1. aphlegews
2. In de op tekst 1 volgende passage kondigt Achilleus zijn vertrek naar huis aan, maar hij gaat
niet.
3. regel 318 ish moira/ kai ei mala tis polemizoi/ menonti
en de ihi timhi /esqlos/ kakos
katqan omws/ o polla eorgws/ o aergos anhr.
4. Bij de Homerische held was de arete de belangrijkste norm; de beloning hiervoor was time, die
ten dele werd uitgedrukt in het toekennen van een geras.Het afnemen van een toegekend geras was
dus een bijzonder grote krenking.
5. Agamemnoni
6. Het vormelement sk , dat op herhaling duidt: Achilleus onderstreept hiermee dat het voort-
durend zo gegaan is.
7. retorische vragen (2x) anaforen (2x)
8. Achilles ziet de relatie tussen een fatsoenlijk man en zijn vrouw in 't algemeen als zeer serieus
en beschouwt Briseis als zijn vrouw, van wie hij veel houdt. Bovendien is het afnemen van een zg.
eergeschenk voor de Homerische held een zo krenkende zaak dat hij zich ook om die reden niet met
Agamemnoon wil verzoenen.
9.r.315
10. r.7 dedakrusai . . 10. dakruoessa
11. De mogelijke dood van zijn vader Peleus
12. Achilleus' toon tegenover Patroklos is vaderlijk: "jongen, waarom huil je zo?"
13. "Het" bij Timmerman is het feit, dat de overige Grieken Achillleus niet gesteund hebben bij
zijn conflict met Agamemnoon.
14."Het "bij Schwartz is het feit, dat Patroklos zo in tranen is.
15. Streven naar roem bij het nageslacht..
16. r.29 amhcanos; r. 31 ainareth ; r.35.aphnhs
17. De voorspelling dat Achillleus in de strijd om Troje zal sneuvelen.
18. Homerus is hier even de `'alwetende verteller". R. 47 geeft ons een blik in de toekomst, een
zg. prospectief element.
19. tipte dedakrusai, Patroklees, hute kourh
dactylus, 2 x spondaeus, 2x dactylus, spondaeus.
nhpih, h q ama mhtri qeous anelesqai anwgei
5 x dactylus, spondaeus.
In regel 8 onderstreept het snelle rhythme van uitsluitend dactyli het rennen van het kind.
20. Rhapsoden waren, in de tijd na Homerus, rondtrekkende zangers die bestaande gedichten .
voordroegen, die toen al schriftelijk vastgelegd waren. .
21. aoidoi
22. Ook Xenophanes kan geen goden aanvaarden die zich als mensen gedragen en met menselijke
fouten behept zijn.
23. Plato wijst gedichten af als onware verhalen over onevenwichtige karakters.
24. Homerus geeft geen commentaar op de ruzie tussen Achilleus en Agamemnoon, De Crescenzo
levert commentaar op de door Achilleus gebruikte scheldwoorden.
25. In de Ilias komt Athena tijdens de ruzie tussenbeide, bij De Crescenzo komt zij pas als Achilleus
zich heeft teruggetrokken.
26. Wij zien het tafereel dat Briseis door de twee herauten v an Agamemnoon wordt weggehaald.
Zij kijkt bedroefd, Achilleus zit er woedend bij , achter hem staat Patroklos.
.
Eoos met het saffraankleurig gewaad stond op vanuit de stromen van Okeanos, om licht te brengen
aan de onsterfelijken en aan de stervelingen; maar zij kwam naar de schepen, geschenken brengend
van de kant van een god. En zij vond haar zoon , Patroklos omarmend, met heldere stem weeklagende;
en veel makkers rondom hem jammerden. En temidden van deze ging zij bij hem staan, de stralende
onder de godinnen, en zij drukte hem de hand en noemde hem bij de naam:" Mijn kind, laten wij
deze man nu laten liggen , ook al zijn wij bedroefd, omdat hij nu eenmaal door de wil van de goden
is gedood; neem jij nu van Hephaistos de beroemde wapenrusting aan, een heel mooie, zoals nog geen
enkel man om zijn schouders heeft gedragen."Nadat zij dus zo gesproken had legde godin de wapen-
rusting neer voor Achilleus; en luid knetterde al het kunstige smeedwerk.Alle Myrmidonen nu beving
een siddering, en niet durfde iemand er vrijuit naar te kijken, maar zij beefden. Toen Achilleus echter
het gezien had, kwam er meer strijdlust in hem op , en zijn ogen begonnen vreselijk te stralen onder
zijn oogleden, als een vuurgloed; en hij genoot toen hij de prachtige geschenken van de god in zijn
handen hield.