Een ecologisch onderzoek |
|
| 1p 1 | Als door de lozing de kwaliteit van het beekwater na het lozingspunt daalt, dan wordt mogelijk ook de kwaliteit van het rivierwater na het lozingspunt van het beekwater op de rivier aangetast kunnen zijn. |
| 2p 2 | 1, 2 en 5, 7 |
| 1p 3 | om kwaliteitsverschillen in het
aangevoerde beekwater (1) en rivierwater (5) weg te
middelen/ het zuurstofgehalte kan per meting verschillen, door meer metingen te middelen om invloed van (a-)biotische factoren te elimineren |
| 2p 4 | B |
| De roofvogelstand in Nederland | |
| 2p 5 | Roofvogels hebben last van accumulatie van persistente stoffen zoals DDT in een voedselketen, omdat ze verder in de voedselketen staan dan bv zaadeters |
| 2p 6 | instroom van wintergasten groter broedsucces/groter voedselaanbod/meernakomelingen blijven leven |
| 1p 7 | buizerd: aaseter; havik jaagt
op levende prooi havik is standvogel/buizerd ook een wintergast havik is territoriaal/buizerd trekt |
| 2p 8 | F |
| Genetisch goudmijntje | |
| 2p 9 | cambium hierin zitten delende cellen/ongedifferentieërde cellen aanwezig NB: ik had een geodriehoek nodig om de vraag te kunnen lezen |
| 1p 10 | ammoniumion |
| 1p 11 | verspreiding van het gen in een
ecosysteem toename gebruik herbiciden opname insecticiden door plant en in de voedselketen brengen er treedt verlies aan soorten op in het ecosysteem |
| 2p 12 | B |
| In vitro fertilisatie | |
| 2p 13 | nog niet zeker dat er een
ontwikkeling/mitose plaatsvindt/ dit stadium komt niet
overeen met het stadium waarin het embryo in de normale
situatie in de baarmoeder komt blastula heeft geen bescherming meer van zona pellucida/mogelijk geen innesteling meer mogelijk/differentiatie te ver gevorderd. |
| 1p 14 | Onderzoek met overtollige
embryo's moet mogelijk zijn, meer experimenten leiden tot
meer kennis en toepassingsmogelijkheden. Indien tegen: met geldig natuurwetenschappelijk argument: 1p |
| Genetica | |
| 1p 15 | De verhouding lzou kunnen lijken op 9Q-R-: 3 qqR- : 3 Q-rr : qqrr, dus twee heterozygote ouders: QqRr |
| 2p 16 | 9 : 3 : 3 : 1 = 202,5 : 67,5 :
67,5 : 22,5 graden--> 1p juist diagram --> 1 p
|
| 2p 17 | C: bereken frequentie recessieve allel: q is de wortel uit 0,15 = 0,39; p = 1-q = 0,61 |
| Tomaten-gouden-mozaïk-virus | |
| 2p 18 | A |
| 2p 19 | ATG / methionine? wordt nog discussie |
| 2p 20 | p = replicatie; q = translatie; r = transcriptie |
| Een aandoening van de darm | |
| 4p 21 | dominant niet X-chromosomaal 5 personen: III-1; III-2; III-7, III-9; III-10 |
| 2p 22 | C |
| 2p 23 | B |
| 2p 24 | 3 --> 2 --> 1--> 5 -->4 |
| Kringlopen | |
| 2p 25 | |
| 2p 26 | C |
| 1p 27 | endodermis/6 |
| 2p 28 | F |
| Transport | |
| 2p 29 | A |
| 2p 30 | B |
| 2p 31 | C |
| 3p 32 | tekening 1: 2, 3 tekening 2: 4 1 en 5: verplaatsing van intern naar intern!! |
| AIDS | |
| 2p 33 | B |
| 2p 34 | A |
| 2p 35 | D |
| Stekelbaarsjes | |
| 2p 36 | 16 uur |
| 1p 37 | begin maart en eind maart: 100%, eind februarie ook al 100% |
| 2p 38 | C |
| Onderzoek naar vertering van melkvet | |
| 2p 39 | alvleessap/ hoog Ph optimum en jhe hebt alleen stoffen om de ph te verhogen (NaOH) tot je beschikking. Maaglipase te laag pH optimum |
| 2p 40 | Er worden vetzuren gevormd, pH
zal dalen. indicator moet werkzaam zijn in het Ph interval van de vetvertering |
| 5p 41 | De volgende onderdelen moeten
in je beschrijving aanwezig zijn, alle stoffen op dezelfde temperatuur brengen in waterbad, alle andere omstandigheden gelijk houden. buis 1: melk, gal ,vullen met pipet buis 2: melk, pH 6,2 ; vullen met pipet buis 1 en 2 gelijke volumes en indicator toevoegen pH met natronloog op juiste en gelijke pH waarde brengen (hangt af van je gekozen indicator) met druppelpipet gelijke hoeveelheden alvleessap toevoegen, tijd meten tussen toevoeging en pH-omslag |
| Spieren | |
| 2p 42 | B |
| 2p 43 | A |
| Regelmechanismen | |
| 2p 44 | a = 7; b = 11; c = 9 |
| 2p 45 | A |
| 1p 46 | stijgen: pijlen 1 en 3/ dalen pijjlen 2 en 4 |
| 2p 47 | B |
| 2p 48 | C |