BIJBEL 2000 PLUS

LEESPAGINA

 

WAAROP EEN HOOFDSTUK UIT EEN BOEK,

ALS VOORPROEFJE VAN WAT U MISSCHIEN GAAT  LEZEN

 

DEZE KEER HET EERSTE HOOFDSTUK VAN EEN BOEK OVER

HET GETUIGEN VOOR JEZUS CHRISTUS, GETITELD:

 

'GETUIGEN VAN JEZUS'

 

 

 

 

 

 

'BIJBEL 2000 PLUS'

 een Bijbelgetrouwe en vernieuwende

reeks gratis virtuele

boeken, brochures en schema's

over geloof en Bijbel

presenteert

in de serie 'EVANGELIE'

een studie onder de volgende titel

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

website:

http://www.bijbel2000plus.nl.tt

www.geocoties.com/bijbel2000plus

e-mail:

mailto:[email protected]

GETUIGEN

VAN

JEZUS

 

 

 

 

 

 

 

HERMAN L. SPOOR  B.S.TH.

BIJBEL 2000 PLUS

 

 

 

'Gratis gekregen, gratis gegeven.'

Mattheüs 10:8 (letterlijk)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

© 2003 Bijbel 2000 plus, ook geldig online en gratis gekopiërd.

Boeken doorgeven mag, maar alleen als geheel,  met naam van schrijver en uitgever en gratis. Bijbelcitaten, tenzij anders,  vermeld of blijkens contekst, zijn uit de Nieuwe Vertaling  1951

© 1951 Nederlands Bijbelgenootschap, voor gratis verspreiding

toegestaan in  Richtlijnen, Biblija.net/permissions.nl.html, 2003.

 

 

INHOUD

Het spraakprogramma maakt fouten in leestekens, spelling, extra 'de' of 'in' e.d., die misschien niet alle gevonden zijn. Laatste regels, zijmarges en blz. nrs. lukten nog niet. In de e-boeken is dat beter.

 

HOOFDSTUK 1.

Gij zult Mijn getuigen zijn.

Wat is getuigen?

Getuigen van en voor een bepaalde Persoon.

Zij zagen Jezus als de Christus.

De opstanding van Jezus.

Ooggetuigen van Jezus' opstanding.

 

HOOFDSTUK 2.

Zij zagen Jezus als de Zoon van God.

Zijn dood als bewijs van het zoonschap Gods.

Bloed en Water.

Vrij in en uit de dood.

Gode gelijk.

Jezus als Christus, Zoon van de levende God.

 

 

 

HOOFDSTUK 3.

De opgestane Jezus als Christus en Heer.

Wat zij zagen van Jezus' Heer - zijn.

Tweeërlei getuigen.

Menselijk en Goddelijke getuigenis.

Onafhankelijke uitspraak.

 

HOOFDSTUK 4.

Twee verschillende reacties.

De eerste positieve reactie.

De tweede positieve reactie.

Eerste negatieve reactie

De tweede negatieve reactie.

 

HOOFDSTUK 5.

Jezus en de opstanding.

In Jezus opstanding.

Twee uitdrukkingen en twee begrippen:

 

HOOFDSTUK 6.

De Zoon, die leven geeft.

 

 

De gezondene en de Zender kennen, is leven.

Twee werelden verzoend.

Het leven van Jezus in ons leeft ons.

 

HOOFDSTUK 7.

Geestelijke geboorte.

Nadere uitwerking.

Vader -Zoon-relatie: liefde.

 

HOOFDSTUK 8.

Wat Nicodemus niet zag.

Opzien naar de Zoon.

Het geheim ontsluierd voor Nicodemus.

De Zoon als de Kampioen van het Rijk Gods.

De ontdekking van Thomas.

 

HOOFDSTUK 9.

De Evangelieprediking: de vorm.

De Evangelieprediking: de inhoud.

Vergelijking hedendaagse en Bijbelse

 Evangelieprediking.

 

 

 

HOOFDSTUK 1.

 

Gij zult Mijn getuigen zijn.

Dit zijn de laatste woorden van de scheidende Jezus op de berg, vanwaar hij ten hemel voer. En direct daar achter staat: nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen, terwijl zij het zagen. Dat laatste is heel belangrijk, maar daar komen wij later op terug. Het gaat er nu om, wat het belang van deze laatste uitspraak van Jezus was. Lucas schrijft, dat het Evangelie is "overgeleverd" door degenen, die van het begin ooggetuigen geweest zijn ". In Johannes schrijft aan het begin van zijn eerste brief :"Hetgeen was van het begin, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze eigen ogen, het geen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben - - - verkondigen wij ook U". Wat de discipelen van Jezus hebben gezien en waarom het overleveren door ooggetuigen zo belangrijk is, zullen wij ook later bezien. Nu gaat het er alleen om, dat Jezus ''oog- en oorgetuigen'' nodig had.

 

 

Wat is getuigen?

Het getuigen heeft enkele aspecten, die al voorkwamen in het Bijbelse en het oude Romeinse recht, de grondslag van onze rechtspraak tot nu toe:

1. Men moet getuigen omtrent bepaalde personen, zaken, of gebeurtenissen.
2. Men moet getuigen van wat men zelf heeft waargenomen, gezien, gehoord of anderszins (Johannes 1: 32 - 34; 3: 11,13; 31 - 32; 19: 35; Handelingen 15: 8; 1 Johannes 1:1 - 2; 4: 14). Wat men alleen wist van "horen zeggen", werd ook bij ons daarvan uitgesloten, maar nu laat men dat de rechter over. Daarin is met te onzent dus van de Romeinse en de Bijbelse rechtspraak afgeweken.

3. Men moet getuigen over dingen, die door de personen tot wie men getuigt, niet zonder meer voor waar worden aangenomen.

4. Een belangrijke uitspraak is altijd geweest: "Eén getuige, geen getuige". Dit gold bij ons in strafzaken al niet voor een opsporingsabmtenaar en wordt tegenwoordig niet meer zo belangrijk

 

 

gevonden. Maar volgens het Bijbelse recht moeten er in iedere zaak minstens twee getuigen zijn (Numeri 35: 30; Deuteronomium 17: 6; 19: 15; Mattheüs 18: 16; Johannes 8: 17; 15: 26 - 27; Romeinen 8: 16; Corinthiërs 13: 1; en 1 Timotheüs 5: 19; Hebreeën 10: 28; 1 Johannes 5: 9, 10;

5. Ook een heel belangrijk aspect is de plicht om te getuigen, als men daartoe in staat is en de wet dat toestaat, en dat, zonder iets te verzwijgen, dat van belang kan zijn (Leviticus 5: 1; Spreuken 29: 24).

 Het gaat ons hierbij alleen om de algemene principes en daarvan die aspecten, die de waarde van de getuigen en de waarheid van hun getuigenis betreffen. En op het ogenblik houden wij ons bezig met de vraag, hoe deze eisen de getuigen en hun getuigenissen betreffen, die in het Boek Handelingen genoemd worden. Zo is de "getuigplicht" vooral van belang voor de nu levende getuigen. En heel veel van de genoemde tekstplaatsen slaan elk op een eigen onderwerp in verband met wat wij hier behandelen. Toch zou het lonen, om ze allemaal op te slaan, omdat er toch heel veel dingen in staan, die belangrijk zijn voor ons geloofsleven. Maar de teksten, die wel verband houden met ons onderwerp, vooral in het Boek van de  Handelingen

 

 

der apostelen, hebben wij daarbij nog niet genoemd.

Want het gaat er juist om, om die te toetsen aan het Bijbelse recht en de in Nederland geldende rechtspraak. Die laatste is daarvoor  ook van belang, omdat die berust op het toen geldende Romeinse recht.

Wij zullen daarbij zien, dat deze aspecten van het getuigen ook gelden voor de getuigen van Jezus. Wij zullen daartoe in Handelingen alle plaatsen opzoeken, waarin van "getuigen" gesproken wordt, en aan de hand van deze plaatsen komen wij dan tot conclusies, waar van de volgende de allervoornaamste zijn.

 

Getuigen van en voor een bepaalde Persoon.

Wij hebben al gezien, dat Hoofdstuk 1 van het Boek van de Handelingen der apostelen de logische achtergrond is van de opdracht van Jezus aan Zijn discipelen, om getuigen van  Hem te zijn, naar Zijn laatste woord: "Gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige geest over u komt en gij zult Mijn getuigen zijn te Jeruzalem en in geheel Judea en Samaria en tot het uiterste der aarde". 'Nadat Hij dit gesproken had, werd Hij opgenomen'.

 

 

 

Hetzelfde zien wij in andere plaatsen, alle in Handelingen, waarvan "getuigen" sprake is: (10: 39) "Wij zijn Zijn getuigen"; (10: 41) "de getuigen, die door God tevoren gekozen waren"; (13: 31) "die thans getuigen van Hem zijn"; (22: 15) "want gij moet getuige voor Hem zijn"; (22: 18) "Zij zullen van U geen getuigenis over Mij aannemen"; (22: 20) "het bloed van uw getuige Stefanus"; (23: 11) "zoals gij te Jeruzalem van Mij getuigd hebt, moet gij ook te Rome getuigen; (26: 16) "als getuige daarvan, dat gij Mij gezien hebt".

Nu hebben wij in een andere studie al gezien, dat de namen en titels van de zoon van God sinds Zijn verblijf op de aarde Hem bepaalde mogelijkheden en bevoegdheden gaven. Als "Jezus" is hij de Goddelijke Mens met goddelijk, eeuwig leven. Het Griekse woord Christus en het Hebreeuwse woord Messias betekenen "Gezalfde". Na Zijn doop in de Jordaan werd Hij "gezalfd" met de kracht van de Heilige Geest. Dat maakte Hem sterker dan Satan en al zijn boze machten.

 

En nu is Hij Heer, omdat Hij, opgevaren naar de hemel, nu gezeten is aan de Rechterhand van God in de Troon.

Getuigen van Jezus moeten uit eigen ervaring kunnen bevestigen, dat Hij bestaat, en dat Hij één of meer van deze hoedanigheden en bevoegdhe-den heeft. De eerste vraag is nu, in welke capacitei-ten hadden de volgelingen van Jezus Hem leren kennen? De volgende vraag is dan natuurlijk,, of zij de enigen waren, die Hem als zodanig kenden. Want als iedereen Hem zo al kende, was hun getuigenis niet nodig. En als niemand anders Hem zo kende, moesten zij hun getuigenis wel kunnen staven met de eigen waarneming.

 

Zij zagen Jezus als de Christus.

Op het moment, dat Jezus sprak in Handelingen 1:8, hadden de discipelen Hem al leren zien als de Christus, de Gezalfde. Zij leerden dit uit Zijn woorden en daden. Andreas zei het al in het begin, op grond van één dag omgang met Jezus, tegen

 

 

 

zijn broer Simon: "Wij hebben gevonden, de Messias, wat betekent: de Christus" (Johannes 1 42). Later komt Petrus tot dezelfde conclusie. Zijn woorden waren: "Gij zijt de Heilige Gods" (Johannes 6: 69). Petrus doet dan ook op Pinksterdag een vrijmoedig beroep, op wat het volk en ook de vreemdelingen onder hen van Jezus gezien hebben, en komt daardoor tot de conclusie, dat hij van Godswege gezonden was (2: 22). En ook tot Cornelius zegt Petrus heel vrijmoedig: "Gij weet - - - van Jezus van Nazareth, hoe God Hem met de Heilige Geest en met kracht heeft gezalfd. Hij is rondgegaan, weldoende en genezende allen, die door de duivel overweldigend waren. - - - En wij zijn getuigen van al hetgeen Hij gedaan heeft in het land der Joden, zowel als te Jeruzalem (10: 37-39).

Iedereen had dat kunnen zien, zowel het Joodse volk als de vreemdelingen onder hen, waaronder ook de Romeinse bezettingsmacht. Wij lezen in de Evangeliën meer dan eens, dat de gewone mensen allang speelden met de gedachte, dat Hij de

 

beloofde Messias was, door alle wonderen, die Hij deed. En Jezus Zelf zei meermalen: "Als ge Mij niet op Mijn woord gelooft, geloof dan tenminste wat Ik doe".

Niet iedereen geloofde het. Maar dat deed niets af aan het feit, dat iedereen het gezien had, of er tenminste van had gehoord. En er waren er, die jarenlang hadden uitgezien naar de komst van de Messias. Dat was juist in die tijd een veelbesproken onderwerp. De Joden legden toen de profetie van Daniël 9: 24 - 27 nog geheel op Bijbelse wijze uit. En daarmee was in ieder geval de periode, waarin de Messias komen zou, makkelijk te berekenen. En het was zoals Petrus zei: Wie uitgezien had naar de Messias, had aan de daden en de woorden van Jezus genoeg. Daar waren dus geen getuigen meer voor nodig.

 

De opstanding van Jezus.

Er was echter iets anders gebeurd, dat niet algemeen met zekerheid bekend was en in ieder

 

 

 

geval niet algemeen geloofd zou worden. Dat was de opstanding van Jezus. Als er getuigen nodig waren, dan was het daarvoor. Want getuigen worden opgeroepen bij twijfel aan de waarheid van wat gezegd wordt.

Het getuigenis van de opstanding houdt in dat een dode weer levend geworden zou zijn. Het was een gekruisigde, aan wie het traditionele breken van de benen bespaard was gebleven, een maatregel, om ontsnapping na schijndood te voorkomen. Want Hij aan was dood verklaard door het Romeinse executiepeleton, dat bekend stond om zijn doortastendheid en wreedheid, mannen, vertrouwd met de dood, die een ontsnapping niet konden riskeren. Daarna kreeg hij nog wel een speer door zijn hart gestoken. Vervolgens werd hij helemaal omwikkeld, neus en mond inbegrepen, met in zalfolie gedrenkte wikkels. En zo werd hij dagenlang achter-gelaten op de kale, koude rotsgrond van een grafspelonk. Dat op zichzelf al is een ongeloofwaardige stand van zaken voor een

 

opstanding. Hij werd bovendien bewaakt door een militaire wacht, omdat alleen al een verdwijning van deze man, die op zijn minst bewezen had Godsgezant te zijn, een onvoorstelbare betekenis zou krijgen.

Het was ook Petrus, die direct besefte, dat dit het speciale onderwerp was van hun getuigenis. Al was hij naar veler oordeel daarin te voorbarig, nog voor de Heilige Geest op hen was uitgestort - en ze wisten van Jezus dat dat gebeuren zou - wilde hij een twaalfde apostel aangewezen hebben om "met ons getuige te worden van Zijn opstanding" (Handelingen 1: 21 - 22). En in die zin spraken de apostelen zich geregeld uit, zoals de volgende citaten aantonen: (2: 32) "deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn", (3: 15) "de Leidsman ten leven hebt, gedood, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn", (10: 40 - 41) "deze heeft God ten derde dage opgewekt en heeft gegeven, dat Hij verscheen, niet aan het hele volk, doch aan de

   

 

 

getuigen, die door God tevoren gekozen waren", (13: 30 - 31) "maar God heeft Hem uit de doden opgewekt, en Hij is gedurende vele dagen verschenen aan hen, die met Hem van Galilea naar Jeruzalem opgegaan waren, die thans getuigen van Hem zijn bij het volk".

 

Ooggetuigen van Jezus' opstanding.

Maar dat is niet het enige. Zij konden ook spreken uit eigen ervaring: "Deze heeft God ten derde dage opgewekt is en heeft gegeven, dat Hij verscheen, niet aan het hele volk, doch aan de getuigen, die door God tevoren gekozen waren, aan ons, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden was opgestaan" (10: 40 - 41).

Toen Jezus na zijn dood aan de discipelen verscheen, was dat al een angstaanjagende gebeurtenis voor hen. Maar zij konden niets anders gewenst te hebben. Heel anders was het voor de christenvervolger Saulus. Hij zelf zei, volgens 26: 9 "Ik voor mij was tot de slotsom gekomen, dat ik

 

 

 tegen de Naam van Jezus, de Nazoreeër, fel moest optreden". Let wel: niet tegen de persoon, maar tegen de Naam, omdat volgens hem de persoon dood was en alleen de naam was overgebleven. Het was voor hem dan ook de vernietigende schok, toen de levende Jezus hem midden op de weg naar Damascus staande hield. Dat was een dramatische en onthutsende gebeurtenis. En deze Jezus zei tegen hem: "Hiertoe ben Ik U verschenen, om u aan te wijzen als dienaar en getuige daarvan, dat gij Mij gezien hebt (na Mijn dood) en dat Ik aan U verschijnen zal, Uverkiezende uit dit volk en de heidenen, waarheen Ik U zend, om hun ogen te openen ter bekering". En waarvoor hij de ogen van alle mensen zou moeten openen, kwam Ananias hem vertellen: "De God onzer vaderen heeft u voorbestemd, om - - - de Rechtvaardige te zien en een stem uit Zijn mond te horen, want gij moet getuige voor Hem zijn bij alle mensen van hetgeen gij gezien en gehoord hebt"

.

 

 

 

NAAR BOVEN

 

HOMEPAGE

Bijbel

met links naar de gratisboekencatalogus en belangrijke info

 

  CATALOGUS

direct naar gratisboekencatalogus met rubrieken en onderwerpen

 

 

TERUG NAAR DE WEBSITE, WAAR U VANDAAN KOMT OF HEEN WILT:

 

http://www.geocities.com/evangelie2000plus

met op zijn boekpagina het hele boek:

'GETUIGEN VAN JEZUS'

 

http://www.geocities.com/gemeente2000plus

 

http://www.geocities.com/profetie2000plus

 

http://www.geocities,com/daniel2000plus

 

http://www.geocities.com/openbaring2000plus

 

http://www.geocities.com/genesis2000plus

 

http://www.geocities.com/bijbelverzen2000plus

 

 

GOD ZEGENE U!

 

 

Hosted by www.Geocities.ws

1