Opgave 1Globale straling |
||||||||||||||||||||||||||
| 4p 1 | het gemiddelde = 977; 7% =
68,39 minder dan 908,61 of meer dan 1045,39 3 + 3 = 6 jaren |
|||||||||||||||||||||||||
| 4p 2 | van '61 t/m '87: 27 waarden | |||||||||||||||||||||||||
| 5p 3 | ![]()
|
|||||||||||||||||||||||||
| Opgave 2 Postzegels |
||||||||||||||||||||||||||
| 5p 4 | 2400 : 600 = 4 x + 1/2x + 1/4x + 1/8x = 140 17/8x = 140 x = 74 2/3 na (742/3 + 1/2 · 72/3) jaar = 112 jaar 1988 - 140 + 112 = 1960 |
|||||||||||||||||||||||||
| 5p 5 | 1920: lnA = 4,5 => A = 90 1930: ln A = 5 => A =148 (148 - 90) : 10 = 5,8 |
|||||||||||||||||||||||||
| 7p 6 | A = 2000 lnA = 7,6 7,6 = 0,031t + 3,5 0,031 t = 4,1 t = 132,25 in 2013 |
|||||||||||||||||||||||||
Opgave 3Caloriearm dieet |
||||||||||||||||||||||||||
| 4p 7 | m = 33; s = 2,7 P(X > 36) = 1 - F((36 - 33)/2,7) = 1 - F (1,11) P(X > 36) = 1 - 0,8665 = 0,1335 P(X > 36) = 13 % |
|||||||||||||||||||||||||
| 4p 8 | m = 45 P(X > 51,5) = 0,001 P(X < 51,5) = F((51,5 - 45)/s) = 1 - 0,001 = 0,999 F((6,5)/s) = 0,999 (6,5)/s = 3,09 => 3,09 s = 6,5 => s = 2,1 |
|||||||||||||||||||||||||
| 5p 9 | m = 33; s = 2,7 P(X > a) = 0,001 F ((a - 33)/2,7) = 0,999 (via de tabel) (a - 33)/2,7 = 3,09 a - 33 = 8,3 a = 41,3 m = 45; s = 2,1 P(X > 41,3) = 1 - F ((41,3 - 45)/2,1) = 1 - F (-1,74) = (via de tabel) 1 - 0,0409 = 0,9591 96 % |
|||||||||||||||||||||||||
| 6p 10 | Tekentoets + - + + - + + + - - + + - - + + + - + + x = aantal '+ tekens' a = 0,1 H0: p = 0,5 H1: p > 0,5 resultaat 13 overschrijdingskans P(X > 13) = 1 - P(X < 12| n = 20 p = 0,5) = 1 - 0,8684 = 0,1316 > a dus geen aanleiding om te rechtvaardigen dat er sprake is van verlenging van de levensduur |
|||||||||||||||||||||||||
Opgave 4IJs |
||||||||||||||||||||||||||
| 4p 11 | (Ha lekker) vanille ijs: 15 x 16 + 10 x 0,60 x 16 + 8 x 80 x 0,125 = 416 l aardbeien ijs: 10 x 0,4 x 16 + 4 x 16 = 128 l |
|||||||||||||||||||||||||
| 5p 12 | O = 15 x f 60 + 10 x f 64 + 4 x
f 70 + 8 x f 80 = f 2460,- K = (416 x f 2,80 + 128 x f 3,10) + (15 x 16 + 10 x 16 + 4 x 16 + 8 x 80) x f 0,10 + (15 + 10 + 4 + 8) x ( f 1.10 + f 2,10) = 1561,60 + 110,40 + 118,40 = f 1790,40 W = O - K = f 2460 - f 1790,40 = f 669,60 |
|||||||||||||||||||||||||
| 6p 13 | doos vanille = 16 l v; 0 l a doos duo = 16 x 0,6 = 9,6 l v; 16 x 0,4 = 6,4 l a doos aardbeien = 0 l v; 16 l a doos kleine vanille = 80 x 0,125 = 10 l v; 0 l a
|
|||||||||||||||||||||||||
| 4p 14 | A: prijzen per doos C: verpakking + transport per doos dus B: grondstofkosten per liter
|
|||||||||||||||||||||||||
Opgave 5Geschenkbonnen |
||||||||||||||||||||||||||
| 8p 15 | datzelfde jaar 0,80; restant
0,20 volgend jaar 0,40 · 0,20 = 0,08 verzilverd; restant 0,20 - 0,08 = 0,12 daaropvolgend jaar 0,20 · 0,12 = 0,024 verzilverd; restant is 0,12 - 0,024 = 0,096 het derde jaar na aankoop 0,10 · 0,096 = 0,0096 verzilverd; restant 0,096 - 0,0096 = 0,0864 Zodat de volgende structuur ontstaat: (bedragen in miljoenen guldens)
Totaal wordt er in 1996 111,4 miljoen ontvangen. Die 112 is dus een aardige schatting |
|||||||||||||||||||||||||
| 3p 16 | opbrengst = 0,009 P kosten = f 0,15 0,009 P > 0,15 P > 16,67 dus vanaf f 16,67 winst een leuke email-reactie van Wouter Swierstra uit Hilversum: Ik heb bij gisteren al enige opmerkingen over de uitwekerkingen van het CITO examen-nakijkvoorschriften gemaakt. Vandaag kwam ik weer een prachtig voorbeeld van een slordigheidje tegen bij het Examen Wiskunde A 1999 eerste tijdvak. Het betrof vraag 16. Er wordt gevraagd wanneer een VVV-kantoor winst maakt op de verkoop van geschenkbonnen. Dit is eenvoudig op te lossen door de totale kosten gelijk te stellen aan de totale opbrengsten. Keurig invullen levert een antwoord van 16,67 fl op. Bij 16,67 of 16,68 of zelfs bij 17,00 fl wordt er echter nog geen winst gemaakt. Immers voordat het kantoor winst maakt, moeten de totale kosten 0,5 cent minder zijn dan de totale opbrengsten. Een winst van 0,49999999 cent is immers geen winst. Als je dit vervolgens invult, krijg je een prijs van 17,23 fl, meer dan 50 cent boven het antwoord volgens het antwoordenmodel. Dit soort onduidelijkheden, of zelfs fouten in het antwoordenmodel vind ik buitengewoon verontrustend. |
|||||||||||||||||||||||||
| 7p 17 | p = ax + b a= -9 / 100 = -0,09 p = -0,09 x + 9 x = 60 p = -0,09· 60 + 9 = 3,6 dus 3,6 % niet verzilverd 250 x 60 x 0,036 = 540 250 x 0,15 = 37,50 winst = 540 +130,14 - 37,50 = 632,64 |
|||||||||||||||||||||||||
| 4p 18 | Dit is een bergparabool xtop = -b / 2a = -0,09819 / 2.-0,0008919 = 55,05 Je kunt natuurlijk ook een afgeleide nemen. |