Uitwerkingen schriftelijk examen VWO economie II 1999 1e tijdvak

 

Opgave 1

5p  1
vaste activa       eigen vermogen      
gebouwen 900     maatschappelijk aandelen vermogen 900    
afschrijvinggebouwen 250     aandelen in portefeuille 350    
    650       550  
transportmiddelen 300     algemene reserve   100  
afschrijving transportmiddelen 50     agioreserve   100  
    250   winstsaldo 1998   200  
inventaris   50         950
deelnemingen   70          
      1020        
vlottende activa       lang vreemd vermogen      
voorraad produkten   200   8 % hypothecaire lening   350  
debiteuren   85   7 % onderhands   100  
vooruitbetaalde bedragen   35         450
nog te ontvangen bedragen   20   kort vreemd vermogen      
      340 8% hypothecaire lening   50  
liquide middelen       crediteuren   60  
bank   200   nog te betalen bedragen   30  
kas   20   vooruitontvangen bedragen   40  
      220       180
totaal     1580       1580

debet en credit totaal: 1580

3p  2 qr=vl.act. + LM - voorraden/ vvk = 340 + 220 -/- 200 / 180 = 2
1p  3 het is slechts een momentopname
2p  4 bij de current ratio is geen goede vergelijking mogelijk tussen bedrijven met verschillende voorraadwaarderingsgrondslagen
2p  5 85.000 + 300.000 keer 75 % keer 1/3 = fl. 160.000
5p  6 Standaard !

060 200.000

a/163 80.000

a/ 164 15.000

a/ 161 2750 ! (dividendbelasting over cash en stock van cash af)

a/162 19250

a/042 55.000

a/ 047 28.000

2p 7 0,08 keer 400.000 = 32.000 + 0,07 keer 0,5 keer 100.000 = 3500

totaal is dus 35.500

4p  8 1 april 1999

saldo was 220.000

ontvangsten

160.000 plus 75.000 = 235.000

uitgaven

170.000

50.000

35.500

2750

19.250

80.000

15.000

10.000

50.000

saldo liquide middelen 220.000 + 235.000 -/- 432.500 = 22.500

 

Opgave 2

2p  9 130 526.400

a/ 840 448.000

a/ 181 78.400

3p 10 fifo is first in first oud, dus wat het eerst binnenkwam gaat er boekhoudkundig het eerst weer uit

bedrag; 3000 keer 26,75 plus 5000 keer 27,80 plus 6000 keer 26,05 = 375.550

800 375.550

a/700 375.550

journaalpost alleen is maximaal 1 punt

2p 11 830 8000

181 1400

a/130 9400

3p 12 700 20.000

455 14.800

180 6090

a/140 40.890

2p 13 fifo is omslachtiger, dezelfde voorraad wordt tegen verschillende prijzen gewaardeerd
3p 14 voorraad was 6000 keer 26,05 plus 8000 keer (25,85 plus 2,5 !) = 383.100

voorraad wordt 14.000 keer 30 = 420.000

dus een waardestijging van 36.900

2p 15 700 36.900

a/ 720 36.900

de waarde van de voorraad neemt namelijk toe dus rekening 700 debet

   
   
3p 16 710 120.000

180 18.200

a/140 122.200

a/720 16.000

moest de btw er dus uit halen !

3p 17
  • 700 3000
  • a/800 2605
  • a/720 395
2p 18 OPGAVE 3

een handelsonderneming is een onderneming die produkten verkoopt aan andere ondernemingen, maar die niet zelf produceert, er gebeurt dus (bijna) niets met de staat van de produkten

1p 19 de kolommenbalans
1p 20
  • dat er nog (inkoop)facturen moeten worden ontvangen (over 1998)
2p 21 1.384.000 -/- 875.000 -/- 10.000 -/- 25.000 = 474.000

899 474.000

a/920 474.000

1p 22
  • nee, geen debitering van de rekening 840 opbrengst verkopen
1p 23
  • verkochte goederen 1384000 / 8 = 173.000 stuks
  • afgeleverde goederen 875.000/ 5 = 175.000 stuks
  • ja, er moeten nog verkoopfacturen worden gejournaliseerd
2p 24 dit heb je in s.o. 4 ook gehad !

. interest berekend over tv en betaald over vv

. percentage over t.v. en v.v. komt niet overeen (v.v. contractueel percentage)

1p 25 maandelijkse interestlast 36.000 / 12 = 3.000

op 31 december is er 15.000/3.000 = 5 maanden vooruitbetaald

er wordt op 1 juni (31 mei) betaald

2p 26 hulp; huisvesting of inkoop of magazijn

hoofd; fabricage, verkoop

1p 27 er is een betere beheersing van de kosten mogelijk per kostenplaats
 

Opgave 4

1p 28 Omdat de meubelmakerij verschillende producten maakt is de delingscalculatiemethode niet geschikt. (De delingscalculatiemethode is een kostprijsberekeningsmethode die geschikt is voor homogene massaproductie.)
1p 29 De primitieve opslagmethode is minder nauwkeurig.

De kostenbewaking wordt bemoeilijkt doordat de indirecte kosten niet worden

uitgesplitst.

1p 30 De verkoopkosten zijn niet doorberekend in de kostprijs.
3p 31 Opslagpercentage indirecte materiaalkosten: 120 / 600 x 100% = 20%

Opslagpercentage indirecte loonkosten: 120 / 400 x 100% = 30%

Opslagpercentage algemene indir. produktiekosten 80 / 1000 x 100% = 8%

4p 32 Totale directe materiaalkosten:

Tafels: 4 x 125 x f 600,- = 300.000,

Stoelen: 4 x 500 x f 150,- = 300.000,

Kasten: 4 x 100 x f 1.500,- = 600.000,

totaal: 1.200.000,

Totale directe loonkosten:

Tafels: 4 x 125 x f 400,- = 200.000,

Stoelen: 4 x 500 x f 100,- = 200.000,

Kasten: 4 x 100 x f 1.000,- = 400.000,

totaal: 800.000,

3p 33 Totale verwachte dekking van de indirecte kosten:

Indirecte materiaalkosten 20% van f 1.200.000,- = f 240.000,

Indirecte loonkosten 30% van f 800.000,- = f 240.000,

Algemene indirecte productiekosten 8% van f 2.000.000,- = f160.000,

totaal: f 640.000,

2p 34 SP = f 75,

WH = f 562.875,-: f 75,- = 7.505 M2

Prijsverschil = 7.505 x f l,- = f 7.505,- voordelig

3p 35 WP 50,- + 20% + f 2,50 62,50

WH 207.500,-: f 62,50 = 3.320

SH = 1.980 x (f 100,-: f 60,-) = 3.300

Efficiëncyverschil = 20 uren nadelig

   
 

Opgave 5

3p 36 E = 250 x S25|8 --> E = 250 x 6,84847520 = f 1.712,12
3p 37 E = 25 x ¨s15|8 x S9|8 --> E = 25 x 29,32428304 x 1,99900463 = f 1.465,48

+E = 50 x ¨s8|8 x S1|8 --> E = 50 x 11,48755784 x 1,08 = f 620,33

totale eindwaarde : f 1.465,48 + f 620,33 = f 2085,81

2p 38 Het recht van hypotheek is een zakelijk zekerheidsrecht, waarbij de hypotheeknemer de onroerende zaak kan verkopen zonder tussenkomst van de rechter, als de hypotheekgever zijn verplichtingen niet nakomt.
1p 39 Cobi is hypotheekgever
2p 40 geleend bedrag: 6325,27 x a50|4,5 --> 6.325,27 x 19,76200778 = f 125.000,-

Terug naar index

Hosted by www.Geocities.ws

1