Kaas


Naam auteur: Willem Elsschot

Titel: Kaas

Waardering groslijst: 3 punten

Jaar van uitgave: 1995

Eerste druk: 1933

Ondertitel: geen

Verklaring (onder)titel: Het boek gaat over kaas, over een kaastragedie. Het geeft dus meteen het hoofdonderwerp van het boek aan.

Motto: Geen motto, maar wel een opdracht aan Jan Greshoff (zie bijlage) en een inleiding. De opdracht is een gedicht dat gaat over het verwensen van het alledaagse in de mensen. Het gedicht is gericht tot Jan Greshoff, omdat hij de auteur tot schrijven stimuleert. In de inleiding over de stijl vergelijkt Elsschot deze met de muziek en vervolgens komt er een breder opgezette vergelijking: een blauwe lucht die langzamerhand met wolken wordt bedekt, terwijl gongslagen weerklinken. Uit deze uitvoerige vergelijking kan men opmaken dat de schrijver het begrip stijl opvat als de kunst een boek zo te ‘componeren’ dat het de lezer doorlopend boeit; de lezer moet voortdurend in spanning uitzien naar wat komt en de schrijver moet hem telkens weer verrassen met onverwachte wendingen.

Opbouw: Het boek bestaat uit 24 korte tot zeer korte hoofdstukken met een inleiding vooraf. Het is geheel chronologisch verteld. Het verhaal is geschreven in de ik-vorm. Soms lijkt het of de hoofdpersoon de schrijver is. Dit komt vooral tot uiting in de beginzin.

Beginzin: Eindelijk schrijf ik weer omdat er grote dingen staan te gebeuren en wel door toedoen van mijnheer Van Schoonbeke.

Eindalinea: Wat mijn vrouw betreft, die zorgt er voor, dat geen kaas meer op tafel komt. Pas maanden later heeft zij mij een Petit Suisse voorgezet, van die witte, platte kaas, die niet meer op Edammer gelijkt dan een vlinder op een slang.

Hoofdpersoon: Frans Laarmans, klerk bij de Marine and Shipbuilding Company en later werkzaam als kaashandelaar in België en Luxemburg, maar daarna weer klerk. Hij droomt en hoopt iets te zijn wat hij in wezen niet is en niet zal bereiken. Pas na dit kaasavontuur aanvaardt hij zijn eigen identiteit, de kleine burgerman. Hij is heel onzeker. Laarmans verhouding ten opzichte van vrouw, moeder en kinderen is tweeslachtig. In het begin bijvoorbeeld heeft hij een kille, cynische houding tegenover zijn moeder, maar in ogenblikken van voor- en tegenspoed denkt hij veel vriendelijker over zijn moeder.

Thema: Het probleem van het menselijke handelen. De pijnlijke strijd van een man die iets wil realiseren waartoe hij niet is voorbestemd. Mislukking is ook een thema in dit boek.

Verwachting vooraf: Toen ik in het boek begon, vond ik het verschrikkelijk. De inleiding is totaal niet aantrekkelijk. Ik heb de inleiding dan ook twee keer gelezen. Ik dacht dus dat het een heel saai boek zou worden. Ik heb het boek dan ook, na de eerste keer de inleiding te hebben gelezen, weggelegd.

Waardering achteraf: De inleiding bleek dus totaal niet representatief te zijn voor het hele boek. Integendeel, het boek was hartstikke leuk. Veel humor en korte hoofdstukken waar ik een groot fan van ben.

Meest boeiende/verwarrende: Het meest verwarrende vond ik dus de inleiding van het boek. Erg boeiend was de manier waarop Frans Laarmans te werk ging om zijn kazen kwijt te raken. Ik snap niet dat iemand zo dom en slecht te werk kan gaan.

Vergelijking met andere boeken: Het enige boeken op mijn lijst waarmee ‘Kaas’ te vergelijken valt, zijn ‘Bleekers zomer’ en ‘Bezonken rood’. Beide hoofdpersonen in dit boek en in ‘Bleekers zomer’ zijn een beetje saai. Ze hebben allebei geen perfecte situatie thuis en ze zijn ook niet helemaal tevreden over hun banen. Ze gaan allebei op avontuur uit. De één om even weg te zijn van thuis, de andere om even weg te zijn van zijn werk. Beide personen komen uiteindelijk weer terecht waar ze begonnen waren. De overeenkomst met ‘Bezonken rood’ is dat bij beide hoofdpersonen hun moeder sterft. In ‘Bezonken rood’ stikt de moeder van de hoofdpersoon ook nog eens in een broodje kaas.

Bijlage:

Ik luister zwijgend naar die stem
die hijgt en hees is, maar vol klem,
die in mineur zingt bij ‘t verwensen
van ’t alledaagse in de mensen.
Ik volg de hoeken van die mond,
een kwalijk toegegroeide wond
die alles uitdrukt, als hij lacht,
wat hij zo fel in woorden bracht.
Hij heeft een vrouw en kroost en vrinden,
hij heeft een hele hoop beminden
waar hij plezier aan heeft als geen.
Toch staat Jan Greshoff heel alleen.
Hij zoekt en kijkt, hij hoopt en wacht
van d’ene nacht tot d’andere nacht.
Hij hoort iets en komt overeind:
Hij wacht in Brussel op zijn eind.
Vooruit Janlief, hanteer de riem,
en geef die rotzooi striem op striem!
vaag al dat vee van uwe baan
Zo lang uw hart nog mee wil gaan.


Dit verslag is gemaakt volgens VWO-normen. Je kunt dit verslag dan ook op iedere school en op ieder niveau inleveren. Voor een samenvatting van dit boek kun je het beste naar de bibliotheek gaan.

Terug


Robert Boer.
Copyright © 1999. All rights reserved.
Revised: juni 01, 1999.

Hosted by www.Geocities.ws

1