Hersenschimmen


Titel: Hersenschimmen

Schrijver: J. Bernlef

Waardering groslijst: 4 punten

Jaar van uitgave: 1985

Eerste druk: 1984

Ondertitel: roman

Verklaring van de (onder)titel: Hersenschimmen duidt op het idee, dat er van het leven uiteindelijk niets anders overblijft dan wat vage bewustzijnstoestanden, wat hersenschimmen, wat illusies. De ondertitel roman duidt aan dat het boek fictioneel is en dus geen medisch verslag van het dementieproces.

Motto: A touching dream to which we all are lulled/But wake from separately

Vertaling en verklaring motto: Een rakende droom waaraan we allemaal ten onder gaan, maar gescheiden van wakker worden. Dit heeft betrekking op de geestelijke verwijdering tussen de dementerende Maarten (de hoofdpersoon) en zijn vrouw Eva.

Opbouw: De roman bestaat uit negen niet genummerde stukken, gescheiden door een witregel; elk stuk begint met een cursief gedrukte zin, die het begin van een nieuwe dag aangeeft. Ook de gebeurtenissen per dag worden gescheiden door een witregel. Het verhaal speelt zich af in Gloucester, gelegen op een landtong in het noordoosten van de V.S. Het winterse landschap benadrukt de stilstand, het isolement. In de flashbacks speelt Nederland een belangrijke rol (Domburg, Alkmaar). Het verhaal begint op een winterse zondagmiddag en eindigt op maandag een week later. Dat is 8 dagen. Een heel snel dementeringsproces dus. Inclusief de flashbacks is de vertelde tijd ongeveer 65 jaar. Een motief hierbij is de tijd. De werkelijkheid brokkelt steeds verder af.

Beginzin: Misschien komt het door de sneeuw dat ik me ‘s morgens al zo moe voel.

Eindalinea: Als het al dag is en GOOD MORNING en iemand zegt… fluisterend… de stem van een vrouw en je luistert… je luistert met gesloten ogen… luistert alleen maar naar haar stem die fluistert… dat het raam is gemaakt… dat waar eerst die oude deur voor zat gespijkerd… dat daar nu weer glas zit… glas waar je doorheen kan kijken… naar buiten… het bos in en de lente die bijna begint… zegt ze… fluistert ze… de lente die op het punt staat te beginnen…

Hoofdpersonen:

Maarten Klein: hij is een 72-jarige Nederlander die in de V.S. woont. Hij heeft rechten gestudeerd en werkte voor zijn pensionering bij de IMCO in Boston, waar hij o.a. notulen verzorgde en vangstkwantum vaststelde. Hij is getrouwd met Vera, die vroeger vrijwilligerswerk in de bibliotheek deed. Door de dementie raken Maarten en Vera steeds verder van elkaar verwijderd. Hij is op zijn 21e jaar verloofd geweest met Karen, waaraan hij nog weleens terugdenkt. Hij is vaak angstig, gesloten en verlegen en is altijd zeer punctueel geweest, een man van de klok. Hij heeft een hekel aan de winter (maakt hem ongedurig). Hij heeft een hond: Robert (toch geen hondennaam??) en twee kinderen: Kitty en Fred.

Vera Klein: ze leeft al zo'n vijftig jaar aan Maartens zijde en is hopeloos toeschouwer en slachtoffer van het dementeringsproces dat zich bij Maarten zich in een vrij snel tempo voltrekt.

Thema: Het proces van dementie.

Verwachting vooraf: Mijn verwachting was, dat er veel meer gebeurde in het boek en dat door het beschreven dementieproces veel meer humoristische dingen zouden gebeuren. Ik had eigenlijk ook wel een gevoel dat het een wat saaier boek zou worden, vanwege zijn 4 punten.

Waardering achteraf: Het is jammer dat Bernlef zo’n sober taalgebruik heeft, want dat leest een stuk moeilijker. In het begin was er nog vrij veel dialoog, wat het lezen vergemakkelijkt, maar dit neemt af naarmate Maarten Klein meer in zichzelf keert. Zijn taal bestaat uiteindelijk uit korte brokjes tekst, vaak niet meer dan enkele regels, zonder een duidelijke betekenis. Erg knap vind ik, hoe Bernlef op zo weinig bladzijden zo’n enorme verandering toch zo geleidelijk en onopgemerkt kan laten verlopen. Het valt je als lezer nauwelijks op hoe ernstig het is, maar toch zit er een levensgroot verschil tussen de Maarten van het begin en die van het einde van boek.

Meest boeiende/verwarrende: Een boeiend punt van dit boek is dat de IK-persoon steeds minder weet wie hij is en waar hij is. Hij raakt steeds meer verstrooid en zegt op het einde zelfs zinnen die helemaal nergens op slaan. Hij praat dan ook over zichzelf in de JE/HIJ-vorm. Een voorbeeld van zo'n zin is: "Dan brengen zij het naar een ruimte met bedden . . . zij kleden het uit . . . zij duwen een pil in zijn keel . . . zij leggen hem in bed. Het boek in zijn geheel is soms een beetje verwarrend, omdat er veel wordt verzwegen en het heden en verleden door elkaar loopt.

Vergelijking met andere boeken: Dit boek is natuurlijk heel goed te vergelijken met Onder ijsbergen, omdat Bernlef dit boek ook geschreven heeft. De eerste overeenkomst vind ik in de opbouw. Beide boeken beschrijven een soort proces van dag tot dag met herinneringen aan vroegere tijden. Ten tweede is het taalgebruik in beide werken erg sober, alleen gebeurt er iets meer in Onder ijsbergen dan in Hersenschimmen. Ten derde staat in beide boeken een motto. Een overeenkomst met het boek De val is dat het in beide boeken om bejaarde personen gaat.


Dit verslag is gemaakt volgens VWO-normen. Je kunt dit verslag dan ook op iedere school en op ieder niveau inleveren. Voor een samenvatting van dit boek kun je het beste naar de bibliotheek gaan.

Terug


Robert Boer.
Copyright © 1999. All rights reserved.
Revised: juni 01, 1999.

Hosted by www.Geocities.ws

1