Auteur: K. van Kooten
Titel: Veertig
Waardering: 2
Ondertitel: drie verhalen
Motto: When I see anyone I know coming on the same side of the street I start giggling nervously, and as they come into the picture beat them to it with some such remark as:
"Its white!"
"Whats white?" they say, not being in on the secret.
"My suit," I say. "I thought Id put on a white suit."
Robert Benchley: My ten years in a Quandary
Verklaring: De ik-figuur, Kees van Kooten krijgt van zijn vrouw voor zijn veertigste verjaardag een bijzonder cadeau. Hij mag zich twee weken terugtrekken in een hotel in het Franse plaatsje Gérardmer om zich geheel aan het schrijven te wijden. Hij kan dan eindelijk het verhaal schrijven waar hij thuis nooit aan toekomt.
Het motto gaat over een man die in paniek raakt wanneer hij op straat een bekende tegenkomt. Daardoor gaat hij allerlei irrelevante opmerkingen maken. De schrijver weet zelf ook niet goed waar hij mee bezig is. Hij is eigenlijk in zijn midlife-crisis terechtgekomen, al wordt die naam niet genoemd in het boek.
Het boek bestaat uit drie verschillende verhalen, vandaar de ondertitel. Het eerste heet Lécrivain, het tweede Prostatitis! en het derde Willem. Ieder verhaal staat op zich, maar er zijn wel overeenkomsten in thematiek. De problematiek van het ouder worden komt terug in alle drie de verhalen. In de eerste twee is de ik-figuur zich pijnlijk bewust van zijn leeftijd. Tegen de stem in de praatpaal in Lécrivain bekent hij dat hij een verhaal, Veertig, wil schrijven zonder de Dood er in. Dat lukt hem niet, want in Willem gaat de hond dood.
In de eerste twee verhalen gaat het ook over de in Nederland langzamerhand publieke figuur Kees van Kooten als schrijver. Hij heeft hier duidelijk moeite mee op sommige momenten. De door hem vertelde verhalen kunnen echter niet zomaar autobiografisch genoemd worden. Het begin waarschuwt hier ook voor.
Opbouw: Lécrivain heeft de vorm van een dagboek. De dag waarop de gebeurtenissen plaatsvinden, wordt telkens vermeld, uitgezonderd de laatste dag. Het verhaal duurt van 28 augustus 1981 tot en met 1 september 1981. De vier dagen worden in chronologische volgorde vertelt. Er zijn echter wel veel verwijzingen naar dingen die in het verleden zijn gebeurd.
Prostatitis! gaat over het succes dat hij met zijn vorige boek heeft gehad. Daarom heeft hij besloten een voorleestournee van twee weken door het land te maken. De première van de voorleestournee was op 29 april 1980. De totale vertelde tijd is circa twee weken. De avond van de lezing is vrij uitvoerig verteld. Het begin van het verhaal staat in de verleden tijd, de rest in de tegenwoordige tijd.
Willem gaat over het leven van de hond van de familie Van Kooten. Het verhaal is chronologisch verteld, in de verleden tijd. De vertelde tijd is dertien jaar. Dat is logisch, want zolang heeft Willem geleefd.
Beginzin: Hier begint het.
Ik kan kiezen tussen: "Zijn vrouw had hem" en "Mijn vrouw heeft mij". Onderweg heb ik besloten dat het "Mijn vrouw heeft mij" moet zijn.
Slotzin: Na een week durfde Lucia voor het eerst een stok te pakken zonder zenuwachtig om te kijken waar Willem bleef.
Belangrijkste personen: De hoofdpersoon in het eerste verhaal is de ik-figuur, Kees van Kooten. Hij geeft er de voorkeur aan de leden van zijn gezin met een erenaam aan te duiden. Hij noemt zijn vrouw Patience, zijn zoontje Boogschutter en zijn dochter Waterlelie. Ook in de andere verhalen noemt hij ze zo. In het eerste verhaal wordt hij door zijn kinderen een keer "Keesje Zenuwpeesje" genoemd. In het tweede verhaal vertelt hij iets over zijn leven als schrijver. Hij geniet van het succes, en de uitnodigingen voor de lezingen strelen zijn ijdelheid. In het derde verhaal is Willem de hoofdpersoon. De ik-figuur is getuige van het leven en de dood van deze hond.
Thema: In Lécrivain gaat het om twee dingen. Het eerste is het schrijverschap en het tweede is veertig jaar. De auteur is veertig jaar geworden en als gevolg daarvan refereert hij aan een boek van de Nederlandse psychiater Rümke, De levenstijdperken van de man. Hij weet wat hem volgens Rümke nu te wachten staat: "Nu gaat het grote identiteitsgevecht pas echt beginnen.[...] Onverwerkte erotische fantasieën zullen mij komen bespoken, maar wanneer ik het positieve van de Virilitas maar voldoende beleef, zal ik mij innerlijk harmonisch kunnen voorbereiden op het Praesenium." De rest van het verhaal maakt duidelijk dat ook Van Kooten niet aan het schema van Rümke ontkomt. Hij beschrijft veel van zijn afgangen, voor lul staan is dan ook een van de dingen waar hij mee bezig is.
Het identiteitsgevecht, waar Rümke het over heeft, komt ook aan de orde. Op zijn eenzame vakantie borrelen allerlei cruciale vragen bij de ik-figuur op. Is hij als veertiger nog wel aantrekkelijk en viriel genoeg? Welke rol speelt hij in het leven? Is hij nog wel een schrijver?
De schrijversrol, die hem vaak door anderen wordt opgelegd, kan hij in feite niet aan. Hij haat zijn priegelige handschrift, in plaats van de dartele écrivain te spelen zit hij veel liever thuis bij zijn idyllische gezin. Het schrijven lukt niet, hij weet niet waarover hij moet schrijven. Ook de vele flash-backs en uitweidingen in dit verhaal benadrukken de creatieve onmacht van de schrijver.
In Prostatitis! gaat het ook om twee dingen. Net zo als in het eerste verhaal gaat het over het schrijverschap, ten tweede gaat het over zijn ziekte, prostatitis. In dit verhaal maakt hij het verschijnsel "lezing van bekende schrijver" belachelijk. Zijn droevige mannenkwaal, prostatitis, doet hem beseffen dat hij al bijna veertig is. Hij krijgt te maken met de problemen van het ouder worden, klachten en verval. In Willem krijgt hij dan toch te maken met de dood. Opgelucht stelt hij vast dat dat toch niet zo eng is.
Verwachting vooraf: Vooraf dacht ik dat het boek net zo grappig en leuk zou zijn als de programmas van Kees van Kooten en Wim de Bie. Mijn vader heeft bijna alles van hen op video en door hem ben ik hen ook leuk gaan vinden.
Waardering achteraf: Ik vond het boek in eerste instantie tegenvallen, omdat ik een totaal ander boek verwachtte. Het lijkt absoluut niet op zijn tv-werk. Het enige stukje dat ik nog een beetje vond lijken op de tv-van Kooten was het eerste verhaal, wanneer hij het Frans letterlijk gaat vertalen. Naderhand ben ik het boek objectief gaan bekijken. Toen vond ik het toch wel leuk. Vooral de eerste twee verhalen, want die zitten vol ironie. Daar hou ik wel van. Het derde verhaal vond ik leuk door de stijl van Van Kooten.
Meest boeiende: Ik vond het derde verhaal het meest boeiend, omdat dat wat minder abstract is dan de twee andere. Vooral het laatste stukje, als Willem doodgaat vond ik erg leuk. De reactie van zijn kinderen en ook van hemzelf zijn erg herkenbaar, en daardoor juist zo boeiend.
Vergelijking: Het was best moeilijk om een goede vergelijking te maken. Tenslotte is dit boek heel anders dan andere boeken op mijn lijst. Ik moest echter wel denken aan Freek Groenevelt, de hoofdpersoon in "De komst van Joachim Stiller". Hij is, net als de ik-figuur uit dit boek, op zoek naar de antwoorden op de vragen die hij zichzelf stelt. Beiden zijn op zoek naar hun eigen persoonlijkheid, en weten vaak niet goed hoe ze zich moeten gedragen. Buiten deze vergelijking kan ik weinig overeenkomsten noemen met andere boeken op mijn lijst.