Op vijf februari 1998 opent het NRC Handelsblad met de kop "Geheime dienst VS
luistert Europa af". Uit het artikel blijkt dat de Verenigde Staten al
het Europese elektronische dataverkeer aftappen. Het artikel leidt tot de
nodige ophef,
zelfs tot kamervragen.
Velen zijn er zich vaag bewust van dat er afgeluisterd wordt. Luistert er
iemand mee telkens als we de telefoon oppakken? Worden al onze faxen en
e-mailberichten meegelezen? Er is bijna geen informatie om te kunnen beoordelen
waar realistische bezorgdheid ophoudt en waar paranoia begint. Hoe
alomtegenwoordig is Big Brother? Of hoeven we ons helemaal geen zorgen te
maken?
In het onderstaande wordt een poging ondernomen om deze vragen te beantwoorden.
Allereerst komt de Amerikaanse inlichtingendienst aan de orde die verantwoordelijk
is voor het bewaken van de veiligheid van (overheids)communicatie en het
afluisteren van elektronische communicatie. Vervolgens wordt ingegaan op het
zogenaamde Echelon-netwerk waarmee vrijwel al het telefoon-, fax-, e-mail- en
telexverkeer ter wereld wordt afgeluisterd. In het laatste gedeelte is plaats
voor enkele reflecties op de behandelde materie. Er wordt ingegaan op een
realistische techno-thriller, een koekjesbakkende priester en op onverwachte
conclusies die uit gegevens van telefoonverkeer getrokken kunnen worden. Wat
betreft de mogelijkheden in de praktijk wordt de mening van een ex-hacker
tegenover die van een kunstmatige-intelligentiespecialist geplaatst.
Vrijwel iedereen heeft gehoord van de FBI en de CIA, toch is
de veel minder bekende National Security
Agency (NSA) de grootste, de meest geheime en waarschijnlijk de duurste
inlichtingenorganisatie van de Verenigde Staten. De organisatie beschikt over
afluisterposten over de hele wereld, spionageschepen en -onderzeeërs, eigen
vliegtuigen en satellieten en zelfs militaire eenheden.
In zijn boek The Puzzle Palace beschrijft James Bamford in 1982 het
ontstaan en het functioneren van de tot dan toe vrijwel onbekende geheime
dienst. De NSA is voortgekomen uit de Armed Forces Security Agency en in 1951
officieel opgericht. De twee taken van de dienst zijn het bewaken van communications
security (comsec) en het verzamelen van signals intelligence
(sigint).
Het hoofdkwartier van de NSA, Fort Meade, is zo'n 150 kilometer van Washington
gelegen. Daar bevindt zich een geheime stad waar de strengst mogelijke
veiligheidsmaatregelen gelden. Er zijn winkels, restaurants, kappers,
zwembaden, er is zelfs een ziekenhuis - dit alles louter voor medewerkers van
de geheime dienst. En waar het allemaal om draait: in Fort Meade bevindt zich
de grootste concentratie computers ter wereld. Zoals internet zijn bestaan te
danken heeft aan het Pentagon - het was immers oorspronkelijk bedoeld om in
geval van een nucleaire aanval te kunnen beschikken over een decentrale
commandostructuur - zo heeft de expanderende Amerikaanse computer- en
software-industrie veel te danken aan de NSA. Want de inlichtingendienst heeft
de komst van het computertijdperk misschien niet bewerkstelligd, maar in ieder
geval aanzienlijk versneld.
Het is een verklaard streven van deze organisatie om vijf jaar op de state
of the art voor te lopen. Dit betekent niet alleen voortdurend enorme
investeringen, maar ook dat ervoor gezorgd moet worden dat de beste
programmeurs, cryptografen, linguïsten en analisten op de loonlijst van de NSA
staan. Momenteel beschikt de inlichtingendienst over een jaarlijks budget van
ongeveer twaalf miljard dollar en zijn er naar schatting 80.000 mensen in vaste
dienst.
Uit veiligheidsoverwegingen mogen medewerkers zich slechts in die gedeeltes van
het NSA-complex bevinden die voor hun werk noodzakelijk zijn. Alles gebeurt
volgens het 'need-to-know-principe': hoe minder iemand weet over hoe en waarom
bepaalde informatie verzameld wordt en wat ermee gebeurt, hoe beter. Hoe
geheimer gegevens zijn en hoe minder mensen er toegang tot hebben, hoe langer
de gegevens ontoegankelijk blijven voor het grote publiek en hoe kleiner de
kans op ontdekking van eventuele onrechtmatige methoden die gebruikt zijn om
over de gegevens te kunnen beschikken. Het is dus niet verwonderlijk dat er
binnen de NSA sprake is van overclassificatie van gigantische hoeveelheden
informatie, dat wil zeggen het onnodig geheim verklaren van gegevens. In de
jaren vijftig beschikte de dienst wereldwijd alleen al over 4120
afluisterposten die een stroom van geheime rapporten produceerden met daarin
alle onderschepte berichten. In de jaren tachtig worden er ruwweg 100 miljoen
geclassificeerde documenten per jaar geproduceerd. De huidige hoeveelheid kan
niet anders dan een veelvoud hiervan zijn.
In feite is het bestaan van informatie die geheimer is dan geheim al een uiting
van de overclassificatie. Het bekend worden of in verkeerde handen vallen van
informatie die confidential, secret, of top secret is, zou
de Amerikaanse belangen al respectievelijk significant, serieus en
uitzonderlijk zwaar schaden. Binnen de NSA gaat nog onvoorstelbaar veel
gevoeliger informatie om. Voor geheimen die geheimer zijn dan top secret
zijn de volgende begrippen gereserveerd (in oplopende trap van geheimheid): moray,
spoke, umbra en gamma.
Waar overclassificatie toe kan leiden blijkt uit het boek Skunk Works: A
Personal Memoir of My Years at Lockheed van Ben Rich, het voormalig hoofd
van de Advanced Development Division van Lockheed. Hij beschrijft hoe een
urinebuisverwarmer, die werd ontwikkeld voor piloten van op hoge hoogte
vliegende spionagevliegtuigen, tot uiterst geheim werd geclassificeerd uit
angst dat de Russen in het bezit zouden kunnen komen van deze nieuwe vitale
technologie.
Bamford beschrijft dat er ondanks alle voorzorgsmaatregelen toch de nodige
veiligheidslekken waren in de geschiedenis van de NSA. Enkele voorbeelden.
Na zijn arrestatie in 1954 blijkt dat de NSA-medewerker Joseph Sydney Petersen
sinds 1948 een jaar of zes als informant voor Nederland actief is geweest. Zijn
contactpersoon was kolonel J.A. Verkuyl, een bekende cryptoloog, die hij
tijdens de Tweede Wereldoorlog had leren kennen. Verkuyl was toen hoofd van de
Nederlandse comint in de VS. Hij had Petersen in contact gebracht met
Giacomo Stuyt, communicatie-officier op de Nederlandse ambassade in Washington.
Aan hem gaf Petersen kopieën van geheime documenten, zoals bijvoorbeeld over
het breken van de Nederlandse codes. Deze vriendendienst leverde Petersen vier
jaar cel op.
Midden jaren vijftig besloten Martin en Mitchell, twee cryptologen van de NSA,
naar de USSR te emigreren vanwege de in hun ogen onethische manier van
informatievergaring van de VS Om de radar van de Sovjetunie te kunnen
localiseren en analyseren, vlogen Amerikaanse militaire vliegtuigen regelmatig
enkele tientallen kilometers het Sovjet-gebied binnen. Martin en Mitchell
vonden dat de VS door deze manier van handelen op onaanvaardbare wijze een
Derde Wereldoorlog uitlokten. Ze gaven een persconferentie waardoor de wereld
voor het eerst kennis kon nemen van de werkwijze van de NSA.
Bamford beschrijft hoe de NSA informatie vergaarde op manieren die voor de FBI en de CIA nadrukkelijk verboden waren. Direct na de Tweede Wereldoorlog begon de NSA met het grootschalig aftappen van het Amerikaanse telexverkeer, de zogenaamde operatie Shamrock. Dagelijks kwam een NSA-medewerker bij de grote telefoonmaatschappijen ITT Communications, Western Union en RCA Communications banden ophalen waarop de telexberichten van het afgelopen etmaal waren opgenomen. In de roerige jaren zestig werd een begin gemaakt met operatie Minaret, een systeem waardoor automatisch de gesprekken van, met en over verdachte individuen en organisaties werden opgenomen. Op die manier werden alle telefoongesprekken over mensenrechten, anti-Vietnam demonstraties, dienstweigeren, drugsgebruik en dergelijke opgepikt. Enkele bekende namen waarvan zeker is dat ze op de lijsten voorkwamen, zijn: Abbie Hoffman, Jane Fonda en Martin Luther King. Tijdens een rechtszaak in 1973 tegen de radicale studentengroep The Weathermen kreeg een advocaat het vermoeden dat er illegale opsporingsmethoden waren gebruikt en vroeg om opheldering. Het resultaat was dat de NSA besloot tot onmiddellijke stopzetting van operatie Minaret en vernietiging van al het materiaal dat ernaar verwees. Bovendien werd de zaak tegen The Weathermen geseponeerd...
In het heetst van de Koude Oorlog lanceerde de NSA het ambitieuze plan om de
Sovjet-radiocommunicatie af te luisteren door de maan als reflector te laten
fungeren. Het idee was dat het technisch haalbaar zou zijn als je maar kon
beschikken over een telescoop die groot genoeg was. Er kwam geld voor het
megalomane plan en men ging op zoek naar een geschikte stille locatie. In
West-Virginia werd het gehucht Sugar Grove gevonden en daar werd de grootste
telescoop gebouwd die ooit bestaan heeft. Het project bleek een faliekante
mislukking. Theoretisch zal het hele verhaal wel geklopt hebben, maar door
atmosferische storingen en vermoedelijk vooral door de enorme afstanden die
moesten worden overbrugd, waren er geen bruikbare signalen te ontvangen. Begin
jaren tachtig kreeg de locatie een geheel nieuwe functie: het aftappen van
satellietcommunicatie en het onderhouden van contact met spionagesatellieten.
Vervolgens zou Sugar Grove een sleutelrol spelen in het Echelon-netwerk.
De in 1960 opgerichte National Reconaissance
Office (NRO) is verantwoordelijk voor de Amerikaanse spionagesatellieten.
Aanvankelijk vond er een belangenstrijd plaats tussen de luchtmacht en de CIA
om de controle over de NRO. Die is uiteindelijk beslist in het voordeel van
eerstgenoemde. Tussen de NSA en de NRO is er echter altijd sprake geweest van
een hechte samenwerking. Alle landcommunicatiesystemen kunnen in principe
worden opgepikt door spionagesatellieten. Daarnaast worden ze gebruikt voor image
intelligence (imint) en voor het afluisteren van telemetrische gegevens van
raketlanceringen. Dit laatste was bijvoorbeeld het geval bij de Rhyolite
satellieten die daardoor als een technisch controlemiddel van de SALT akkoorden
fungeerden. De Russen kwamen er pas na jaren achter dat hun telemetrie werd
afgeluisterd en begonnen er toen pas cryptografie op toe te passen. De grote
doorbraak in satellietspionage was de komst van de Space Shuttle, want daardoor
werd het mogelijk om zeer zware supersatellieten in een geostationaire baan te
brengen.
Bamford beschrijft hoe in de Foreign Intelligence Surveillance Act
regels zijn gegeven waarin is vastgelegd op welke wijze de NSA informatie mag
vergaren. Hij besteedt veel aandacht aan de discussie over het al dan niet
illegaal afluisteren van Amerikaanse burgers. Oorspronkelijk was het de NSA
namelijk verboden om Amerikanen te bespioneren, tenzij een van de deelnemers
aan een gesprek zich buiten de VS bevond. Op zich is deze discussie hier in
deze context niet erg relevant, wel laat de formulering van de definitie van
informatievergaring (acquisition) zien op welke wijze aanvankelijk
illegale methoden achteraf gelegaliseerd zijn.
Acquisition means the interception by the NSA through electronic means of a
communication to which it is not an intended party and the processing of the
contents of that communication into an intelligible form intended for human
inspection. Er staat niet voor niets nadrukkelijk: by the NSA,
zodoende is het legaal dat bevriende diensten Amerikanen in Amerika afluisteren
en de zo verkregen informatie met de NSA ruilen. Er staat: through
electronic means, dat betekent dat het niet verboden is banden in persoon
bij telefoonmaatschappijen op te halen (dit was jarenlang de dagelijkse
praktijk bij de genoemde operatie Shamrock). Bovendien staat er processing;
hieruit valt te concluderen dat de NSA eigenlijk alles mag doen om aan
informatie te komen, zolang het maar niet verwerkt wordt.
De NSA is een vrijwel onzichtbare en enorm machtige multinational die zich aan
bijna iedere controle weet te onttrekken, met recht te vergelijken met Orwells
Big Brother. Zelfs het gebruik van Newspeak is de organisatie niet vreemd: in
een personeelsadvertentie stond dat de NSA op zoek was naar codemakers,
terwijl het bleek te gaan om codebreakers.
Twintig jaar geleden leidde de democratische senator Frank Church een commissie die
onderzoek deed naar mogelijke illegale methoden van de NSA. Hij concludeerde: If
this government ever became a tyranny, if a dictator ever took charge in this
country, the technological capacity that the intelligence community has given
the government could enable it to impose total tyranny, and there would be no
way to fight back, because the most careful effort to combine together in
resistance tot the government, no matter how privately it was done, is within
the reach of the government to know. Such is the capability of this
technology...
Een schrale troost is dat het analyseren van de met de modernste technische
middelen verkregen informatie uiteindelijk toch altijd door mensen zal moeten
gebeuren en waar mensen werken daar worden fouten gemaakt. Zo ontstond er in de
Koude Oorlog grote paniek binnen de NSA-gelederen omdat men dacht dat de Russen
een nieuwe generatie bommenwerpers hadden ontwikkeld die op water kon landen.
Er was namelijk een Sovjet-bommenwerper gesignaleerd die op een meer landde.
Alle opwinding bleek voor niets toen iemand bedacht dat het 's winters
behoorlijk koud kan zijn in Rusland en dat water dan de neiging heeft om te
bevriezen...
Het is opmerkelijk dat er begin februari 1998 in de
Nederlandse pers met enige ophef melding werd gemaakt van het door de Verenigde
Staten afluisteren van het Europese telefoon-, fax- en e-mailverkeer. Het was
even groot nieuws, er werd nog een enkel commentaar aan gewijd, maar al snel
was de rust weergekeerd. Voor de deskundigen was het echter geenszins
opzienbarend; het was allemaal al lang bekend, oud nieuws dus.
Al in 1982 had Bamford immers in The Puzzle Palace aangegeven dat de NSA
een wereldwijd afluistersysteem gebruikte, dat er gewerkt werd met computers
die door herkenning van codewoorden gesprekken selecteerden en dat
stemherkenning, hoewel het toen nog in de kinderschoenen stond, een veelgebruikt
instrument was. Iedereen kan op zijn vingers natellen dat in de zestien jaar na
het verschijnen van Bamfords boek deze zaken zullen zijn geperfectioneerd en
dat ze door de komst van het digitale tijdperk gemakkelijk toepasbaar en vooral
ook goedkoper zijn geworden.
Aanleiding voor alle commotie in de Nederlandse pers was het rapport An Appraisal of
Technologies of Political Control dat in opdracht van het Europees
Parlement is opgesteld door het Britse onderzoeksbureau Omega. Daarin stond te
lezen dat stelselmatig niet alleen het Europese telecommunicatieverkeer, maar
al het telefoon-, telex-, e-mail- en faxverkeer ter wereld wordt afgetapt. Bij
nadere lezing blijkt dat het rapport slechts verwijst naar een in 1996
verschenen boek van de Nieuw-Zeelandse journalist Nicky Hager. Weer oud nieuws
dus, want in zijn boek Secret
Power maakte Hager toen al het bestaan van het Echelon-netwerk bekend.
Voor het wereldwijde aftappen zijn de Verenigde Staten, Groot-Brittannië,
Canada, Australië en Nieuw Zeeland verantwoordelijk. Deze landen sloten direct
na de Tweede Wereldoorlog een samenwerkingsverdrag op het gebied van
veiligheids- en inlichtingendiensten. De nooit openbaar gemaakte overeenkomst
werd in 1948 geformaliseerd en staat bekend als de UKUSA Security Agreement.
Het aftappen van nagenoeg alle elektronische communicatie ter wereld gebeurt
door een netwerk van satellieten, grondstations en krachtige computers. Het
netwerk, met de codenaam Echelon, is op initiatief van de Amerikaanse National
Security Agency tot stand gekomen. De NSA is de belangrijkste financier en de
beheerder van het systeem. De NSA draagt zorg voor het grootste gedeelte van de
onderscheppingsactiviteiten, heeft de bondgenoten voorzien van de modernste
software en heeft als enige volledige toegang tot het systeem. De vijf bij het
netwerk betrokken diensten zijn: allereerst natuurlijk de National Security
Agency in de VS, verder het Government Communications Security Bureau (GCSB) in
Nieuw-Zeeland, de Government Communications Headquarters (GCHQ) in
Groot-Brittannië, het Communications Security Establishment (CSE) in Canada en
het Defence Signals Directorate (DSD) in Australië.
Op de Internetpagina van de NSA is de doelstelling van de organisatie openlijk
geformuleerd: Inlichtingenwerk geeft ons een voorsprong op onze tegenstanders
en concurrenten, de beveiliging van informatiesystemen voorkomt dat anderen een
vergelijkbare voorsprong op ons krijgen. De twee zijn samen te vatten in één
enkel doel: informatiesuperioriteit voor Amerika en haar bondgenoten! Met het
Echelon-netwerk lijkt dit werkelijkheid te zijn geworden. Door het gebruik van
de begrippen "tegenstanders" (adversaries) en
"concurrenten" (competitors) wordt duidelijk dat het de NSA
niet alleen gaat om militaire informatievoorsprong, maar dat de
"informatiesuperioriteit" ook economische zaken betreft.
Nicky Hager interviewde voor zijn boek Secret Power vijftig medewerkers
van de Nieuw-Zeelandse inlichtingendienst en dit leidde tot de onthulling van
het bestaan van het afluisternetwerk en tot een gedetailleerde beschrijving van
het functioneren ervan.
Begin 1985 - premier David Lange is net enkele maanden aan de macht - wordt het
anti-nucleaire standpunt van Nieuw Zeeland een belangrijk issue. De
Labourregering van Lange weigert het Amerikaanse met kernkoppen bewapende
oorlogsschip Buchanan toegang tot de Nieuw-Zeelandse wateren. Als vergelding
verbreken de Amerikanen de militaire banden met Nieuw-Zeeland, bovendien wordt
de informatiestroom naar de Nieuw-Zeelandse inlichtingendiensten stopgezet. In
de media klinkt een duidelijk signaal door: de ongehoorzaamheid aan de VS wordt
zwaar bestraft. Het publiek weet niet anders dan dat alle inlichtingenbanden
tussen Nieuw-Zeeland en de VS geminimaliseerd zijn.
Uit het boek van Hager blijkt dat niets minder waar is. De inlichtingenstroom
van de Amerika naar Nieuw Zeeland ging onverminderd door. Sterker: Nieuw
Zeeland speelde een te belangrijke rol in de UKUSA-alliantie om de contacten te
bevriezen en per saldo ging de meeste informatie van Nieuw-Zeeland naar de VS
en niet omgekeerd. Opmerkelijk genoeg was zelfs premier Lange niet op de hoogte
van hetgeen zich afspeelde, getuige het voorwoord van Secret Power
waarin hij schrijft: "Pas toen ik dit boek las, besefte ik dat we deel
uitmaken van een internationaal geïntegreerd elektronisch netwerk... [...] Een
verbazingwekkend aantal mensen heeft hem dingen verteld die mij, toen ik als
premier verantwoordelijk was voor de inlichtingendiensten, nooit zijn
verteld."
In tegenstelling tot de meeste elektronische spionagesystemen die in de
Koude Oorlog zijn ontworpen, is het Echelon-netwerk niet primair op militaire
doelen gericht; ook burgers, politici, vakbonden, Niet Gouvernementele
Organisaties en bedrijven waar ook ter wereld worden massaal afgeluisterd en
bespioneerd. Het systeem is zo opgezet dat niet enkele specifieke
telefoonlijnen of e-mail adressen worden afgetapt, maar zonder enig onderscheid
wordt alle elektronische communicatie wordt onderschept, of het nu e-mail,
telex, fax of telefoon betreft.
Elk UKUSA-land stelt een "woordenboek" samen met sleutelwoorden: namen,
plaatsen, data, telefoonnummers, e-mailadressen, etc. De computers van het
Echelon-netwerk onderzoeken automatisch en in 'real time' of er woorden uit de
"woordenboeken" voorkomen in de miljoenen onderschepte berichten. De
gefilterde berichten worden zo nodig vertaald of ontsleuteld en dan pas
gepresenteerd aan analisten. Dit alles zonder dat het UKUSA-land dat de
berichten oorspronkelijk onderschepte, weet wat er precies naar wie is
doorgestuurd.
Satellietcommunicatie kon al vrij snel na het lanceren van de eerste civiele
communicatiesatellieten worden onderschept en door computersgeanalyseerd.
Het bestaan van computers die dataverkeer automatisch op sleutelwoorden kunnen
doorzoeken is sinds de jaren zeventig bekend. Het Echelon-systeem is ontworpen om
dergelijke computers met elkaar te verbinden en de verschillende stations tot
een geïntegreerd geheel te vormen. In het systeem wordt de afgetapte informatie
van drie componenten aan elkaar gekoppeld: de satellieten van Intelsat,
regionale en spionage-satellieten en continentale communicatiesystemen.
De eerste component van het Echelon-netwerk vormen de stations die specifiek
zijn gericht op de internationale communicatiesatellieten (Intelsats) die
gebruikt worden door de telefoonmaatschappijen van bijna alle landen ter
wereld. Een ring van twintig Intelsats is stationair boven de evenaar
gepositioneerd en er zijn vijf UKUSA-stations die simultaan al het
berichtenverkeer van die satellieten onderscheppen (per Intelsat gaat het om
een capaciteit van twaalf- tot negentigduizend telefoongesprekken, e-mails of
faxen tegelijkertijd).
De tweede component is een netwerk van stations dat gericht is op
satellietcommunicatie die niet via de Intelsats plaatsvindt. Het gaat om
Russische, Chinese en andere regionale satellieten. Daarnaast zijn Amerikaanse
spionagesatellieten met het Echelon-netwerk verbonden. Die zijn speciaal
ontworpen voor het onderscheppen van communicatie met een kleine actieradius
zoals militaire radio's en walkie-talkies, omdat dat niet mogelijk is met verre
grondstations.
De derde component is gericht op het aftappen van de binnenlandse en
continentale telecommunicatie. Naast satelliet en radio is de andere
belangrijke methode om grote hoeveelheden publieke, zakelijke en
overheidscommunicatie te verzenden een combinatie van kabels die op de bodem
van de oceanen liggen en microgolf- en glasvezelnetwerken die de landen
bestrijken. De kabels zijn op de plaats waar ze uit het water komen zeer
kwetsbaar voor onderschepping, medewerking van de eigenaar van de kabel maakt
het allemaal nog veel gemakkelijker. En anders kunnen deze kabels altijd nog
onder water worden afgetapt. In 1971 slaagden de Amerikanen er voor het eerst
in om een tap te plaatsen op een Russische kabel die diep onder de wateroppervlakte
lag. Daarna werd deze techniek op diverse plaatsen over de hele wereld
toegepast. Een tweede rapport dat voor de Europese Unie is gemaakt over het
onderwerp, Development
of Surveillance Technology and Risk of Abuse of Economic Information,
zegt hierover: USS Parche (duikboot die de afluisterapparatuur aanbrengt,
JJ) continues in operation to the present day, but the precise targets of its
missions remain unknown. The Clinton administration evidently places high value
on its achievements, Every year from 1994 to 1997, the submarine crew has been
highly commended. Likely targets may include the Middle East, Mediterranean,
eastern Asia, and South America. The United States is the only naval power
known to have deployed deep-sea technology for this purpose. Ook het
microgolfnetwerk zelf is relatief makkelijk af te tappen. Een dergelijk netwerk
bestaat uit microgolfverbindingen die tussen verschillende punten (in Nederland
de PTT-torens) in rechte lijnen door het land worden gezonden. Per
microgolfverbinding kunnen vele gesprekken worden afgewikkeld. Al wat er nodig
is om op grote schaal binnenlandse communicatie af te luisteren is een hoog
gebouw dat in de route van het microgolfnetwerk ligt. Ook kunnen deze netwerken
per satelliet worden afgeluisterd.
Door het gebruik van de "woordenboeken" en door de informatie
afkomstig van de telefoon- en spionage satellieten te combineren met die van
continentale communicatiesystemen beschikt de NSA met het Echelon-netwerk over
een onvoorstelbaar krachtige machine. Het probleem is om uit de enorme brij
gegevens die de machine aftapt uiteindelijk zinvolle rapporten te destilleren,
maar ook wat dit betreft moet de computerkracht niet worden onderschat. Het ligt
voor de hand dat berichten kunnen worden geselecteerd op hoe vaak een woord of
woordcombinatie voorkomt, en dat er een analyse in tijd kan worden uitgevoerd
door te bepalen hoe vaak iemand naar een bepaald nummer heeft gebeld. Maar ook
veel ingewikkelder technieken zijn in gebruik om uit de enorme hoeveelheid
afgetapte informatie de relevante berichten te filteren. Bijvoorbeeld neurale
netwerken, computersystemen die na een korte training zelfstandig kunnen
'leren' en zo in staat zijn om steeds gerichter en efficiënter berichten te
selecteren of er bepaalde verbanden uit te extraheren. Daarnaast zijn er ook
hogere trappen in het systeem. Als bijvoorbeeld alle gesprekken van de Europese
delegatie bij de GATT-onderhandelingen worden afgeluisterd, dan gaat dat niet
allemaal onderin de zeef in, dergelijke berichten worden sneller dan andere
door een analist beluisterd.
Diegenen die zich nog steeds afvragen of er ook Nederlandse gesprekken en
berichten worden afgetapt doen er goed aan een kijkje te nemen op de website van de Britse partner in het
Echelon-netwerk. Daar blijkt dat de GCHQ, die veel van de geselecteerde
afgetapte informatie analyseert, diverse vacatures heeft voor linguïsten. Niet
alleen voor specialisten in wellicht voor de hand liggende talen zoals
Arabisch, Iraans, Turks, Urdu, Japans, Koreaans, Chinees en Russisch, maar ook
Frans, Duits, Italiaans, Spaans, Portugees en ... Nederlands.
Een treffende illustratie van waar het automatisch filteren van berichten door
"domme" computers toe kan leiden is het volgende verhaal. Weliswaar
heeft het inmiddels zozeer de status gekregen van een urban legend dat
niet te controleren valt of het voorval werkelijk heeft plaatsgevonden, maar
dat maakt het niet minder veelzeggend.
Een Amerikaanse priester stuurt zijn zus een e-mail waarin hij vertelt dat
enkele tieners koekjes voor hem hebben gebakken. Om zijn zus te imponeren met
zijn technologische toverkunsten leent hij de nieuwe digitale camera van de
kerk en maakt een foto van de koekjes, die hij meestuurt met het e-mail
bericht. Tot zover niets aan de hand, zou men denken. Maar nee, een klein
foutje kan grote gevolgen hebben, zo blijkt.
In de zin teenagers baked brownies mist de priester de letter
"b" van baked en typt per ongeluk de naastgelegen letter
"n". De e-mail van de priester wordt geselecteerd door een computer
van een inlichtingendienst die het internet afspeurt naar kinderporno omdat de
woorden naked en teenagers naast elkaar staan. Bovendien blijkt
er een foto met het bericht te zijn meegestuurd en hierdoor krijgt het de
top-prioriteit voor onmiddellijke analyse. Tot overmaat van ramp blijkt er met
de digitale foto iets mis te zijn gegaan zodat de file niet kan worden geopend.
Via de provider wordt de identiteit van de onfortuinlijke priester achterhaald
en er wordt onderzoek gedaan naar de kerk in kwestie. Als blijkt dat de
plaatselijke padvinders, brownies genaamd, er hun bijeenkomsten hebben
dan is er nog maar één conclusie mogelijk: de priester heeft foto's van naakte
padvinders verstuurd en moet onmiddellijk worden gearresteerd....
Een andere arrestatie vormde voor Dan Brown de aanleiding voor het
schrijven van een thriller over de NSA. Op de school waar Brown als docent
Engels werkzaam was, arresteerde de FBI enkele jaren geleden met veel
machtsvertoon een van zijn leerlingen. Hij zou een bedreiging voor de nationale
veiligheid zijn. De aanleiding bleek te zijn dat de jongen in een e-mail aan
een vriend geschreven had hoezeer hij president Clinton haatte en dat hij vond
dat Clinton vermoord zou moeten worden. De vraag hoe de geheime dienst de
inhoud van privé e-mail kende, fascineerde Brown mateloos en hij besloot er een
onderzoek naar te doen. Hij besloot met het materiaal van zijn bevindingen een
roman te schrijven en zo vormde die arrestatie de directe aanleiding tot het
schrijven van de techno-thriller Digital Fortress.
De gewezen leraar Engels exploreert de dunne lijn tussen het beschermen en het
controleren van Amerikaanse burgers door de National Security Agency.
Deskundigen zijn het erover eens dat Brown een uitermate realistisch beeld
schetst van de inlichtingendienst en dat het plot niet eens zo onwaarschijnlijk
is als velen zullen denken. In het verhaal speelt de geheime supercomputer
TRANSLTR van de NSA een centrale rol. De machine, bedoeld om e-mail van
terroristen te onderscheppen en te decoderen, doet dit ook met de elektronische
post van gewone burgers. Een voormalige programmeur van de NSA weet de
supercomputer te verlammen door middel van Digital Fortress, een niet te
kraken code. Hij eist dat de NSA publiekelijk het bestaan van TRANSLTR
toegeeft, anders zal hij de code verkopen aan de hoogste bieder.
Het is opmerkelijk dat Dan Brown, net als Nicky Hager, contact heeft weten te
leggen met medewerkers van de inlichtingendienst die bereid waren te praten.
Hieruit blijkt dat zelfs zij twijfels hebben over de mate van geheimhouding en
het gebrek aan democratische controle op het doen en laten van hun werkgever. I
am a mathematician, not a politician. The NSA's technologies and practices are
necessary, believe me, but their level of secrecy is dangerous. It breeds
distrust, motiveert een NSA-cryptograaf zijn besluit om mee te werken.
De geheime supercomputer TRANSLTR uit het boek is ontworpen om met public
key encryption versleutelde e-mail te decoderen. Criminelen, actievoerders
en allen die verder op hun privacy gesteld zijn, verkeren in de veronderstelling
dat de elektronische post niet door onbevoegden te lezen is, bijvoorbeeld door
het gebruik van het programma PGP (Pretty
Good Privacy). Voor de vorm maakt de NSA bij herhaling bezwaar tegen
verspreiding van software voor public key encryption, maar deze vorm van
versleuteling is geen belemmering, want door middel van vele duizenden parallel
geschakelde processors kunnen alle mogelijke combinaties net zo lang getest
worden totdat er woorden te herkennen zijn. De truc van de onbreekbare code in
de techno-thriller Digital Fortress is dat de originele boodschap voor
versleuteling zodanig door elkaar wordt gehusseld dat er geen woorden meer te
herkennen zijn en dat hij circulair is, zodat er geen begin of eind aan te
ontdekken valt.
Zoals gezegd geeft Dan Brown veel uitermate realistische informatie over de NSA
in zijn boek, maar het belangrijkste element voor zijn verhaal, de onbreekbare
code, is fictief, want onbreekbare codes bestaan nu eenmaal niet. Theoretisch
althans, want praktisch gezien zijn er codes denkbaar waarvan het kraken met
alle computers ter wereld meer tijd zal kosten dan de levensduur van de zon.
Bij het analyseren van een enorme hoeveelheid gegevens is de
grote moeilijkheid de naalden in de spreekwoordelijke hooiberg te vinden. In
het geval van het Echelon-netwerk gaat het in hoofdlijn om twee zaken:
geschreven en gesproken woord. Voor het eerste, de e-mail-, fax- en
telexberichten, is een grove analyse relatief eenvoudig. Voor het analyseren
van telefoongesprekken is veel meer computerkracht vereist. Sinds 1995 wordt er
in ieder geval gebruik gemaakt van stemherkenningssoftware. Deze maakt een
voiceprint en vergelijkt deze met bekende stemmen.
Verder zijn er allerlei vermoedens dat er gebruik wordt gemaakt van software
die gesproken woorden kan herkennen. In het tweede rapport voor de Europese
Unie wordt deze theorie verworpen: This study has found no evidence that
voice keyword recognition systems are currently operationally deployed, nor
that they are yet sufficiently accurate to be worth using for intelligence
purposes.
Frank van Harmelen, docent
kunstmatige intelligentie aan de VU: "De manier om uit zo'n hoeveelheid
gegevens relevante informatie te filteren valt grofweg in twee hoofdgroepen
uiteen: statistische en symbolische methoden. In het eerste geval doet men een
statistische analyse op frequenties van allerlei steekwoorden, en gebruikt die
als maat voor hoe waarschijnlijk het is dat een gesprek of bericht over een
bepaald onderwerp gaat. Kernidee is dat de regelmaat waarmee woorden voorkomen
een goede indicatie geeft van waar een boodschap over gaat. De machine heeft
verder geen idee over de betekenis van die woorden. Dit is de belangrijkste
techniek waar ook de huidige Internet zoek-engines op steunen. Daaraan merk je
al wel hoe moeilijk het is om false-positives te vermijden."
Zoals bij doping- en zwangerschapstests gebruikt men ook hier de termen false-positive
en false-negative om aan te geven hoeveel de computer teveel ziet,
respectievelijk mist. Om de hoeveelheid false-positives zo klein
mogelijk te houden, wordt gebruik gemaakt van symbolische methoden. Die zijn
bij uitstek geschikt om van meerduidige begrippen alleen die met de gewenste
betekenis te selecteren. Gaat "bank" over financiën of over rivieren?
Gaat 'snow' over skiën of over cocaïne? Gaat "tank" over een militair
vehikel of over een reservoir voor vloeistoffen?
Van Harmelen: "Symbolische methoden rusten een computer uit met allerlei
kennis over taal, de wereld, en hoe taal over de wereld spreekt, en proberen op
grond van die kennis te achterhalen waar boodschappen over gaan. Een woord als
"bank" activeert twee mogelijke semantische kontexten, waarvan er één
ondersteund wordt door andere woorden in de boodschap, en de andere niet.
Idealiter kunnen deze technieken ook onduidelijkheden in taal herkennen en
oplossen op grond van hun kennis over de wereld. Bijvoorbeeld in de zin "A
betaalde aan B de drugs met zijn contanten" is het grammaticaal
onduidelijk wiens kontanten dat zijn; "wij" weten dat A natuurlijk
niet aan B betaalt met B's eigen kontanten. Door een programma uit te rusten
met kennis over wat betalen is, en hoe dat werkt, kan een programma ook zulke
zinnen "begrijpen".
Omdat ieder begrip van de inhoud bij statistische methoden ontbreekt, is de
grote moeilijkheid om niet teveel false-positives te krijgen, waarbij
ook geldt dat als je hard gaat snijden in de false-positives, dat je ook
false-negatives produceert. Het probleem van symbolische methoden is dat
ze te arbeidsintensief zijn om een voldoende grote kennisbank te maken die het
algemeen data-verkeer over willekeurige onderwerpen in diverse talen kan analyseren."
Al met al is Frank van Harmelen behoorlijk sceptisch over het Big
Brother-gehalte van het Echelon-netwerk, samenvattend zegt hij: "Gegeven
de huidige stand van zaken in de relevante technieken is het op massale schaal
filteren van telefoonverkeer op gevoelige gesprekken eenvoudigweg niet
haalbaar, niet alleen vanwege een gebrek aan botte rekenkracht, maar ook
vanwege de ontoereikende precisie van de huidige technieken. Het probleem van
beide methoden is dat ze te veel rekenkracht vergen."
Wanneer Rop Gonggrijp, medeoprichter van zowel het hackersblad Hacktic
als van de eerste Internetprovider in Nederland XS4all, met deze uitspraken
wordt geconfronteerd, benadrukt hij dat in dit geval de wet van de grote
getallen geldt en dat het vooral zinvol is te proberen je in te leven in zo'n
organisatie als de NSA.
Gonggrijp: "Het maakt niet uit of die machine maar half efficiënt is en
vijftig procent mist, of juist vijftig procent te veel oplevert. Een
AI-deskundige zal dan inderdaad zeggen dat het dus een onbruikbare machine is;
hij denkt in termen van fabrieken en industriële toepassingen. Hij zal zeggen:
"Nou dat kan ik dus niet gebruiken om te herkennen waar die ene pallet staat,
want als dat ding twee van de drie pallets uit z'n handen laat flikkeren, ja
dan heb ik daar niks aan." Je moet het zo zien: als je tienduizenden
mensen of meer hebt zitten om te luisteren naar gesprekken, om berichten te
lezen, dan gaan hele grote investeringen lonen. Als het resultaat daarvan is
dat de stroom informatie wordt gehalveerd, dan kan dezelfde hoeveelheid mensen
een tweemaal zo grote hoeveelheid intelligence beoordelen.
Dat is de wet van de grote getallen, je weet niet zeker of je alle relevante
informatie eruit vist, maar dat hoeft ook niet. Het beluisteren van alles is
sowieso zinloos dus het gaat je gewoon om een economisch optimum. Wij gaan er
van uit dat een dienst alles wil beluisteren en dat een dienst er vooral op uit
is om maar niet dat kleine detail te missen, op die schaal is dat al helemaal
niet meer belangrijk. Op die schaal gaat het gewoon om een economisch optimum,
waarbij je "economisch" moet zien als: er gaan toch wel miljarden het
defensiebudget in en met dat bedrag moet zo hoog mogelijk gescoord worden en
als je goed scoort, krijg je meer budget. Dus je hoeft er niet alles uit te
halen als je maar het maximum eruit haalt voor de erin gestoken moeite. Je moet
niet denken: 'ja maar, dan weet je dus nooit of je iets mist.' Nee, dat weten
ze ook niet, maar ze weten wel dat ze voor die dollars nooit meer zouden kunnen
krijgen uit die stroom gegevens die langshobbelt."
Het grote verschil tussen Van Harmelen en Gonggrijp is dat de AI-deskundige
denkt in termen van nauwkeurigheid en trefzekerheid, terwijl de ex-hacker veel
meer een economische invalshoek heeft. Gonggrijp: "Hun enige alternatief
is óf het niet doen óf het allemaal door mensen laten doen. Dat laatste kan
niet, niet doen is ook geen optie. Als je je inleeft in hun positie, dan zeg je
gewoon tegen je regering: 'Sorry, maar het is nou eenmaal spuugduur. Maar er is
geen alternatief, want dan zouden de VS hun leidende positie verliezen.'
Die machine levert natuurlijk ook wat op; de Amerikaanse defensie-industrie is
niet voor niets oppermachtig. Je bouwt niet overal ter wereld miljarden
kostende installaties voor nop. Het is gewoon een te dure propagandastunt. Je
zet niet honderdduizend mensen in een of ander groot gebouw aan het werk voor
een propagandastunt om de wereld te laten denken dat je alles ziet."
Volgens Gonggrijp is er geen enkele organisatie die met de NSA kan
concurreren. De afluistermachine is niet meer te verslaan, er is niets of
niemand die tegenstand kan bieden. Misschien slechts dan als zich een historisch
momentu, zou voordoen dat te vergelijken is met het einde van de
Vietnam-oorlog, wanneer de publieke opinie (wereldwijd, maar vooral in Amerika)
het optreden of zelfs het bestaan van de Amerikaanse inlichtingendiensten
scherp zou afkeuren. De NSA is er, als ieder ander groot bureaucratisch
apparaat, vooral op gericht zichzelf in leven te houden, zichzelf werk te
verschaffen. En er is steeds meer te doen, steeds meer af te luisteren!
Zolang de computersnelheid en geheugencapaciteit nog exponentieel blijven
groeien, zal het voor de NSA mogelijk zijn de machine te perfectioneren en zal
bijvoorbeeld software voor stem- en gezichtsherkenning steeds succesvoller
geïntegreerd worden. Maar zoals bij alle innovatieprocessen zal er uiteindelijk
een punt optreden waarna een kleine verbetering onevenredig veel energie kost.
Kostte het bijvoorbeeld aanvankelijk x eenheden inspanning om de machine
vijftig procent efficiënter te maken, na verloop van tijd kost het honderd keer
zoveel voor een verbetering van maar enkele procenten. Hierdoor is te
verwachten dat het bedrijfsmotto van de NSA om vijf jaar voor te lopen op de the
state of the art steeds meer zal gaan kosten, totdat het niet langer
haalbaar blijkt, waarna de voorsprong steeds minder groot wordt. Voor de
optimisten: omgekeerd geldt ook dat alle techniek die de NSA nu al bezit over
enkele jaren voor iedereen beschikbaar zal zijn, en waarschijnlijk voor minder
geld dan de NSA ervoor heeft betaald.
Tegenwoordig worden mensen, goederen en vooral ook informatie sneller en
vaker dan ooit verplaatst. Bedrijven en werknemers zijn steeds minder
geografisch gebonden en centraal geleide instituties en bedrijven lijken te
verdwijnen, of verliezen in ieder geval macht en invloed. Zo gezien is de NSA
immers bij uitstek een centraal geleid instituut een fossiel uit de Koude
Oorlog, een anachronisme, een kunstmatig in leven gehouden patiënt. Daarbij
komt dat - juist doordat bedrijven steeds grensoverschrijdender opereren - de
taak van de NSA, het beschermen van de Amerikaanse belangen, steeds moeilijker
te definiëren is.
Wél zijn er aanwijzingen dat waar de prioriteit eerst lag bij de militaire en
strategische belangen, het Amerikaanse belang na de val van de muur vooral
economisch van aard lijkt te zijn. In de Groene Amsterdammer
van 18 februari 1998 staat bijvoorbeeld een opsomming van een aantal
gevallen waaruit de economische belangstelling van de NSA blijkt.
Tijdens de GATT-onderhandelingen in 1993 werd in opdracht van president Clinton
alle communicatie van de delegaties van de handelspartners afgeluisterd.
Een tweede geval betrof José Ignacio Lopez, één van de managers van General
Motors (GM). Hij stapte in datzelfde jaar over naar het Duitse Volkswagen en
werd vrijwel onmiddellijk van bedrijfsspionage beschuldigd. Het was onduidelijk
hoe GM zo snel kon weten dat Lopez geheimen had verklapt, later bleek dat de
NSA videoconferenties van de raad van bestuur van Volkswagen had afgetapt en de
beelden aan GM had geleverd.
Twee andere voorbeelden betreffen miljarden-contracten die de Fransen misliepen
doordat de Amerikaanse bedrijven Boeing en McDonnell Douglas op onverklaarbare
wijze net iets meer smeergeld aan de Saoedie-Arabiërs betaalden voor een
wapenorder en doordat het Amerikaanse bedrijf Raytheon op alle terreinen meer
aan de Braziliaanse verlangens tegemoet wist te komen voor een order om
radarinstallaties te bouwen dan de Franse concurrenten.
Het laatste voorbeeld: in 1995 zijn tijdens de onderhandelingen over de
quotering van de Japanse auto-export naar de VS alle gesprekken van de Japanse
delegatie met hun meerderen afgeluisterd, waardoor de Amerikaanse
onderhandelaar een gunstig resultaat wist te behalen.
In feite is er in al deze gevallen sprake van oneigenlijke concurrentie: niet
door de prijs of de kwaliteit van de diensten of producten, maar door de
informatie van de NSA worden allerlei opdrachten en contracten verkregen. Toch
denkt Gonggrijp dat Amerika zich op den duur uit de markt zal prijzen: "Als
je landen ziet als fabrieken die een product leveren, dan maakt Amerika een te
duur product omdat de kosten voor de NSA in het product verdisconteerd
worden."
De macht van een organisatie met tegen de honderdduizend werknemers en een
geschat budget van minstens twaalf miljard dollar per jaar moet natuurlijk niet
onderschat worden, het gaat om een economische factor van betekenis. De vraag
"Wie verdient er aan?" is dan ook bijzonder relevant. De grootste
geldstromen gaan naar de computerindustrie en het militair-industrieel complex.
En dat geld moet wel blijven stromen, dus de top van de NSA moet wel redelijk
blijven. Een dictator als directeur van de NSA zal volgens Gonggrijp om
economische redenen teruggefloten worden of er eenvoudigweg niet komen. Ten koste
van alles moet voorkomen worden dat de publieke opinie zich tegen de NSA keert.
Praktijken waardoor Orwelliaanse toestanden werkelijkheid worden, zijn
technisch allang mogelijk, maar zullen om die reden slechts onmerkbaar
geëffectueerd worden. Ook bij het operationeel maken van NSA-informatie bestaat
het gevaar dat de publieke opinie zich tegen de organisatie keert.
Nu er het een en ander bekend is over het functioneren van
het Echelon-netwerk, ligt het voor de hand dat sommigen zullen proberen het
systeem te overbelasten door ervoor te zorgen dat ieder telefoongesprek, iedere
fax en iedere e-mail woorden bevat waardoor het systeem geactiveerd wordt. Maar
deze strategie zal het systeem vermoedelijk niet verlammen. Gonggrijp:
"Ten tijde van Hacktic sloten we internationale telefoongesprekken
en e-mails voor de gein altijd af met bomb, Libia, White House, Khadaffy,
assasinate. Maar hierdoor slaat de boel natuurlijk heus niet op tilt. Nee,
er zitten dan te veel trefwoorden in of ze zitten in je signature. Zo'n ding
kan natuurlijk prima zien waar je signature begint, dus dan zegt hij: 'O, dat
is zo'n gek met dingen in de signature. O, dit is zo iemand die weet dat de NSA
bestaat en die daarmee aan het klooien is'. Je geeft daarmee alleen maar meer
informatie over jezelf en dat vormt dan een beeld van jou. Het is natuurlijk
grappig om te doen maar het houdt die machine niet tegen."
Een andere strategie voor lieden die de geheimzinnigheid van en het gebrek aan
democratische controle op de NSA aan de kaak willen stellen, is te proberen
door middel van desinformatie de organisatie te dwingen zichzelf en haar
praktijken bloot te geven. Verschillende mensen in verschillende landen zouden
dan moeten doen alsof er iets gaat plaatsvinden waar de NSA wel op moet
reageren. Het zou dan duidelijk moeten worden op welke (illegale) manier de
informatie precies verkregen is. Vermoedelijk is ook een dergelijke poging tot
het verkrijgen van openbaarheid tot mislukken gedoemd, want het is tegenwoordig
vrijwel onmogelijk om verschillende mensen op grote afstand van elkaar te
mobiliseren zonder gebruik te maken van elektronische communicatiemiddelen.
Daarbij komt dat de NSA er alles aan gelegen zal zijn om hun werkwijze geheim
te houden. Niet voor niets staat de organisatie bekend als "No Such
Agency", omdat vrijwel niemand van het bestaan op de hoogte is. De
gangbare grap van FBI- en CIA-functionarissen die klagen over de enorme
geslotenheid van de NSA, is dat de afkorting staat voor "Never Say
Anything".
De NSA is helemaal niet geïnteresseerd in individuen of organisaties, maar in
de grote verbanden en ze publiceert rapporten over die grote verbanden waar
helemaal niet meer uit af te leiden is waar die informatie vandaan komt.
Gonggrijp: "Denk aan het verhaal over de Tweede Wereldoorlog. De reden dat
de Duitsers de zeeoorlog verloren hebben, is dat Enigma, de supergeheime
codeermachine van de Duitsers, werd gekraakt door de Engelse
inlichtingendienst. De grote vlootbewegingen werden meebekeken in Londen. De
Engelsen hebben het ervoor over gehad om Coventry te laten bombarderen omdat ze
dat strategische voordeel niet op wilden geven. Ze hebben die stad dus niet
verdedigd om maar niet te laten blijken dat ze met de Duitse admiraals mee
konden lezen. Churchill heeft dat in zijn memoires beschreven als de
moeilijkste beslissing uit de oorlog: weten dat er een stad plat gebombardeerd
wordt en er niets aan doen."
Door het bekend worden van het bestaan van het Echelon-netwerk wordt er voor
actievoerders een plafond opgeworpen. Bepaalde acties zullen getolereerd worden
omdat ze als onschadelijk gezien worden en bovendien alleen maar informatie
geven over de actievoerders en over ontwikkelingen binnen de actiewereld. Als
schadelijk ervaren plannen zullen in de kiem gesmoord worden.
Actievoerders die op de hoogte zijn van het bestaan en het functioneren van de
afluisterpraktijken van de NSA, zullen zich veel moeite moeten getroosten om
acties voor te bereiden zonder gebruik te maken van elektronische communicatiemiddelen.
Maar dan nog: er is tegenwoordig geen ontkomen meer aan een elektronisch spoor
na te laten en wie garandeert dat de NSA daar geen toegang tot heeft?
Afwijkingen in het normale patroon van geldopnames, boodschappen,
ziekenhuisbezoek etc. kunnen al een aanwijzing zijn.....
Al met al is hier een weinig geruststellend verhaal verteld. Het is weliswaar
(nog) niet zo dat er telkens als we de telefoon oppakken, iemand meeluistert of
dat al onze e-mail door derden gelezen wordt, maar het kan wel. De vraag naar
de grens tussen realistische bezorgdheid en achtervolgingswaanzin is nog steeds
erg moeilijk te beantwoorden.
Niet voor niets hebben veel hackers en techneuten een paranoïde trekje, hoewel
paranoïde? Zij zijn bij uitstek degenen die beseffen dat vrijwel alles kan en
dat er vrijwel niets tegen te doen is. Helaas een niet erg bemoedigend inzicht.
Het enige dat rest is: op onze woorden passen...
De cliché-opmerking van voorstanders van verregaande bevoegdheden voor inlichtingendiensten om te snuffelen in de privélevens van individuen, is dat alleen degenen die iets te verbergen hebben er iets tegen zullen hebben. Maar zo simpel is het niet; het is en blijft een inbreuk op de privacy. Bovendien is er, zoals uit de voorbeelden blijkt, sprake van concurrentievervalsing. Daarbij komt dat inlichtingendiensten zich vaak onttrekken aan democratische controle op hun doen en laten. Quis custodiet ipsos custodes?, de vraag die de Romeinse satiredichter Juvenalis tweeduizend jaar geleden stelde, is nog altijd actueel. We moeten ons altijd blijven afvragen wie de bewakers zelf bewaakt.
Verdere Links:
Echelon-dossier NRC Handelsblad