| wees, fluister ik je hulpeloos en vragend is je blik onnodig achter de waas van eenvormigheid lees ik jou zeg me eens: vind je de wind ook niet erg zachtgeel vandaag? |
| zing mij zing mij zing mij voor blinde oren die mij niet willen weten zing mij, wees mij laat mij zien aan lege blikken die mijn bestaan niet willen horen zing mij spreek mij uit met mooie woorden over de wereld laat mij zweven in kleine letters of lange zinnen tussen de grote gedachten van zing mij |
| bed van de nacht ruwe tegels, zwart asfalt, daartussen kleine oases van groen, gras vlij je in het zachte bed van dauw onder het zwart fluwelen laken, met mottegaatjes voor de zon |
| wees niet bang je regent zachtjes, je loopt me sluipend over straat je voelt mij, bent mij, of bang te zijn je waait zachtjes je zegt me heen en weer ik bedoel jou niet te zijn, ik ben jou niet bang je druppelt zachtjes weg van mij ik bedoelde jou niet te zeggen wat ik niet bedoelde wees niet bang |
| ooggetuige van de geschiedenis ooggetuige te zijn van de loop der dingen, beangstigt, maar ontelbaren en jij waren al ooggetuige van de geschiedenis slechts lijdend voorwerp van de eeuwige herhaling die wij nieuw noemen en steeds met een ander cijfer belonen |
| en zij zou en zij zou niet sterven maar wat was het dan, wat haar overkwam, iedere nacht, haar lichaam en ziel verkrampt van het onbegrip en ze zou niet vragen naar het hoe maar hoe kon zij dan als persoon blijven bestaan? en ze zou niet schreeuwen mar het was toch niet genoeg het was te klein en zij zouden niet meer denken want pijn deed het wel maar nodig was het ook en zij waren het verpicht aan zichzelf en zij zou... tot zij niet meer kon |
| zoek troost in woord en lied de wereld is niet te begrijpen voor ieder op eigen niveau maar toch de poging waarf ja net als elk woord en elke zin het waard is begrepen te worden of de nodige moeite ervoor |