Europa en de buitenwereld (1150-1350) |
|
| 2p 1 | Het overschrijven van handschriften vonden de monniken van groot wetenschappelijk belang omdat zij zich realiseerden dat op deze wijze "oude" kennis voor het nageslacht behouden bleef |
| 2p 2 | Bron 1 Deze schrijver baseert zich op gezag en autoriteit. Hij vergeet niet God te noemen en hij merkt op dat het werk van Sint-Brandaan oorspronkelijk in het Latijn is geschreven. Wie durft er dan nog aan te twijfelen ? Dit alles is kenmerkend voor een middeleeuwer. |
| 2p 3 | Bron 1 Het noemen van het werk van Van Maerlant is opmerkelijk ondat het in een volkstaal is geschreven. Is het dan wel gezaghebbend genoeg? En misschien beweert Van Maerlant wel dat er in de Reizen van Sint-Brandaan leugens staan. |
| 4p 4 | Het reisverhaal van Marco Polo is veel bekender dan het verslag van Willem van Rubroek. Dat is niet zo verwonderlijk. De laatste schreef zijn verhaal immers op verzoek van de Franse koning die kennis wilde maken met het leven van de Mongolen. Het is daarom een zakelijk verslag geworden dat diende om de koning te informeren. Het reisverhaall van Marco Polo werd met andere doeleinden geschreven. Het was bestemd voor een zo breed mogelijk publiek dat geamuseerd moest worden. De inhoud werd daarop afgestemd. |
| 4p 5 | De middeleeuwse standenmaatschappij zag er als volgt uit: Geestelijkheid (zij die bidden), Adel (zij die strijden) en Derde Stand, oftwel boeren en burgers (zij die werken). De laatste stand werd steeds belangrijker in de periode 1150-1350 door de volgende economische ontwikkelingen: de groei van de internationale handel en het geldverkeer. Tegelijkertijd kwamen er steeds meer steden en nam het inwonertal van bestaande steden toe. |
| 4p 6 | Bron 2 De schrijver bevestigt het traditionele beeld dat het Paradijs ergens in het oosten ligt. Hij doorbreekt echter de voorstelling dat het onmogelijk is om de hete en ondoordringbare zone te passeren, |
| 2p 7 | De paus was blij met de verovering van Contstantinopel omdat men de christenen die zijn gezag niet aanvaarden (de Grieks-orthodoxen) een lesje had geleerd .Misschien kwam daardoor wel een einde aan het Schisma van 1054 ! Anderzijds was de paus natuurlijk ook bezorgd: het doel van de kruistocht, strijden tegen de moslims in het Heilige Land, was niet bereikt |
| 4p 8 | Bronnen 3 en 4 Bij bron 3 zien we Europa afgebeeld, zoals het afgebeeld is op talloze middeleeuwse O-T kaarten. Europa beslaat een kwart van de wereld, evenals Afrika. De resterende helft is Azie. Deze kaarten geven geen waargenomen werkelijkheid weer maar een symbolische, gebaseerd op gezaghebbende geschriften (bijvoorbeeld de Bijbel). Voor reizgers hebben deze kaarten geen enkele waarde. De portolaankaarten daarentegen (bron 4) geven wel een waargenomen werkelijkheid weer, en wel kustlijnen. Deze kaarten zijn daardoor uitermate geschikt voor zeevaarders die veilig van haven a naar haven b willen reizen. |
| 4p 9 | Bron 5a en 5b Het is geen wonder dat het optreden van keizer Frederik II, een christen, verbazing bij de Arabieren heeft opgeroepen. Hij is namelijk zeer vriendelijk en tolerant en dat is men niet van een "Frank" gewend. In bron 5a valt zelfs te lezen dat hij een priester dwars zit die met de bijbel in de hand een moskee wil betreden. En uit bron 5b valt op te maken dat de keizer de gebruiken van de moslims rrespecteert. |
| 2p 10 | Bron 5b Deze bron is minder betrouwbaar dan bijvorrbeeld bron 5a, omdat het niet zeker is dat de persoon die dit allemaal schrijft, ook daadwerkelijk in Jereuzalem, bij de intrede van Frederik II aanwezig is geweest. Misschien heeft de schrijver het allemaal van horen zeggen. Hoe betrouwbaar is zo iemand? |
| 15p 11 | De schrijfopdracht: een samenhangend
betoog In hoeverre was de periode 1150-1350 voor Euriopa een periode van ingrijpende verandering op het gebied van kennisverwerving? "In hoeverre..." dus: bantwoorden met enerzijds/anderzijds Typering van de situatie rond 1150 A: Fundament 1: de Bijbel, het christelijk geloof Fundament 2: gezaghebbende geschriften uit de Klassieke Oudheid, of informatie uit die tijd die terug te vinden is in het beroemde naslagwerk van Isodorus.van Sevilla. Horizonverbreding B Een cultuur met een hoog kennisniveau is uiteraard de Arabische cultuur. In de periode na 1150 komen Europeanen meer en meer met deze cultuur in aanraking door de Reconquista in Spanje en de kruistochten naar het Midden-Oosten die voortduren tot de val van Akko in 1291. Uitbreiding van kennis C 1. Arabische geschriften (vaak vertalingen van werken uit de Klassieke Oudheid) werden in het Latijn vertaald. Via deze weg duiken er in Europa werken op waarvan men had gedacht dat ze er niet meer waren . Dit betekende een groei van het kennisniveau 2. In Europa neemt men het proefondervindelijke onderzoek (experimenteren), zoals men dat bij van de Arabieren kent, over. 3. In de zevaart gaat men de nieuwe kennis toepassen: het kompas en het astrolabium.. Blokkerend element bij kennisverwerking D De kerk wilde nog weleens obstakels opwerpen als het ging om het verwerven van kennis en het verspreiden van ideeen. De kerk was bijvoorbeeld niet gelukkig als iemand vraagtekens plaatste bij het geocentrisch wereldbeeld. Conclusie E Enerzijds was de periode 1150-1350 voor Europa inderdaad een periode van ingrijpende verandering op het gebied van kennisverwerving omdat men (bijvoorbeeld) in contact treedt met een cultuur (de Arabische) met een zeer hoog kennisniveau. Anderzijds bleven er wel obstakels die kennisverwerving in de weg stonden zoals de kerk liet zien bij het debat over het geocentrisch wereldbeeld. |
2 Een nieuwe eeuw, nieuwe verhoudingen? Nederland 1880-1919: op het breukvlak van twee eeuwen. |
|
| 4p 12 | Twee kenmerken van het moderne gezin rond 1880: Vader werkt en verdiend genoeg om zijn gezin te onderhouden zodat zijn vrouw niet hoeft te werken en thuis is het een en al gezelligheid in de woonkamer. Dit ideaal was moeilijk te verwezenlijken voor veel arbeiders omdat zij te weinig verdienden, zodat vrouwliief ook mee moest naar de fabriek en met de huisvesting was het vaak droevig gesteld zodat er van gezelligheid weinig terecht kwam. |
| 4p 13 | A. Het woordje "Vrije" in de
naam "Vrije Universiteit" werd bewust door
Kuyper gebruikt om aan te geven het een universiteit is
van de orthodoxe protestanten alleen die zelf mans genoeg
zijn om te bepalen hoe het onderwijs wordt gegeven en wat
men gaat onderwijzen . Dat gaat een buitenstaander verder
niet aan . Men is dus vrij van bemoeienis door derden
(souvereiniteit in eigen kring!) B. Kuyper vond een eigen universiteit heel belangrijk omdat hij meende datt aan de universiteiten die er al waren, er geen goed theologisch nderwijs werd gegeven (te licht). Hij wilde dat het geloof van de vaderen bewaard bleef. Dus als waarborg voor het behoud van je eigen orthodox-protestantse identieteit. heb je een eigen universiteit nodig. |
| 4p 14 | Voorbeeld van een goed antwoord is:
|
| 4p 15 | Voorbeelden van goede antwoorden zijn:
|
| 2p 16 | Voorbeeld van een goed antwoord is: De grote steden werden directer geconfronteerd met de kwalijke gevolgen van de modernisering van de samenleving. Daardoor groeide het besef dat ook de overheid een rol diende te spelen in de bestrijding van die kwalijke gevolgen door bijvoorbeeld gegevens over de slechte woonsituatie te verzamelen. |
| 4p 17 | Voorbeeld van een goed antwoord is:
|
| 2p 18 | Voorbeeld van een goed antwoord is: Aangezien de socialisten toen aanhangers waren van de idee van de klassenstrijd / de onoverbrugbare tegenstelling tussen kapitalisten en arbeiders, zullen zij het samenwerkingsideaal van kapitaal en arbeid, zoals dat in Schaepmans woorden naar voren komt, als een illusie beschouwd hebben. |
| 3p 19 | Uit het antwoord moet blijken:
|
| 4p 20 | Voorbeelden van goede antwoorden zijn: Uit de bron blijkt dat (twee van de volgende):
|
| 4p 21 | Voorbeeld van een goed antwoord is (drie
van de volgende):
|
| 4p 22 | Voorbeeld van een goede redenering is:
|
| 4p 23 | Voorbeeld van een goed antwoord is: A. Voor de socialisten geldt dat
B. Voor de rooms-katholieken geldt dat
|
| 2p 24 | Voorbeeld van een goed antwoord is:
|