Uitwerkingen schriftelijk examen VWO biologie 1999 1e tijdvak

 

Een ecologisch onderzoek

1p  1 Als door de lozing de kwaliteit van het beekwater na het lozingspunt daalt, dan wordt mogelijk ook de kwaliteit van het rivierwater na het lozingspunt van het beekwater op de rivier aangetast kunnen zijn.
2p  2 1, 2 en 5, 7
1p  3 om kwaliteitsverschillen in het aangevoerde beekwater (1) en rivierwater (5) weg te middelen/

het zuurstofgehalte kan per meting verschillen, door meer metingen te middelen

om invloed van (a-)biotische factoren te elimineren

2p  4 B
  De roofvogelstand in Nederland
2p  5 Roofvogels hebben last van accumulatie van persistente stoffen zoals DDT in een voedselketen, omdat ze verder in de voedselketen staan dan bv zaadeters
2p  6 instroom van wintergasten

groter broedsucces/groter voedselaanbod/meernakomelingen blijven leven

1p  7 buizerd: aaseter; havik jaagt op levende prooi

havik is standvogel/buizerd ook een wintergast

havik is territoriaal/buizerd trekt

2p  8 F
  Genetisch goudmijntje
2p 9 cambium

hierin zitten delende cellen/ongedifferentieërde cellen aanwezig

NB: ik had een geodriehoek nodig om de vraag te kunnen lezen

1p 10 ammoniumion
1p 11 verspreiding van het gen in een ecosysteem

toename gebruik herbiciden

opname insecticiden door plant en in de voedselketen brengen

er treedt verlies aan soorten op in het ecosysteem

2p 12 B
  In vitro fertilisatie
2p 13 nog niet zeker dat er een ontwikkeling/mitose plaatsvindt/ dit stadium komt niet overeen met het stadium waarin het embryo in de normale situatie in de baarmoeder komt

blastula heeft geen bescherming meer van zona pellucida/mogelijk geen innesteling meer mogelijk/differentiatie te ver gevorderd.

1p 14 Onderzoek met overtollige embryo's moet mogelijk zijn, meer experimenten leiden tot meer kennis en toepassingsmogelijkheden.

Indien tegen: met geldig natuurwetenschappelijk argument: 1p

  Genetica
1p 15 De verhouding lzou kunnen lijken op 9Q-R-: 3 qqR- : 3 Q-rr : qqrr, dus twee heterozygote ouders: QqRr
2p 16 9 : 3 : 3 : 1 = 202,5 : 67,5 : 67,5 : 22,5 graden--> 1p

juist diagram --> 1 p

2p 17 C: bereken frequentie recessieve allel: q is de wortel uit 0,15 = 0,39; p = 1-q = 0,61
  Tomaten-gouden-mozaïk-virus
2p 18 A
2p 19 ATG / methionine? wordt nog discussie
2p 20 p = replicatie; q = translatie; r = transcriptie
  Een aandoening van de darm
4p 21 dominant

niet X-chromosomaal

5 personen: III-1; III-2; III-7, III-9; III-10

2p 22 C
2p 23 B
2p 24 3 --> 2 --> 1--> 5 -->4
  Kringlopen
2p 25

 

2p 26 C
1p 27 endodermis/6
2p 28 F
  Transport
2p 29 A
2p 30 B
2p 31 C
3p 32 tekening 1: 2, 3

tekening 2: 4

1 en 5: verplaatsing van intern naar intern!!

  AIDS
2p 33 B
2p 34 A
2p 35 D
  Stekelbaarsjes
2p 36 16 uur
1p 37 begin maart en eind maart: 100%, eind februarie ook al 100%
2p 38 C
  Onderzoek naar vertering van melkvet
2p 39 alvleessap/ hoog Ph optimum en jhe hebt alleen stoffen om de ph te verhogen (NaOH) tot je beschikking. Maaglipase te laag pH optimum
2p 40 Er worden vetzuren gevormd, pH zal dalen.

indicator moet werkzaam zijn in het Ph interval van de vetvertering

5p 41 De volgende onderdelen moeten in je beschrijving aanwezig zijn,

alle stoffen op dezelfde temperatuur brengen in waterbad, alle andere omstandigheden gelijk houden.

buis 1: melk, gal ,vullen met pipet

buis 2: melk, pH 6,2 ; vullen met pipet

buis 1 en 2 gelijke volumes en indicator toevoegen

pH met natronloog op juiste en gelijke pH waarde brengen (hangt af van je gekozen indicator) met druppelpipet

gelijke hoeveelheden alvleessap toevoegen, tijd meten tussen toevoeging en pH-omslag

  Spieren
2p 42 B
2p 43 A
  Regelmechanismen
2p 44 a = 7; b = 11; c = 9
2p 45 A
1p 46 stijgen: pijlen 1 en 3/

dalen pijjlen 2 en 4

2p 47 B
2p 48 C

Terug naar index

Hosted by www.Geocities.ws

1