
Inhoudsopgave
Hoofdstuk
Inleiding
Algemeen
De Reclame Code Commissie
Enquête
Misleidende reclame
Eigen mening
Conclusie
Bronnen

Inleiding
Onze opdracht is om de invalshoek van de consument m.b.t. reclame te belichten. En daarbij een zo duidelijk mogelijk beeld te geven van reclame in verhouding met de consument. Onze belangrijkste doelstelling is om de verhouding tussen reclame en de consument weer te geven.
Daarbij werken we met een paar doelstellingen.We geven allereerst een beschrijving van reclame en de consument in het algemeen. De volgende doelstelling is om uit te leggen wanneer reclame misleidend is en hoe je tegen misleidende reclame kunt optreden. Door middel van een enquête in een plaatselijke supermarkt is onderzocht in hoeverre reclame en/of aanbiedingen het koopgedrag van de consument beïnvloedt. Ook hier geven we een uitgebreid verslag van. Tenslotte beschrijven we dat door middel van een beroep te doen op de Reclame Code Commissie je bezwaar kunt maken tegen een bepaalde reclame of advertentie. Hoe zon procedure in zijn werk gaat bij de Reclame Code Commissie wordt ook beschreven.
We completeren dit project met onze eigen mening wat betreft reclame. In hoeverre een reclame geslaagd is en wat wij precies onder reclame verstaan.
Onze informatie halen wij uit de enquête, we raadplegen internet en verschillende boeken uit de bibliotheek zullen uitgezocht worden. Instanties en organisaties die wij van belang houden voor de informatie omtrent onze invalshoek zullen gebeld worden en om informatie gevraagd worden.
Met alle informatie, reportages, analyses en onze eigen mening proberen we jullie duidelijk te maken wat voor relatie de consument heeft met reclame.

Algemeen
De consument heeft door zijn veranderende voorkeuren, gewoonten, samenlevingsvormen, inkomenssituaties, enz. steeds meer de behoefte aan nieuwe produkten. Nu produkten promoten leidt automatisch tot reclame.
Reclame wordt gemaakt door aanbieders van produkten en diensten om afnemers ertoe te brengen hun produkten en diensten te kopen. reclame heeft dus als doel het koopgedrag van de afnemer, d.w.z. het consumentengedrag, te beïnvloeden. Het is duidelijk dat inzicht in dit consumentengedrag: het verloop van beslissingsprocessen bij de consument en de factoren die deze beslissingsprocessen beïnvloeden voor de reclamemaker van groot belang is. Deze wil immers zijn reclame uitingen zodanig vorm geven en naar de doelgroep sturen zodat het effect van de ingezette reclamemiddelen zo groot mogelijk is. Dit inzicht is ook nodig voor degenen die bezorgd zijn over eventueel minder wenselijke effecten van reclame, zoals: overbesteding door consumenten op grond van reclame en schadelijke werking bij kinderen.
De consument waardeert een product vooral om zijn vormgeving en expressieve waarde, d.w.z. dat het extra mooi wordt weergegeven om het de consument aantrekkelijk te maken en dat de consument door het produkt gaat denken: "welke indruk maak ik op anderen als ik dit produkt gebruik, past het bij mijn levensstijl".
De mate van betrokkenheid van de consument bepaalt mede de inhoud en uitgebreidheid van de reclame. Consumenten creëren al snel betrokkenheid en is bereid veel informatie in te winnen als het produkt duur is of een hoog fysiek risico heeft (geneesmiddelen). Reclame is er vaak op gericht om de betrokkenheid van de consument te vergroten.
Commerciële bronnen worden in het algemeen wel als deskundig, maar niet zo betrouwbaar gezien, aangezien ze een persoonlijk belang hebben bij de verkoop van het produkt. Consumenten zien de consumenten organisaties en de overheid als betrouwbaar en deskundig. Consumenten raadplegen ook veel vrienden, buren, collegas en familie. Deze zien zij als erg betrouwbaar, maar niet erg deskundig. Reclame leidt al heel snel tot gesprekken tussen de consumenten en door deze gesprekken worden de consumenten beïnvloed en komt het merk onder de aandacht van velen. Consumenten wisselen onderling ook ervaringen over produkten uit.
Ontevredenheid en klachten over reclame en/of advertentie kunnen leiden tot verschillende acties van de consument:
De consument doet soms niets, omdat het indienen van een klacht teveel moeite is.
Een consument kan een communicatiedrempel ondervinden, omdat hij niet in staat is de klacht mondeling of schriftelijk te formuleren. Dit hangt samen met het opleidingsniveau van de consument.
Een consument kan een actiedrempel ondervinden:
- gebrek aan durf;
- onzekerheid over de vraag, of de klacht wel gegrond is.
Een consument kan een entree-drempel ondervinden bij een onwillige winkelier.
De consument kan een privé-actie ondernemen, zoals een boycot van een leverancier of producent. Een klant bij een supermarkt kan bijvoorbeeld naar een andere winkel gaan.
De consument kan tot een publieke actie overgaan, zoals het indienen van een klacht bij de desbetreffende winkelier, bij een consumentenorganisatie, bij de Reclame Code Commissie of bij het kantongerecht.

De Reclame Code Commissie
In dit hoofdstuk zullen we laten zien hoe een consument bezwaar kan maken tegen reclame. Met in het bijzonder betrekking tot de Reclame Code Commissie.
De stichting Reclame Code heeft tot doel ervoor te zorgen dat in Nederland op verantwoorde wijze reclame wordt gemaakt. Om dit doel te verwezenlijken heeft de Stichting regels opgesteld waaraan reclame moet voldoen: de Nederlandse Reclame Code.
De controle op de naleving van de Nederlandse Reclame Code wordt gedaan door de Reclame Code Commissie (RCC) en in appèl door het College van Beroep. Elk persoon die van mening is dat een reclame (alle vormen van reclame) in strijd is met de Nederlandse Reclame Code kan een klacht indienen bij de RCC.
Onder reclame wordt verstaan: iedere aanprijzing van goederen en diensten.
De Nederlandse Reclame Code is van toepassing op alle reclame ongeacht het medium waarvan gebruikt is gemaakt.
De Reclame Code Commissie
De RCC is een commissie die beoordeelt of adverteerders en anderen die verantwoordelijk zijn voor het maken van reclame, zich aan de regels voor reclame hebben gehouden. Zoals eerder gezegd kan iedereen die de reclame in strijd acht met de regels omtrent reclame, een klacht indienen bij de RCC. Zij beoordeelt dan of de reclame, na het horen van de adverteerder, in strijd is met de regels. De RCC kan ook een reclame beoordelen zonder dat daar een klacht voor is ingediend.
De procedure
Als de RCC een klacht ontvangt, stuurt zij een kopie naar de adverteerder tegen wie de klacht is ingediend. Deze adverteerder krijgt dan nog de tijd om tegen de klacht verweer te voeren. Dan wordt er een datum bepaald waarop de klacht, verweerstukken en bewijsstukken worden behandeld. Na behandeling van alle stukken doet de Commissie schriftelijk uitspraak.
Soms wordt een klacht niet door de RCC behandeld. Dit wordt bepaald door de voorzitter van de Commissie. Als hij van mening is dat de Commissie de klacht niet zal toewijzen, zal hij besluiten om de klacht niet te behandelen.
De voorzitter kan ook als er tegen een zelfde reclame een groot aantal klachten wordt ingediend, bepalen dat klachten van dezelfde soort niet behandeld zullen worden.
De RCC kan onder meer de volgende uitspraken doen:
De klacht toewijzen.
De klacht afwijzen.
In het laatste geval doet de RCC een aanbeveling of een vrijblijvend advies aan het adres van de adverteerder om de reclame niet meer te plaatsen/gebruiken.
Deze aanbeveling kan op drie manieren worden gedaan:
-onderhands; dan wordt de aanbeveling alleen bekend gemaakt aan de betrokken partijen.
-openbaar; de aanbeveling wordt dan niet alleen aan de betrokken partijen bekend gemaakt, maar ook aan verschillende media. Ook wordt dan de aanbeveling gestuurd naar instanties zoals het Ministerie van Economische Zaken.
-beperkt openbaar; dit is een speciaal geval. Wat inhoud dat -indien het een algemeen voorkomende overtreding betreft- de aanbeveling openbaar wordt gemaakt zoals onder 2. genoemd, maar zonder bekendmaking van de betrokken partijen.
Wanneer de Commissie de klacht toewijst, zal zij bovendien:
-voorwaarden stellen aan het tijdstip van uitzending van de beoordeelde radio/televisie-reclame.
-een termijn stellen waarbinnen de aanbeveling moet zijn opgevolgd.
-maatregelen opleggen.
Als de klager en/of adverteerder het niet eens zijn met de uitspraak van de RCC kunnen zij in beroep gaan bij het College van Beroep. In het verzoekschrift moet staan:
-de naam en adres van degene die in beroep gaat.
-de datum van de uitspraak waartegen in beroep wordt gegaan.
-de bezwaren tegen de uitspraak.
-de handtekening van de appèllant (is hetzelfde als de griffier bij een rechtbank).
Over het algemeen besluit het College aan de hand van de ingezonden stukken van beide partijen; het is ook mogelijk om je standpunt mondeling toe te lichten tijdens de zitting van het College van Beroep. Dan volgt er een schriftelijke uitspraak, deze wordt aan beide partijen toegestuurd. Tegen de uitspraak van het College is geen beroep meer mogelijk. De procedure is dan definitief beëindigd.
Het College van Beroep kan de volgende uitspraken doen:
-het beroep (gedeeltelijk)gegrond verklaren en de uitspraak van de RCC (gedeeltelijk) vernietigen.
-het beroep (gedeeltelijk) ongegrond verklaren en de uitspraak van de RCC (gedeeltelijk) bevestigen.
-de zaak terugverwijzen naar de RCC.
Voorbeeld van uitspraak Reclame Code Commissie
Op 17 januari 1997 vond de behandeling bij de RCC plaats van de gezamenlijke klacht van de Stuurgroep Reclameo en de Stichting Verantwoord Alcoholgebruik (STIVA). De klacht betrof vier affiches die deel uitmaakten van de landelijke campagne van de Stichting Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ). Op de affiche waren toegetakelde gezichten te zien met daarboven de tekst: Champagne Brut, Witbier, Bloody Mary of Cola-tic. De Stuurgroep Reclame trad mede als klager op vanwege de principiële aard van het geschil. Zij is van mening dat de (overheids)voorlichting specifieke produkttypen niet onnodig selectief in een kwaad daglicht mag stellen.
De bezwaren van de Stuurgroep Reclame en de STIVA richtten zich op:
1. de onrechtmatigheid om een bepaald produkttype volstrekt onnodig en selectief in een sterk negatief daglicht te stellen.
Het feit dat niet de alcoholhoudende drank zelf maar het misbruik daarvan de schade kan toebrengen en gewenning of verslaving kan veroorzaakt.
Ten onrechte gesuggereerd werd dat de schuld van geweld en schade ligt bij de produkten en niet bij de consument.
De RCC oordeelde dat op onzorgvuldige en daardoor misleidende wijze reclame was gemaakt. Zij adviseerde het NIGZ niet langer op deze wijze reclame te maken.
o (De Stuurgroep Reclame is een organisatie van adverteerders , communicatiebureaus, media en overige dienstverleners. Haar missie is: het bevorderen en beschermen van verantwoorde communicatie. Vandaar haar aandeel in de bovenstaande klacht).

Enquête
In dit hoofdstuk zal aangetoond worden in hoeverre reclame effect heeft op het koopgedrag van de consument. Er zijn veel manieren om een klant een bepaald produkt te laten kopen. Zo kan een winkel beslissen om extra airmiles te geven bij het kopen van een kilo belegen kaas. Een ander instrument is het sparen van zegeltjes, voor bijvoorbeeld een actiepakket of een porseleinset. De folders, die de mensen op de hoogte houdt van de aanbiedingen in zijn/haar supermarkt, zal vreselijk belangrijk zijn. Want de folder haalt de mensen die nog geen vaste klant zijn naar de winkel, en die klant kan weer een vaste klant worden.
En dan is er ook nog de klantenkaart. De korting is het lokkertje naar de klant toe, de opbrengst voor de supermarkt is de informatie, trouw bezoek van klanten is het uiteindelijke doel. Maar de trouw die deze kaarten opleveren is armzalig. Een Bonus kaarthouder haalt tweederde van zijn boodschappen niet bij Albert Heijn en een Edah Cardhouder besteedt van zijn gulden slechts twee dubbeltjes bij Edah! Met andere woorden: de kaart voldoet eigenlijk niet.
Alle reclame-instrumenten voor het aantrekken van klanten en de klanten meer te laten kopen, zullen uitgebreid getest zijn, maar enkele blijken toch niet effectief te zijn. Dat reclame/aanbiedingen -en het daarmee aantrekken van vaste klanten- het belangrijkste is voor een supermarkt blijkt uit de volgende regel: de 20% - 80% regel. Dit betekent dat 20% van de klanten voor 80% van de omzet zorgt, dit zijn dus de vaste klanten. Het is voor een supermarkt dus zaak om middels folders, zegeltjes, airmiles, extra aanbiedingen en reclames op tv en radio hun vaste klantenkring te vergroten en zo een grotere omzet te halen.
Om te onderzoeken of de folders, acties en reclames invloed hebben op het koopgedrag van de consument hebben wij een enquête gehouden bij een supermarkt. Daaruit bleek dat een folder als zeer belangrijk wordt ervaren door de consument, hieruit haalt de consument namelijk alle informatie omtrent aanbiedingen en de folder is voor de koopjesjagers een reden om naar de betreffende supermarkt te gaan. In het algemeen is de klant bezig met aanbiedingen, bewust dan wel onbewust. De grootste groep maakt bewust gebruik van de aanbiedingen, hierbij wordt er een link gelegd naar de folder.
Tv-reclames zorgen ervoor dat een grote groep mensen een bepaald produkt te zien en te horen krijgen. Dit kan ervoor zorgen dat het produkt ook daadwerkelijk gekocht wordt, de invloed van televisie reclames moet zeker niet onderschat worden.
Als het om speciale acties gaat is de consument toch wat voorzichtiger, een actie waarbij je voor een bepaald bedrag zegeltjes krijgt en je deze zegeltjes moet sparen, zorgt voor positieve en negatieve reacties. Zo wordt het geven van dubbele zegels op een bepaalde dag als positief bestempeld. Kritiek is er echter vaak op de inhoud van een pakket, waar je nooit iedereen tevreden mee kunt stellen.
Een klantenkaart met persoonsgegevens (zoals koopgedrag), die de supermarkten gebruiken om zo aanbiedingen af te stemmen op de consument werd bij onze enquête niet als nodig bestempeld.
Om voor een actie in aanmerking te komen, moet vaak aan bepaalde voorwaarden worden voldaan, zoals het kopen van bepaalde produkten. Consumenten zullen over het algemeen niet zo snel deze speciale producten kopen. Slechts een klein aantal consumenten koopt extra producten voor de actie, dit zullen dan ook de koopjesjagers zijn.
De enquête is uitgedeeld in de supermarkt C1000, in overleg met de bedrijfsleider is afgesproken dat de enquête redelijk specifiek over de C1000 moest gaan. Van de enquête zijn er 140 exemplaren uitgedeeld, daarvan zijn er 100 ontvangen. Dit betekent dat er een respons is van ongeveer 71%. We kunnen dus zeggen dat de enquête een betrouwbare informatiebron is.
ENQUÊTE
Geachte klant,
Allereerst zal ik mijzelf voorstellen. Ik ben Paul van Weerdenburg en ik werk bij C1000 Superwest. Ik ben een eerstejaars HES-student (Hogeschool voor Economische Studies). In het kader van een project over reclame zou ik u graag een paar vragen willen stellen. Deze enquête is geheel vrijblijvend en verplicht u tot niets. U kunt de enquête anoniem invullen. Ik zou u willen verzoeken de vragen zo zorgvuldig mogelijk te beantwoorden. Bij voorbaat dank!
Wat vind u van de C1000 folders?
] belangrijk 92% &127 onbelangrijk 8%
Maakt u gebruik van de C1000 aanbiedingen?
Zo ja, hoe?
] ja, onbewust 84% &127 ja, bewust 12% &127 nee 4%
Heeft u na het zien van de tv-reclames van C1000-selectie produkten van C1000-selectie gekocht?
&127 ja 26% &127 nee 35% ] misschien 39%
Er zijn regelmatig extra acties, zoals het zware pakket.
Wat vind u van deze acties?
] belangrijk 64% &127 onbelangrijk 36%
Bent u een voorstander van een klantenkaart met persoonsgegevens bij C1000?
&127 ja 22% ] nee 78%
Koopt u extra produkten om voor een actie in aanmerking te komen?
&127 ja 22% ] nee 49% &127 misschien 29%

Misleidende reclame
In dit hoofdstuk proberen we het begrip misleidende reclame uit te leggen en aan te tonen, met behulp van de wetsartikelen.
Misleiding is niet makkelijk aan te tonen. Als de consument meent dat reclame misleidend is, kan hij met zijn klacht naar de Reclame Code Commissie stappen (hfdst. 3), maar hij kan ook naar de rechter stappen. In dat geval geldt wat in de wet heet de omgekeerde bewijslast. De adverteerder moet voor de rechter wáár maken en het bewijs leveren dat er van misleiding geen sprake is.
Gezien aan artikel 6:194 BW zijn er meerder punten waarop reclame misleidend is:
(Hier volgt een citaat uit het desbetreffende artikel)
., indien deze mededeling in een of meer opzichten misleidend is, zoals ten aanzien van:
de aard, samenstelling, hoeveelheid, hoedanigheid, eigenschappen of gebruiksmogelijkheden;
de herkomst, de wijze of het tijdstip van vervaardigen;
de omvang van de voorraad;
de prijs of de wijze van bereken daarvan;
de aanleiding of het doel van de aanbieding;
.
.
de omvang, inhoud of tijdsduur van de garantie:
.enz.
Voorbeeld:
"U wilt overtollig vet kwijt én een betere conditie én een leuker leven. Dat is de POWER RIDER ä echt iets voor u. Met nog maar drie keer per week twintig minuten trainen krijgt u al steviger spieren én een betere conditie én voelt u zich kiplekker, en dat binnen de halve maand".
Stel: u koopt de POWER RIDER ä naar aanleiding van veelvuldige aanprijzingen in Tell-Sell. Vanwege een fout bij het verwerken van de verkoopgegevens, wordt de POWER RIDER ä pas na een week geleverd, terwijl levering binnen twee dagen was beloofd. Na aanschaf van de POWER RIDER ä blijkt dat u na ongeveer twee en een halve week intensief, volgens de voorbeelden, trainen er nog geen grammetje vet af is, u conditie niet vooruit is gegaan en voelt u zich door het vele trainen zonder resultaat belabberd. Tell-Sell had u een niet-goed-geld-terug-garantie binnen 30 dagen beloofd. U wilt u geld terug van Tell-Sell vanwege de garantie. Tell-Sell meld echter dat u daar geen recht op heeft, omdat de garantietermijn is verstreken. Het bleek dat de garantietermijn ingaat op de datum van bestelling. U vindt dat u recht heeft op teruggave van het geld, omdat u vindt dat het belachelijk is dat door een foutje van Tell-Sell de garantieperiode verkort wordt tot drie weken. Wat doet u?
De persoon in kwestie zou naar de rechter (arrondissementsrechtbank) kunnen stappen, om het geldbedrag te eisen. U geeft als reden op: misleidende reclame. Immers er wordt u beloofd een termijn van 30 dagen en die blijkt ineens drie weken te zijn. Als juridische onderbouwing kunt u artikel 6:194 sub h BW aanvoeren. Dat artikel waarborgt de beloofde garantietermijn. Voor Tell-Sell is het moeilijk aan te tonen dat de persoon niet op de hoogte was van de regel dat een verkorting van de garantietermijn door een fout bij het verwerken van de verkoopgegevens, niet op de rekening van Tell-Sell komt. De kans op succes voor deze persoon is dus aanzienlijk.

Eigen mening
Elke dag komen we in aanraking met reclame, bewust of onbewust. Deze reclame beïnvloed ons, bewust of onbewust. Om de consument te beïnvloeden moet de reclame de consument aanspreken. Reclame moet (als je het simpel stelt) de zintuigen van de mensen prikkelen.
Bijvoorbeeld: reclame over chips, daar moet je het gevoel bij krijgen van: ik wil die chips eten.
Een ander geval is de reclame voor Stichting Warchild. Op verschillende bushokjes en billboards door heel Nederland is er een affiche verschenen van Warchild. De reclame bevat een leus (een pakkende leus/kreet is voor een reclame heel belangrijk): Je kunt een kind uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit een kind? Door deze leus worden mensen emotioneel geraakt, ze gaan over Warchild nadenken en denken dan misschien is een donatie wel niet zo gek idee voor een goede stichting zoals Warchild is. Dit is nu net de bedoeling, we geven nu wel het voorbeeld van Warchild, maar in principe is deze techniek voor elke reclame geschikt. Mensen moeten gaan nadenken over product en dan product misschien aanschaffen.
Deze techniek is uitermate geschikt geweest voor Stichting Warchild. Na informatie ingewonnen te hebben bij Warchild Nederland zijn we er achter gekomen dat de reclame Warchild veel naamsbekendheid heeft gegeven en een hogere naamsbekendheid zorgt in dit geval voor meer en hogere donaties. Het mag aangenomen worden dat de donaties omhoog zijn gegaan door de affiches, maar helemaal zeker weten ze het bij Warchild Nederland niet, omdat de donateurs niet gevraagd wordt waarom ze een donatie hebben gedaan.
De affiche van Warchild (giro 6366, red.) en de cd-singel van BNN & FRIENDS VOORGOED zijn twee voorbeelden van geslaagde reclame, omdat de reclame iets opgeleverd heeft.
Er zijn ook reclames die het etiket niet-geslaagde reclame dragen. Wij dachten aan een reclame van Benetton, het kledingmerk. Via een televisie-commercial hebben die geprobeerd om de aandacht van kinderen te vestigen op hun nieuwe collectie. Deze reclame heeft echter niet het gewenste doel bereikt.
Je kunt je dan afvragen waarom niet het gewenste doel is bereikt. Je zou kunnen zeggen dat de naamsbekendheid niet is toegenomen, zoals het geval was bij Warchild, want deze is ongetwijfeld wel toe genomen. Oorzaken zouden gezocht kunnen worden in het feit dat de doelgroep zich (met name de ouders van de kinderen) zich niet aangesproken voelen door de reclame. De reclame raakt hun niet. Dit zou kunnen komen doordat de reclame geen goede pakkende leus bevat, als dat het geval is, is een reclame snel gedoemd te mislukken.
We kunnen dus concluderen dat reclame de zintuigen moet prikkelen, dat wil zeggen dat ze iets moeten voelen bij een reclame. Een goede pakkende leus is daarin van groot belang. Alleen dan kan een reclame het volledige effect bereiken.

Conclusie
Reclame heeft als doel de consumenten ertoe over te halen om hun goederen of diensten te kopen, m.a.w. hun koopgedrag te beïnvloeden. Om een maximale verkoopresultaat te halen moet de reclamemaker een zo groot en goed mogelijk aantal reclamemiddelen inzetten. Dit bepaalt mede of een reclame succes heeft.
De kans bestaat dat een consument klachten heeft over een bepaalde reclame. De consument kan dan niets doen, omdat hij dit onnodig vindt of het niet durft. Als de consument wel een actie onderneemt is één van de mogelijkheden om de Reclame Code Commissie in te schakelen.
De Reclame Code Commissie (RCC) is een organisatie die de controle uitvoert of er in Nederland verantwoorde reclame wordt gemaakt. Zij is er ook voor klachten van de consumenten. De klacht wordt dan door de RCC behandeld en daar volgt een uitspraak op, als een van beide partijen (klager/adverteerder) het niet eens is met de uitspraak van de RCC kan hij in Beroep gaan bij het College van Beroep. Hierna is verder procederen niet meer mogelijk.
Blijkens de enquête is het middel om reclame bij de mensen te brengen van groot belang. Dit is niet alleen bij folders zo maar ook de bushokjes zijn hier een voorbeeld van. Zonder behoorlijke informatie omtrent een product zal de consument ook zijn aandacht aan dat product niet geven. Een instrument dat niet het gewenste resultaat geeft is de klantenkaart, door het koopgedrag op kaart vast te leggen, moeten de juiste aanbiedingen bepaald worden. Maar hier help je alleen de koopjesjagers mee en niet de vaste klanten, omdat die niet of nauwelijks gebruik maken van de klantenkaart.
Een consument kan door reclame misleid worden, bijvoorbeeld als het gaat om een garantietermijn. Een consument kan hier tegen optreden door naar de rechter te stappen en daarbij verschillende argumenten aan te voeren. De kans op succes is meestal groter dan de kans op geen succes, want bij misleidende reclame in de rechtbank is er sprake van omgekeerde bewijslast; de adverteerder moet aantonen dat zijn reclame niet misleidend is en niet de klager hoeft aan te tonen dat de reclame misleidend is.

Bronnen
Hierbij een beschrijving van de gebruikte middelen om informatie te verkrijgen.
1. Het Internet
2. De Reclame Code Commissie.
3. Stichting Stuurgroep Reclame.
4. Reclame een opmerkelijk verschijnsel: auteur Joop Roomer;Meulenhoff Educatief.
5. Reclamevormen. Een documentatiemap uit bibliotheek Papendrecht.
6. Foodmagazine, oktober 1998
7. de Stichting Warchild
8. Kluwer Collegebundels
9. De klanten van C1000 Superwest Papendrecht, m.b.t de enquête
10. Consumenten gedrag, theorie & toepassingen: auteurs B. Wieringa en W.F. van
Raaij.
11. Consumentenbond


Voor vragen over deze pagina gewoon even mailen!