Uitwerkingen schriftelijk examen VWO maatschappijleer 1999 1e tijdvak

 

Opgave 1

Multiculturele samenleving

2p  1 Gastarbeiders uit de 60er jaren kozen vrijwillig. Dit geldt ook voor de Surinamers in de jaren vijtig en zestig. Minder vrijwillig is de keuze van de politieke vluchtelingen, zij werden min of meer gedwongen of zijn uit lijfsbehoud vertrokken. Dit gold destijds ook voor de repatrianten uit het voormalig Nederlands-Indië
3p  2 Mensen moeten in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Ook minderheden moeten rekening houden met de normen en waarden zoals die hier gelden. Zo moeten zij ook de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw aanvaarden.
4p  3
  • Sociaal-economische integratie met behoud van eigen culturele identiteit en respect voor de andere cultuur.
  • Teneinde sociaal-economische achterstanden weg tewerken wordt een minderhedenbele
  • id gevoerd.Hierbij wordt de subcultuur door de dominante cultuur gerespecteerd.
  • Volens Berenhout kun je niet integreren met behoud van eigen cultuur. Men zou dus de eigen cultuur moeten opgeven.
2p  4
  • Zij die streven naar een A-status en zij die naturalisatie aanvragen.
  • Bij gezinsvorming en gezinshereniging.
4p  5
  • De gedragsregulernde functie van cultuur geeft aan wat de normen van een maatschappij zijn, hoe je je moet gedragen, welke regels er zijn etc. (geboortekaartjes).
  • De betekenisverlenende functie van cultuur geeft aan wat de streefdoelen (waarden) van een maatschappij zijn. (begrafenis)
2p  6
  • Monocultureel: segregatiemodel aangezien uitgegaan wordt van het naast elkaar leven van verschillende culturen.
  • Intercultureel: Assimilatiemodel aangezien uitgegaan wordt van het inelkaar opgaan van culturen.
  • Meltingpot is ook mogelijk, zij het dat er dan tevens een fysieke versmelting plaats vindt.
2p 7 Universalist, want hij gaat uit van gemeenschappelijke normen en waarden
3p  8 Hier geldt natuurlijk je eigen mening waarbij de je wel consistent moet zijn.
3p  9 Door de slechte sociaal-economische positie (huisvesting, inkomen, opleiding etc.) is de waardering voor allochtonen niet hoog. Het is dan ook moeilijk om vanuit deze positie op de maatschappelijke ladder te klimmen (sociale mobiliteit)
2p  10
  • Positietoewijzing: Huisvestingsbeleid, discriminatie op de arbeidsmarkt etc.
  • Positieverwerving: Men beschikt niet over "netwerken", kent de taal onvoldoende etc.
2p 11
  • Door de begrippen "eigen positieve identiteit" en "etnocentrisme" te benadrukken.
  • Er zijn natuurlijk ook geslaagde allochtonen.
2p 12
  • Uitgaan van eigen mogelijkheden en niet uit te gaan van sterk leiderschap
  • Scheiding Kerk/Staat
  • Politieke grondrechten
 

Opgave 2

Criminaliteit en Rechtsstaat

3p 13
  • Supporters: Materieel: Voetbalkaartje wordt duurder, immaterieel: Men voelt zich bedreigd
  • Burgers: Materieel: kostendoorberekening, immaterieel: gevoel van onveiligheid
  • Gemeente: Kosten van de politieinzet, immaterieel: Gemeente krijgt slechte naam
3p 14
  • Aandacht van de media
  • Ernst van de voetbalcriminaliteit
  • Er moet ruimte zijn op de politieke agenda
  • Het moet (politiek) oplosbaar zijn
4p 15
  • Wetgevende macht: Tweede Kamerfracties, Zij pleiten voor hogere straffen.
  • Uitvoerende macht: O.M. Zij moeten zorgen voor opsporing en preventie. De burgemeester als hoofd van de politie.
  • Rechterlijke macht: De rechter die de straf bepaalt.
2p 16 VVD: Deregulering, minder regels, maar zij moeten wel streng worden nageleefd ter bescherming van het individu.

CDA: Vanuit susidiariteitsbeginsel ook weinig overheidsbemoeienis. Wanneer de overheid optreed dan moet het wel effect hebben. Zij hechten veel belang aan de (bijbelse) normen en waarden.

2p 17
  • Alternatieve straf
  • First offender krijgt misschien een geldboete
  • Voorwaardelijke stgraffen
  • Transacties
3p 18 Er wordt meer aandacht aan besteed door de politie en hierdoor zullen er meer overtreders worden gearresteerd.
3p 19 Meerdere antwoorden mogelijk.
2p 20 Burgers hebben zich aan de wetten te houden, De overheid heeft de plicht de wet te hanteren.
3p 21
  • Individualisering
  • Minder sociale controle
  • Veranderde verhoudingen binnen gezinnen
  • Invloed massamedia
6p 22
  • Geen maatschappelijke ongelijkheid: Biologische theorie
  • Wel maatschappelijke ongelijkheid: Differential association
  • Stigmatiseringstheorie
  • Bindingstheorie
 

Opgave 3

Politieke besluitvorming

2p 23  
3p 24 Nee, want de lidstaten hebben eigen souvereiniteit, het gevoel bij de eigen staat te behoren wordt gevoed door de eigen symbolen (koningin, Ajax etc.) en eigen taal en cultuur.
2p 25
  • Legaliteitsbeginsel: Openbare orde wordt ten onrechte gelegitimeerd.
  • Onafhankelijkheid rechterlijke macht.
  • In democratie zijn grondrechte gewaarborgd.
2p 26
  • Belangeorganisaties zijn goed georganiseerd en hebben veel contacten, kunnen dus uitstekend lobbyen bij EU
  • Actiegroepen zijn minder goed georganiseerd, dus minder goed in staat te lobbyen.
4p 27
  • Europese Commissie te vergelijken met Nederlandse regering: Uitvoering en wetsvoorstellen
  • Ministerraden te vergelijken Nederlandse parlement: Besluitvorming over wetsvoorstellen.
2p 28
  • Recht van initiatief
  • Recht van amendement
  • Instemmingsrecht voor alle zaken
3p 29 Macht moet gelegitimeerd worden verkiezingen.
3p 30
  • VVD: Vrije markteconomie, overheid op afstand
  • CDA: Gespreide verantwoordelijkheid
  • PvdA: Bescherming sociaal zwakkeren
3p 31
  • Onbekendheid
  • Te ver weg
  • Wat is mijn stem waard in Europa?
  • Het gaat wel goed zo.
4p 32 Je eigen standpunt. Knelpunten kunnen zijn: Vluchtelingenproblematiek, milieu, bureaucratie etc.
   
3p 29 Hoewel de offerbereidheid (betalen van belasting) tussen 1993 en 1995 iets terugloopt,
neemt de waardering voor financiële instrumenten van beleid toe
Steun voor het uitgangspunt: de vervuiler betaalt
4p 30 Voorbeeld van een goed antwoord:
motivatie vergroten
door wetgeving kunnen wettelijk normen gesteld worden aan vlieggedrag (slechts voor
bepaalde doeleinden/bepaald recht van kilometers) / door heffingen kunnen mensen
bewogen worden tot andere vormen van vervoer
kennis en inzicht vergroten
door voorlichting kunnen kennis en inzicht vergroot worden van de gevolgen op
atmosfeer, klimaat e.d./ kunnen de ecologische waarden benadrukt worden / kunnen
normen van goed milieugedrag gesteld worden
3p 31 voor in de uitleg gebruikte redenen (één punt per reden) voor de uitleg

Voorbeelden van goede antwoorden zijn (redenen zijn cursief):
Ik ben het er mee eens dat Nederland voorop loopt. Hoewel internationale samenwerking
op het gebied van milieu erg moeilijk is doordat rijke landen gericht zijn op nationale
economische belangen / doordat ontwikkelingslanden proberen de achterstand in welvaart
in te halen
en het gebrek aan internationale wettelijke sanctiemogelijkheden, vind ik toch dat
Nederland het goede voorbeeld zou moeten geven, omdat de milieuproblematiek
knellender voor ons is dan voor de meeste landen. Door voorop te lopen met maatregelen,
heeft Nederland een grotere invloed en meer recht van spreken om andere staten te
bewegen tot verdergaande maatregelen.
Ik vind dat Nederland niet voorop moet lopen. Afspraken zijn niet zinvol als andere landen
zich er niet aan houden. Door eenzijdig voorop te lopen hebben maatregelen onvoldoende
effect en ondermijnt Nederland zijn economische belangen.
Hierdoor kalft ook het
economisch draagvlak voor milieumaatregelen af.
4p 32 mogelijke antwoorden
internationale aanpak van ecologische, sociale en demografische vraagstukken is effectiever dan nationale bemoeienis Indien het Europees Parlement meer macht krijgt zullen de burgers via de verkiezingen aan internationale invloed winnen Een grotere centrale macht leidt tot een grotere centrale buraucratie, de politiek heeft minder invloed op de ambtenarij. De afstand tussen kiezer en gekozene is of wordt groter bij internationale instituten.

Terug naar index

Hosted by www.Geocities.ws

1