Naam auteur: Willem Elsschot
Titel: Het dwaallicht
Waardering groslijst: 3 punten
Jaar van uitgave: 1984
Eerste druk: 1947
Ondertitel: geen
Verklaring (onder)titel: De titel heeft zowel betrekking op Maria als op Laarmans. Ali vergelijkt Maria met de lichten van het moeras: "Men kan ze nalopen, doch men achterhaalt ze niet." Het is om haar te doen, zij wordt gezocht. Tijdens hun zoektocht raken Laarmans en zijn Oosterse vrienden als het ware verdwaald in een wirwar van verkeerde namen en adressen. Maria van Dam is als een fatamorgana, een illusie, iets waarnaar men tevergeefs zoekt. Even later merkt Ali op: "Een hulpvaardige vreemdeling is een vuurbaak in de nacht." De tegengestelde verlangens van Laarmans hebben hem echter tot een verkeerde gids gemaakt, een dwaallicht.
Motto: geen motto, maar wel een opdracht aan Paul en Jan Veen.
Opbouw: Het verhaal is chronologisch verteld in de tegenwoordige tijd. Er zijn maar enkele flashbacks waarin de hoofdpersoon terugdenkt aan vroeger. De vertelde tijd is een avond. Het verhaal speelt zich af in november 1938. Dit valt op te maken uit de informatie over geboortedata die de politieagent verstrekt over de verschillende Maria van Dams in de stad. Het verhaal speelt zich af in een havenstad, de naam wordt niet genoemd. Waarschijnlijk is het Antwerpen.
Beginzin: Een ellendige Novemberavond, met een motregen die de dappersten van de straat veegt.
Eindalinea: Ja, broeders, dat het u goed mag gaan in de wereld. Dat Allah uw pad moge effenen en u behoeden op zee, om u terug te voeren naar uw bergen als de tijd gekomen zal zijn. En wat Maria en Fathma betreft, laten wij niet wanhopen, want de wil des Heren is immers ondoorgrondelijk.
Hoofdpersonen:
De ik-figuur Laarmans heeft een vrouw en zes kinderen (3 zoons, 3 dochters) met wie hij zich niet gebonden voelt. Hij woont al ongeveer 30 jaar in dezelfde stad. Hij heeft een groot eergevoel en is verkillend en ongelukkig. Er wordt niets verteld over zijn uiterlijk en hij maakt ook geen ontwikkeling door in het verhaal. Hij moet steeds terugdenken als hij zijn zwartjes ziet aan Bombay waar hij een hoer genaamd Fathma zocht, maar ook verdwaalde. Maria is voor Laarmans alleen maar een lustobject, voor de Afghanen lijkt zij meer te vertegenwoordigen, een soort ideaal. De drie zwarte zeelieden zijn Afghanen. Ze komen uit het hooggebergte bij de grens van Turkistan. Een van hen is getrouwd. Alleen "Ali" treedt op de voorgrond. Laarmans heeft geen hoge pet van de drie zeelieden. Het schip van de Afghanen, de "Dehli Castle" heeft hier aangemeerd. Maria van Dam is degene naar wie de drie Oosterlingen op zoek zijn. Ze blijft het hele verhaal verborgen, ze blijkt zelfs niet te bestaan. De Afghanen zijn flat characters, van twee weet je de naam zelfs niet, de andere heeft de meest stereotype naam die je in het Oosten tegenkomt, namelijk Ali. Deze naam is trouwens door Laarmans zelf verzonnen. Het enige wat je van hen weet is dat ze matrozen zijn en aanhangers van de Islam. Ze worden vooral gebruikt als symbolen van het Oosten om op die manier de tegenstelling tussen de niet altijd zuivere gedachten van Laarmans en hun reine gevoelens voor Maria duidelijk te laten uitkomen. Want hun motieven voor de zoektocht zijn anders dan die van Laarmans.
Thema: De kloof tussen droom en werkelijkheid. Als Frans Laarmans de beschrijving van Maria van Ali hoort, wil hij haar ook graag gaan opzoeken (... waar plaats is voor drie is ook plaats voor vier...). Maar de werkelijkheid blijkt dat ze waarschijnlijk niet eens bestaat. Dit thema heeft Willem Elsschot ook verwerkt in die andere boeken met Frans Laarmans. Hij heeft zijn thema wel goed verwerkt.
Verwachting vooraf: Het is een heel erg dun boekje, dus verwachtte ik dat ik het zo uit zou hebben en dat was ook zo. Ik ben dit boek gaan lezen, omdat ik daarvoor al een ander boek van Willem Elsschot gelezen had dat mij wel beviel, namelijk Kaas.
Waardering achteraf: Het boek was makkelijk te lezen en het hield de spanning er een beetje in. Bestaat Maria van Dam nou wel of niet? De sfeer in het boek is eigenlijk altijd goed. Alleen als Laarmans op het politiebureau is om navraag te doen naar Maria, en Ali door een agent naar binnen wordt geduwd, omdat hij door het sleutelgat keek, wordt de sfeer wat gespannen. Aan het einde van het verhaal gingen ze naar mijn mening iets te veel over Godsdienst praten. Erg veel bijbelse beeldspraak.
Meest boeiende/verwarrende: Het was een duidelijk verhaal, maar niet al te boeiend. Het was af en toe een beetje saai. Dit komt denk ik ook door het taalgebruik van Elsschot. Dat is altijd een beetje sober. Als het boek drie keer zo dik zou zijn geweest, had ik het niet verder gaan lezen.
Vergelijking met andere boeken: Laarmans speelt in veel van de boeken van Willem Elsschot. Hij speelt ook in Kaas. Wel speelt hij daarin een andere rol. Hetzelfde als in Kaas en als in De Val is het taalgebruik sober. Het thema van Het dwaallicht komt overeen met die van Bleekers zomer en ook met die van Kaas. Bij deze drie boeken gaat het allemaal om een soort zoektocht van de hoofdpersoon naar zichzelf. In alle drie de boeken stappen ze uit de sleur van het alledaagse leven en gaan ze zich met andere dingen bezighouden.
Dit verslag is gemaakt volgens VWO-normen. Je kunt dit verslag dan ook op iedere school en op ieder niveau inleveren. Voor een samenvatting van dit boek kun je het beste naar de bibliotheek gaan.