Maasvlakte-2

Inhoud

Hoofdstuk

Inleiding

Algemene besluitvorming

Waarom Maasvlakte II

Standpunten

Conclusie

Eigen mening

Bronvermelding

Inleiding

Het project Maasvlakte-2 kun je vanuit verschillenden invalshoeken bekijken, zoals sociaal-economisch, bestuurlijk of vanuit het oogpunt van een milieuorganisaties. Wij hebben er voor gekozen om vanuit de politieke invalshoek het project te belichten.

Als je het hebt over de politieke invalshoek, dan heb je het eigenlijk over een heleboel zaken die met de politiek te maken hebben. Namenlijk elke organisatie heeft wel iets met de politiek te maken. Daarom zal in ons verslag veel verschillende groeperingen te vinden zijn, omdat wij vinden dat het allemaal met politiek te maken heeft. Dus geven wij ook economische en bestuurlijke standpunten.

Wij werken via één doelstelling. Onze doelstelling is om via één redelijk centraal liggende vraag een duidelijk beeld te geven over de gehele politieke problematiek die de aanleg van de tweede Maasvlakte met zich meebrengt. Door de aanpak van een centrale vraag wordt de kern duidelijk en ook alle zijtakken hiervan.

Hierbij is de kern de ‘nut-noodzaakdiscussie’, m.a.w. is het nuttig én noodzakelijk? De verschillende zijtakken die ik noemde bestaan uit de standpunten van de ministeries van Verkeer en Waterstaat, Financiën en VROM, havenbedrijven, gemeenten en de milieuorganisaties. Elk van deze instellingen heeft een eigen visie op de aanleg van de tweede Maasvlakte en wij proberen deze visies zo uitgebreid en tegelijkertijd zo concreet mogelijk te belichten, zodat er een duidelijk beeld ontstaat wat de aanleg van een tweede Maasvlakte voor politieke problemen met zich meebrengt.

In dit verslag zullen wij nog een algemeen beeld geven van de besluitvorming van dit project. Daarnaast is er een hoofdstuk gewijd aan de vraag: ‘Waarom Maasvlakte-2’, hierbij werd de nut-noodzaakdiscussie tijdens het verwerken van de informatie in het achterhoofd gehouden. Ook de standpunten worden apart verwerkt. Tenslotte eindigen we met onze eigen mening.

Algemene besluitvorming

In 1993 ondertekende 23 publieke en private partijen het ROM-Rijnmondconvenant . Hiermee stemde zij in mee te werken aan de ontwikkeling van een economisch betere en een kwalitatief beter leefomgeving van de mainpoort Rotterdam in de regio Rijnmond. Een van de ROM- projecten was een studie te doen naar de mogelijkheden van uitbreiding van de Maasvlakte.

Op basis van het hier uit voortgekomen rapport over Maasvlakte II nam het kabinet in april 1996 de beslissing om nut en noodzaak van het project nader te onderzoeken. Ze besloten op aanraden van het WRR om met alle betrokken partijen van gedachte te wisselen over hoe ze de ruimtebehoefte en het dreigende ruimte- tekort kunnen oplossen. Ook werd er tergelijkertijd een onderzoeksproject gestart over dezelfde vragen. Deze twee projecten vormen het Verkenning Ruimtetekort Mainport Rotterdam (VERM). Als hoofdlijn heeft het kabinet zich vastgehouden aan dezelfde doelstelling als het ROM:

- De positie van mainport Rotterdam versterken door het ruimtetekort voor haven- en industriële activiteiten, dat in het Rotterdamse havengebied is gesignaleerd, in Rijmond en/of Zuid- West Nederland op te lossen.

- De kwaliteit van de leefomgeving in de Rijmond verbetert door de mogelijkheden te benutten die het oplossen van het ruimtetekort biedt.

Een van de dingen waar bijna alle partijen het over eens waren was dat er voor het jaar 2020 een ruimte gebrek zal zijn in de havens van Rotterdam. Over hoe groot en hoe urgent het probleem is lopen de meningen enigszins uit één. Als oplossing voor het ruimtetekort kwam een uitbreiding van de maasvlakte met 1000 hectare naar voren. Ook werd genoemd het ‘inbreiden’ in de Rotterdamse haven en mogelijk gedeeltekijk uitwijken naar haven- en industrieterreinen in Moerdijk en Vlissingen/Terneuzen. Ook locaties als Eemsmond Venlo en het Amsterdam/Noordzeekanaalgebied zijn tijdens VERM bekeken op hun mogelijkheden. Voor distributie leken deze plaatsen wel geschikt, in verband met het achterland dat al werd gebruikt door de binnenvaart. Voor Chemie en containers waren de mogelijkheden hier maar beperkt.

Maatregelen om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren zijn ook besproken. Duidelijk werd dat de deelnemende partijen veel belang aan dergelijke maatregelen hechten. Uitbreiding van de Maasvlakte wordt gezien als een belangrijke kans om een natuur- recreatiegebied van 750 hectare te realiseren. Samen met o.a. het Gemeentelijk havenbedrijf Rotterdam, Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat, de ANWB

En Zuid- Hollands Landschap is een visie op natuur en recreatie ontwikkeld om invulling te geven aan de natuur- en recreatiedoelstelling.

Op grond van de resultaten van de onderzoeken heeft het kabinet op 14 juli 1997 een projectbeslissing genomen. Hierin erkent het kabinet dat de toekomstige ruimtebehoefte in de mainport een belangrijk onderwerp is. Uitgaande van de gewenste economische groei signaleerd het kabinet het ontstaan van een ruimtetekort voor sectoren moet volgens de projectbeslissing geaccommodeerd worden.

Het kabinet besloot tot een vervolgprocedure in de vorm van een zogenaamde PKB+/m.e.r. waarin een integrale oplossing van het ruimtetekort wordt uitgewerkt.

PKB+ staat voor Planologische Kernbeslissing plus. In een PKB+ worden concrete beleidsbeslissingen vastgesteld over de nut en noodzaak van een project en over de daadwerkelijke realisering. Ook worden beslissingen vastgelegd over de manier waarop de ruimtelijke ingreep op hoofdlijnen zal worden uitgevoerd. De plus houd in dat deze beleidsbeslissingen bindend zijn voor alle bestuursorganen en belanghebbende. Ook zijn ze richtinggevend en kaderstellend voor vervolgbesluiten.

M.e.r. staat voor Millieu- effectrapportage. Een m.e.r. is verplicht wanneer een PKB de locatie van één of meerdere m.e.r.-plichtige activiteiten wordt vastgelegd.

Voor de coördinatie van de PKB+/m.e.r. is het Project Mainportontwikkeling Rotterdam (PMR) opgericht. Binnen het grotere geheel van het ROM- Rijnmond richt het PMR zich vooral op het ruimtetekort in het Rotterdamse havengebied en op benutten van de mogelijkheden die de ruimtelijke ingrepen bieden voor het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Ook zullen mogelijke oplossingen in Zuidwest-Nederland worden onderzocht.

In december 1997 heeft de Tweede Kamer met de projectbeslissing ingestemd. Daarbij ingediende en aanvaarde motie Feenstra ( Tweede Kamer, vergaderjaar 1997-1998, 24 691, nr.7) benadrukte de nevengeschiktheid van de doelstellingen van de mainportontwikkeling en leefbaarheid. In de motie worden een aantal aspecten onderscheiden die in de vervolgprocedure uitgewerkt moeten worden:

Het benodigd areaal, inclusief beter gebruik van de bestaande ruimte;

De verhouding tussen private en publieke investeringen;

De te treffen transport- en milieumaatregelen;

Het te voeren natuurbeschermings- en ontwikkelingsbeleid.

 

 

 

 

 

In de motie wordt verschillende oplossingsrichtingen met betrekking tot deze aspecten volledig, gelijkwaardig en evenwichtig uit te werken.

WAAROM DE TWEEDE MAASVLAKTE?

Wat je bij een behandeling van de nut- en noodzaak discussie voorop moet stellen is: waarom de tweede Maasvlakte? Daarmee wordt bedoeld, waarom is de Maasvlakte-2 noodzakelijk en waarom is het nuttig? Allereerst de noodzakelijke kant van de aanleg van de tweede Maasvlakte. Het allerbelangrijkste item is zonder twijfel dat de haven van Rotterdam dient te groeien, met de groei van de haven zijn een heleboel verschillende items gemoeid. Zo zorgt de groei indirect voor veel belangrijke economische en politieke gebeurtenissen. De groei van de haven betekent een groei van arbeidsplaatsen en dit is een zeer welkom gegeven. Namelijk, de werkgelegenheid gaat omhoog . Aangezien er in Nederland een redelijk grote werkloosheid is, is de komst er 1 baan in haven ingevuld wordt, dan worden er indirect 4 banen in de rest van Nederland ingevuld. Dit is natuurlijk een enorme positieve stimulans tegen de werkloosheid.

Een ander noodzakelijk item is dat de handelspositie van Mainport Rotterdam verstevigt en zelfs uitgebreid wordt. Om de concurrentieslag met andere havens en industrieën te winnen is het belangrijk dat de haven groeit. Voor bedrijven is het noodzakelijk dat ze kunnen groeien, als ze niet de mogelijkheden krijgen om verder te groeien, zullen ze zoeken naar betere locaties om hun groeiplannen uit te voeren. Als het ooit zo ver komt dat het Nederlandse bedrijfsleven geen groeimogelijkheden aan bedrijven kan garanderen, dan kan het alleen maar slechter gaan met de economie en met de handelspositie van Nederland.

Een sterkere handelspositie van Nederland in de Europa. Geeft een betere positie binnen de Europese Unie, dit zal ervoor zorgen dat de politieke vertegenwoordigers van Nederland een steviger oordeel kunnen geven over belangrijke Europese zaken.

Standpunten

In dit hoofdstuk proberen we overzichtelijk en puntgewijs de standpunten te geven van de verschillende instanties die zich met de problematiek rond de aanleg van de tweede Maasvlakte bemoeid hebben. Hierdoor zal duidelijk worden welke ideeën en welke eisen de belanghebbenden stellen bij de MV II.

Allereerst geven we het standpunt van de gemeente Rotterdam:

Zij wil haar positie als grootste haven ter wereld tot in lengten van dagen blijven waarmaken. Voor Rotterdam is de haven van groot belang doordat de haven zorgt voor grote werkgelegenheid voor de stad en regio.

Om die werkgelegenheid te bewaren moet de huidige Maasvlakte worden uitgebreid, anders trekken grote bedrijven naar het buitenland, omdat ze hier niet verder kunnen groeien. De gemeente Rotterdam zal dus over het algemeen, als er niet teveel nadelen tegenover staan, een positief oordeel geven over de aanleg van een tweede Maasvlakte.

Als het tot de aanleg van Maasvlakte II komt, wordt veel geld geïnvesteerd waar voorlopig geen inkomsten tegenover staan. "Om aan de wurgende greep van de rentelasten te ontkomen moet men zo snel mogelijk hoe dan ook bedrijven aantrekken." Dit is een standpunt van de stadsregio Rotterdam. Dus ook zij zijn het ermee eens dat de Maasvlakte uitgebreid moet worden, ten behoeve van een gunstiger rol van het bedrijfsleven in de Rotterdamse haven. Een kritische noot die zij daar tegenover stellen is dat nieuwe natuur als compensatie moet dienen voor MV II.

Voor het Rijk zal gelden dat alle ‘tegens’ tegen alle ‘voors’ moeten zijn weggestreept. Dan pas zal het Rijk overgaan tot het bedenken van de financieringsregeling. Zij zal tenslotte al haar investeringen moeten kunnen verantwoorden in termen van economische en de niet-economische doelstellingen, zoals milieu.

Voor het Rijk is het erg belangrijk dat alle betrokken partijen zeggenschap hebben in het project. Zij moeten allen hun eisen en voorstellen kenbaar maken aan de minister, zolang dat niet in overeenstemming metelkaar loopt, zal er ook geen beslissing komen omtrent de aanleg van de tweede Maasvlakte.

Voor het Rijk is dus meer van belang de vraag, hoe MV II er komt, dan de vraag óf MV II er komt.

Voor het bedrijfsleven is het afwegingskader zuiver bedrijfseconomisch gericht: de te verrichten investeringen moeten met voldoende rendement en aanvaardbaar risico worden terugverdient. Met andere woorden, bedrijven willen zich graag vestigen in de tweede Maasvlakte, als het maar een economisch haalbaar plan is. Men moet zich daar de volgende decennia kunnen blijven handhaven.

Ook het ruimtegebrek is voor het bedrijfsleven een belangrijk item. Doordat men zich niet uit kan breiden, is het voor de bedrijven onmogelijk de concurrentie te kunnen blijven aangaan met andere bedrijven die wel de ruimte hebben om te groeien. Daardoor is het voor de bedrijven economisch niet meer reeël om te blijven in de Rotterdamse haven.

De drijfveer voor het Gemeentelijk Havenbedrijf is de waarborging van de positie van de Rotterdamse haven gewaarborgd blijft, zonder dat de investeringen ervoor zorgen dat de continuïteit van de havenbeheerder in gevaar komt. Men vindt dus dat de uitbreiding van de Maasvlakte in de vorm van een tweede Maasvlakte noodzakelijk is, doch moet men rekening houden met de financiële problemem die de aanleg met zich mee kan brengen, zonder dat daardoor het Gemeentelijk Havembedrijf wordt bedreigd.

Het kabinet erkende de ruimtenood in het Rotterdamse havengebied, maat tekende direct aan dat een besluit ook af hangt van milieu-en economische effecten. Die invalshoek krijgt steun van de regeringspartijen PvdA, VVD en D66 en oppositiepartij CDA. Terwijl de kleinere oppositiepartijen vinden dat er nog te weing essentiële gegevens ontbreken.

In een unieke overeenkomst met natuur- en recreatie-organisaties hebben Rijkswaterstaat en het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam werkafspraken gemaakt voor de natuurontwikkeling rond de tweede Maasvlakte. Afgesproken is dat ze in nauwe samenspraak een visie gaan ontwikkelen voor de aanleg van minstens 750 hectare natuurgebied, indien de MV II wordt gerealiseerd.

Vooral voor Natuurmonumenten en Het Zuidhollands Landschap, die waardevolle natuurgebieden beheren langs de kust van Voorne, kande MV II een bedreiging vormen voor Voornes Duin. Maar ondanks hun kritische houding vinden ze dat er al heel wat gewonnen is dat bij de overheid, zowel de gemeente als het Rijk, wordt erkend dat de unieke natuurwaarden van het duingebied behouden moeten blijven.

Het gevolg moet zijn dat een ‘win-win’ situatie wordt bereikt, die zowel de natuur en het milieu als de industriële ontwikkeling van Rotterdam ten goede komt.

Conclusie

Uit het onderzoek naar de aanleg van de tweede Maasvlakte, naar het nut en de noodzaak hiervan, is gebleken dat de aanleg nuttig en noodzakelijk is.

De aanleg is namenlijk zeer belangrijk voor het scheppen van banen. De Rotterdamsehaven is één van ,zo niet de grootste werkgever uit de regio en het is berekend dat 1 baan in de haven er 4 indireckt oplevert in de rest van het land. Om deze reden is de uitbreiding van de haven zeer belangrijk voor de toename van de werkgelegenheid in Nederland. Als de tweede Maasvlakte er niet komt verslechterd de concurentie positie waardoor grote reders vertrekken uit de haven en dus ook het aantal banen in de haven waardoor de werkloosheid weer toeneemt.

De aanleg moet echter wel in overleg met de bewoners en met de milieu organisaties. De overlast voor de burgers die in de direckte omgeving wonen moet natuurlijk zo klein mogelijk blijven. Ook moet het milieu zo min mogelijk lijden onder de aanleg van de tweede Maasvlakte. Als het aan deze eisen voldoet dan zien ook de bewoners en de milieu organisatie het nut en de noodzaak van de aanleg er wel in.

De aanleg van de tweede maasvlakte is noodzakelijk voor de economie van Nederland. Zonder de MV 2 gaat de concurrentie positie van de Rotterdamsehaven achteruit en daar heeft heel Nederland last van. Zoals eerder al vemeld werd levert de maasvlakte veel werkgelegenheid in heel Nederland ,ook levert de Rotterdamse haven een redelijk grote bijdrage aan het nationaal product.

Eigen mening

Wij zijn de afgelopen weken veel bezig geweest met het inwinnen van informatie. Hierbij was het zaak om de juiste punten er uit te halen en te verwerken. Als je zo bezig bent met dit project vorm je langzamerhand een mening over het onderwerp. Wij zijn van mening dat de Tweede Maasvlakte er weldegelijk moet komen. Het zorgt er voor dat de mainport Rotterdam zijn positie als een van de belangrijkste wereldhavens kan behouden en zelfs verder versterken. Ook zijn wij het eens dat er naast een gedeelte bedrijfsterrein ook nog een deel natuur- en recreatiegebied komt. Hierdoor zal het voor milieu organisaties en omwonende een stuk minder onaangenaam. Maar waarschijnlijk de belangrijkste reden voor de aanleg is voor ons is dat de werkgelegenheid er op vooruitgaat. En niet alleen de directe, maar vooral de indirecte banenschepping is van groot belang voor de Nederlandse economie.

Al deze redenen zijn voor ons voldoende overtuigend om een positieve mening te vormen.

Bronvermelding

Wij hebben voor onze informatiewinning gebruik gemaakt van verschillende bronnen

Hieronder een lijstje met de verschillende informatieverstrekkers waar wij gebruik van hebben gemaakt:

Het internet: we hebben verschillende sites bezocht waar we veel informatie konden vinden over het onderwerp

Bibliotheken: We zijn naar verschillende bibliotheken geweest om te zoeken naar kranteknipsels van nieuwsfeiten over de discussie rond de aanleg van de Maasvlakte

Faculteit Sociale Wetenschappen : We zijn naar de Erasmus Universiteit gegaan en hebben daar informatie gekregen in de vorm van een aantal documenten over de voorstudie van de Maasvlakte.

Ministeries: We hebben gebeld naar een aantal ministeries die nauw betrokken zijn bij het verloop van het project. Hiervan hebben wij informatie opgestuurd gekregen over hun kant van het probleem.

Project Mainport Rotterdam: Van het PMR hebben wij de startnotitie opgestuurd gekregen die een goed beeld geeft van wat er precies allemaal gaande is

Terug naar index

Paul van Weerdenburg.
Copyright © 1999. All rights reserved.
Revised: juni 09, 1999.

Voor vragen over deze pagina gewoon even mailen!

Hosted by www.Geocities.ws

1