Naam auteur: F. Bordewijk
Titel: Karakter
Waardering groslijst: 4 punten
Jaar van uitgave: 1991
Eerste druk: 1938
Ondertitel: Roman van vader en zoon
Verklaring (onder)titel: De roman wordt beheerst door de botsingen die veroorzaakt worden door bepaalde karaktereigenschappen. Bovendien laat het verhaal zien hoe het karakter van Katadreuffe zich ontwikkelt onder de gegeven omstandigheden.
De ondertitel roman van zoon en vader duidt aan dat de zoon centraal staat. De periode die beschreven wordt, bijna 30 jaar, de personen en hun onderlinge verhoudingen en de ontwikkeling die Katadreuffe doormaakt, rechtvaardigen de naam roman.
Motto:
A sadder and a wiser man
He rose the morrow morn
(S. T. Coleridge)
Opdracht: Aan mijn kinderen Nina en Robert
Vertaling en verklaring motto: Een droevigere en een wijzere man. Hij werd de volgende morgen wakker. Dit motto geeft aan dat Katadreuffe, beseft dat hij, ondanks zijn succes, toch gefaald heeft. De opdracht spreekt voor zichzelf.
Opbouw: De tekst is verdeeld in 28 hoofdstukken die in lengte variëren van 4 tot 17 bladzijden. Naarmate de tekst vordert, neemt het aantal bladzijden iets toe. Elk hoofdstuk is voorzien van één of enkele woorden die het belangrijkste uit het hoofdstuk weergeven: Neen, Een faillissement, Gevel en kantoor, Een vriend, Het weten tot T, Een begin, Ten tweeden malen, Zaken en liefde, Kleurloze tijd, Zorgen, Zaken en feest, De heuvel.
Sommige hoofdstukken hebben dezelfde titel: Jeugd (2), De eerste maanden (2), Het eerste jaar (2), Dreverhaven (2), De weg naar Leiden (2), Katadreuffe en Dreverhaven (3), met als vierde de variant Dreverhaven en Katadreuffe. Deze variant symboliseert dat in de eerste drie hoofdstukken, Katadreuffe en Dreverhaven, Dreverhaven sterker is dan Katadreuffe. Het latere hoofdstuk is dit omgedraaid. Katadreuffe is sterker geworden dan zijn vader.
De roman begint rond Kerstmis 1906 en eindigt in september 1935. Het verloop is chronologisch, behalve het 6de hoofdstuk, Een vriend, en aan het begin van het 14de, Katadreuffe en Dreverhaven. De beschreven perioden van elk hoofdstuk lopen uiteen van een dag tot enkele jaren.
De beginzin: In het zwartst van de tijd, omtrent Kerstmis, werd op de Rotterdamse kraamzaal het kind Jacob Willem Katadreuffe met de sectio caesarea ter wereld geholpen.
De slotalinea: Afgewend van zijn vriend verliet hij de kamer. Nu in godsnaam geen ontmoeting op het portaal, maar neen, boven bleef het stil, en er klonk zwak gekrijt van een kind. Hij ging met zijn vlugge lichte tred op de trap omlaag, hij trok stil achter zich de voordeur in het slot.
Hoofdpersonen:
-Jacob Willem Katadreuffe: Hij is trots en opvliegend van aard met een aantrekkelijk uiterlijk. Hij is ziekelijk en hij groeit zonder vriendjes op. Hij heeft de achternaam van zijn moeder gekregen. Zijn vader is A. B. Dreverhaven. Over zijn hoofd heen wordt het conflict tussen vader en moeder woordenloos uitgevochten. Met een ijzeren wilskracht moet hij zich daaraan ontworstelen. Hij dwingt ontzag af van zijn omgeving. Door van alles afstand te nemen en zich slechts te richten op één doel, het worden van advocaat, maakt hij zichzelf tot een karikatuur van een mens. Enkele malen lijkt het of hij het niet redt, maar toch houdt hij zich in de hand. Hij lijdt aan een vadercomplex. Het wordt een obsessie voor hem om zijn vader voorbij te streven. Alles wat op een schenking lijkt, weigert hij net als zijn moeder. Geen van beide zijn in staat liefde te geven of te ontvangen. Hij merkt zijn liefde voor Lorna te George, een secretaresse van kantoor, niet eens zo ambitieus is hij. Later krijgt hij hier spijt van.
-Arend Barend Dreverhaven: Hij is een kerel van graniet met slechts een hart in de letterlijke betekenis van het woord. Toch heeft hij bewondering voor zijn zoon en diens moeder, hoewel hij dit niet uit. Hij heeft een kind verwekt bij Joba Katadreuffe, maar hij is nooit met haar omgegaan, laat staan getrouwd. Dat weigerde zij uit trots en ze wilde ook geen geld aannemen. Hij is deurwaarder van het kantoor waar Jacob Katadreuffe zich opwerkt van kantoorklerk tot advocaat. Hij is ervan overtuigd dat hij zijn zoon op zijn manier helpt. Hij wilde hem testen op zijn wilskracht en zelfstandigheid. Hij wilde zijn karakter sterken. Hij geniet van de macht die hij bezit en groeit uit tot een monsterachtig persoon.
-Joba Katadreuffe: Ze minacht zichzelf, omdat ze in een moment van zwakte toegaf aan Dreverhaven. Die minachting projecteert zij op het hele vrouwelijke geslacht. Vandaar dat ze geen enkele vriendin heeft. Ze is in haar opvoeding onbuigzaam en streng; ze schopt haar zoon het leven in; zij moest het ook alleen doen. Door haar zwijgzame en koppige karakter botst zij voortdurend met haar zoon die dezelfde eigenschappen heeft. Hij noemt haar ook nooit moeder, maar praat altijd over haar vanaf een afstand. Hij gebruikt de termen ze en haar.
Groene wol en zeewater zijn twee motieven die met Joba te maken hebben. Groene wol laat het wegkwijnen van Joba zien en haar naderende dood. Ze verdient steeds minder met haar breiwerkjes, omdat ze niet meer die mooie kleur groen kan vinden. Zeewater heeft veel aantrekkingskracht op haar. Ze gaat er graag naartoe en praat graag met een zeeman die haar ook nog te huwelijk vroeg.
Thema: De strijd tussen vader en zoon. Ambitie en zelfdiscipline leiden wel tot het gestelde doel, maar betekenen tevens geestelijke verminking.
Verwachting vooraf: Vooraf dacht ik dat het een heel moeilijk boek zou worden, waar bijna niet doorheen valt te komen, maar dat viel honderd procent mee. Ik had wel verwacht dat er iets meer spanning in het boek zou zitten.
Waardering achteraf: Ik vind Karakter een heel mooi boek, dit komt voornamelijk door de schrijfwijze die F. Bordewijk gebruikt. Zijn omschrijving van de personen en de relaties tussen deze personen zijn zeer bijzonder en zelfs de naamkeuze van de personages heeft een achterliggende betekenis. Katadreuffe, een beetje droevig karakter. Dreverhaven, een echte doordrijver. De Gankelaar, hij gaat zon beetje zijn gangetje. In het boek worden veel oud-nederlandse woorden gebruikt die bijdragen aan de sfeer. Voor mij hebben oud-nederlandse woorden altijd een beetje een plechtig karakter. Zij passen in het verhaal en bij Katadreuffe: hij is altijd beleefd en houdt de mensen op afstand. Dit plechtige karakter leidde af en toe wel tot wat saaie gedeeltes.
Meest boeiende/verwarrende: Het allerboeiendste vond ik de ontwikkeling van Katadreuffes karakter in de loop van het verhaal. Na het lezen van het boek heb ik in ieder geval al voor mezelf besloten dat ik binnenkort de film ook wel wil zien.
Vergelijking met andere boeken: Het eerste waar ik aan dacht toen ik hier wat moest invullen was een vergelijking met het boek Twee vrouwen van Harry Mulisch. In beide boeken wordt de relatie van zoon of dochter met vader of moeder beschreven. Beide kinderen proberen zich los te weken door middel van tegenwerking. Laura heeft niet echt een goede band met haar dominante moeder en Katadreuffe niet met zijn monsterachtige vader. Laura heeft daarentegen een sterke vaderbinding en Katadreuffe heeft dat met zijn moeder (in mindere mate). Laura probeert van haar moeder af te komen, door zelf moeder te worden door een lesbische relatie aan te gaan met een veel jonger iemand, een kind. Katadreuffe wil zijn vader voorbij streven wat betreft baan. Ook in het boek Bezonken rood wordt de relatie moeder/zoon beschreven. In dit boek is die relatie ook slecht.
Dit verslag is gemaakt volgens VWO-normen. Je kunt dit verslag dan ook op iedere school en op ieder niveau inleveren. Voor een samenvatting van dit boek kun je het beste naar de bibliotheek gaan.