijn terugkeer vraagt zijn vriend de vis waar hij gebleven was. Op zijn antwoord dat hij op het vasteland geweest is, wil de vis weten wat dat is, maar hij kan niet begrijpen dat er iets vasts bestaat waar je op kan staan, omdat hij niets anders kent dan zijn waterige omgeving.

Wie bereikt de verlichting? Er is niet zo iets als een zelf of ziel die de Verlichting bereikt. Juist het wegvallen van de illusie van een zelf is de bevrijding van alle leed. De binding aan de kringloop van geboorte en dood is het overspringen van de vlam van de ene lont naar de andere. De Verlichting is als het uitdoven van de vlam. De vlam was er wel, maar we kunnen niet zeggen waar hij gebleven is.

Nibbana is evenmin een opgaan in een godheid, een schepper. Het is het onvoorwaardelijk vrij zijn van elke afhankelijkheid. Nibbana is het hoogste geluk - en dit geluk kan door iedereen, man of vrouw, bereikt worden!


links:

het leven van de boeddha

de vier nobele waarheden

de drie karakkters van het leven

de vier verheven toestanden van de geest

boeddhistische ethiek

kamma en wedergeboorte

meditatie

de tipitaka

boeddhayana, het voertuig van de boeddha

boeddhistische vieringen

home

Hosted by www.Geocities.ws

1