BUDDHAPAGE

                                           BOEDDHISTISCHE ETHIEK:


 

In elk religieus, filosofisch of levensbeschouwelijk systeem worden morele maatstaven gegeven, die de volgelingen of aanhangers ervan in staat stellen deugdzaam te handelen. Over het algemeen worden in religieuze systemen de ethische normen gekoppeld aan een wetmatig systeem dat door een godheid of oerkracht buiten de mens bepaald wordt, die tevens belast is met het straffen en belonen van het individu. De leer van de Boeddha echter is een psycho ethisch systeem, waarin alle ethische normen bepaald worden door de psychologische achtergronden en motieven van ons handelen. Voor wie handelt met zuivere motieven als niet- hechten, vriendelijkheid en begrip (wijsheid) zal het verkrijgen van geluk iets vanzelfsprekends zijn, net zoals zijn eigen schaduw hem nooit zal verlaten. Maar wie handelt met negatieve motieven als hebzucht, kwade wil en onbegrip (onwetendheid), hem zal de dreiging van leed op de hielen zitten.

Ethiek is een onderdeel van het nobele achtvoudige pad, te weten: juist spreken, juist handelen en juist levensonderhoud, wat voor de lekevolgelingen een minimale maatstaf biedt in de vorm van de vijf levensregels (pancasila):

Ik zal trachten mij te onthouden van het nemen (bedreigen) van leven . . . van het nemen wat niet gegeven is . . . van zinnelijk of seksueel wangedrag . . . van het onwaarheid spreken . . . van geestbenevelende middelen.

Het zal aan de hand hiervan duidelijk zijn dat er in het Boeddhisme geen plaats is voor geboden of verboden. Evenmin is er plaats voor schuldgevoelens. De mens wordt aangespoord zich voor te nemen het goede te doen en zich te onthouden van mensonterende handelingen van bedrog, kwetsen en beneveling.

De juiste wijze van het voorzien in levensonderhoud wil zeggen dat we geen beroep zouden moeten uitoefenen waarmee we andere wezens kwetsen, zoals handel in levende en gedode wezens, in gif, wapens of benevelende middelen. Bij de keuze van een beroep zouden we enerzijds hoffelijkheid, vriendelijkheid en hulpvaardigheid en anderzijds mededogen en wijsheid als uitgangspunten moeten nemen.

Lekevolgelingen kunnen op hun vrije dagen of een of twee dagen per maand acht levensregels in acht nemen, zodat zij hun geest meer en meer leren beheersen voor hun eigen en andermans welzijn. Deze acht zijn: Ik zal trachten mij te onthouden van het nemen van leven . . . van het nemen wat niet gegeven is . . . van elke vorm van seksueel gedrag . . . van het onwaarheid spreken . . . van geestbenevelende middelen . . . van het nuttigen van voedsel vóór 6 uur en na 12 uur 's morgens . . . van het verfraaien van het lichaam of van vermaak . . . van het gebruik maken van stoelen en bedden die de geest lui maken. (De monniken en nonnen in het Boeddhisme nemen 227 hoofdregels, waaronder deze acht, en vele secundaire regels in acht.) Naast deze levensregels heeft de Boeddha ons geleerd hoe wij in deze wereld kunnen leven zonder actief bij te dragen aan het leed in de wereld en hoe wij ons eigen geluk in dit leven en in volgende levens kunnen verwerkelijken, alsmede de uiteindelijke bevrijding van al het leed. Hierdoor staat deugdzaamheid steeds in het teken van medeleven met al wat leeft. De ethische principes zijn universele wetmatigheden, die ongeacht het individu werkzaam zijn. Dientengevolge is een verschijnsel als `dispensatie van een leefregel' vreemd aan het Boeddhisme. We zijn zelf verantwoordelijk voor onze daden en de gevolgen ervan. Iedereen kan zelf beslissen welke leef regel(s) hij of zij in acht wil nemen, en in welke mate.

Het is niet juist om het meer of minder Boeddhist zijn te bepalen door de mate waarin de leefregels worden nageleefd. Het dient geen enkel nut om dergelijke sociale of spirituele onderscheidingen te maken. Integendeel. Het zou mensen kunnen verdelen en de eendracht onder mensen in gevaar kunnen brengen.

Deugdzaamheid (sila) is geen doel op zich, maar een middel ter bevordering van de spirituele ontwikkeling van wijsheid, met als doel 1. de tegenwerkende krachten te leren beheersen, 2. de bevorderlijke kwaliteiten te ontplooien en 3. de basis te leggen voor een verdere mentale ontwikkeling, met als doel de geest volkomen te bevrijden van alle leed.


links:

het leven van de boeddha

de vier nobele waarheden

de drie karakkters van het leven

de vier verheven toestanden van de geest

kamma en wedergeboorte

meditatie

nibanna

de tipitaka

boeddhayana, het voertuig van de boeddha

boeddhistische vieringen

home

Hosted by www.Geocities.ws

1