Com. Eco. Tentamenstof 1ste periode

TENTAMENSTOF

Hoofdstuk 1.

* SWOT-analyse

- SW personeel - OT meso- macroomgevingsfactoren

natuurlijke middelen (concurrentie, vergrijzing, koopkr.)

financieel

technisch

commercieel

* Marketingproces: kijken, denken (SWOT), durven, doen, leren (evaluatie)

Hoofdstuk 2.

* Concurrentieniveau’s

Behoeftenconcurrentie: tussen verschillende behoeften: eten, autorijden, verven, douchen.

Generieke concurrentie: tussen restaurants, snackbar, eetcafé, vereniging

Produktsoortconcurrentie: italiaan, griek, turk, mexicaan

Merkconcurrentie: Pavarotti, Italiano, la bella vitta

Hoofdstuk 3.

* Vraagsoorten:

Generiek vraag: produkt of diensten voor bevredigen behoeften

Primaire vraag: vraag naar produktsoort (bij consumptieprodukten heet dit de finale vraag)

Secundaire vraag: vraag naar type produkt (vb. sportauto’s)

Selectieve vraag: verhouding tuusen primaire en secundaire vraag

Afgeleide vraag: vraag door detaillist naar industrieel product, als hij ook

zeker weet dat hij ze kan verkopen.

Actuele vraag: is de vraag die daadwerkelijk wordt uitgeoefend

Potentiële vraag: vraag die maximaal uitgeoefend kan worden

Initiële vraag: vraag naar eerste aanschaf

Additionele vraag: vraag naar extra produkt (twee tv)

Vervangingsvraag: vraag naar vervangend produkt

Uitbreidingsvraag: bestaat uit initiële vraag en additionele vraag (het aantal in

gebruik zijnde produkten neemt toe)

* Penetratiegraad:

Niet-duurzaam consumptiegoed: (aantal afnemers van produkt in bepaalde periode :

potentieel aantal afnemers) x 100%

Duurzaam consumptiegoed: (aantal afnemers dat produkt bezit :

potentieel aantal afnemers) x 100%

Cumulatief: (aantal afnemers dat het produkt ooit heeft gekocht :

potentieel aantal afnemers) x 100%

* Marktaandeel:

(afzet/omzet merk X in periode T :

afzet/omzet produktsoort in periode T) x 100%

secundaire vraag (vraag naar het merk) :

primaire vraag (vraag naar het produkt) x 100%

Parfitt & Collins: cumulatieve penetratiegraag x herhalingsaankoop x

verbruikersintensiteit = marktaandeel

vb. 40% x 60% x 1,25 = 30%

Hoofdstuk 8.

* Company mission: kerndoelstelling van bedrijf:

Wie? ê afnemersgroepen (doelgroep)

Wat? ê afnemersfunctie (wensen en behoeften doelgroep)

Hoe? ê technologie (de wijze waarop aan afnemerswensen

wordt voldaan)

* Concurrentiestrategieën van Porter:

- Cost Leadership: lage kostenstrategie, marktpositie als prijsaanbieder

- Differentation: onderscheiding door betere kwaliteit, service, assortiment

(premiumstrategie)

- Focusstrategie: richten op klein, maar koopkrachtig marktsegment

- Stuck-in-the-middle: zinloos

* Groeistrategieën van Ansoff:

  Huidige markt Nieuwe markt
Huidig produkt Ê Marktpenetratie Ë Marktontwikkeling
Nieuw produkt Ì Productontwikkeling Í Diversificatie

Ê intensivering huidig beleid ê omzet stijgt

Ë bestaand assortiment in nieuw marktsegment

Ì huidige doelgroep nieuwe of verbeterde producten aanbieden

Í risicovol om op nieuwe markt met een nieuw produkt te opereren

*Groeistrategieën van Kotler:

Intensieve groei Integratieve groei Diversificatieve groei

Marktpenetratie Ê Achterwaarts Í Concentrisch Marktontwikkeling Ë Voorwaarts Î Horizontaal

Productontwikkeling Ì Horizontaal Ï Conglomeraat

vb. een producent van verwarmingsketels

Ê toeleverancier overnemen ê zelf circulatiepomp produceren

Ë afnemer overnemen ê cv-installateur overnemen

Ì zelfde doelgroep ê vervaardigen van cv-radiatoren

Í andere produkten, zelfde marktsegmenten ê wegwerpaanstekers -

wegwerpscheermesjes

Î afwijkend produkt, zelfde doelgroep ê marlboro, pall mall, camel

(branchevervaging/parallellisatie)

Ï nieuw produkt, nieuwe doelgroep

Hoofdstuk 15.

* Produktniveau’s:

Fysiek product: afmeting, gewicht, samenstelling, vormgeving, smaak, geur

Uitgebreid product: verpakking, merknaam, service, garantie

Totaal product: uitgebreid product + de elementen die de gebruiker ervan af

leidt

* Produktniveau’s van Kotler:

Core product (kernproduct): abstract begrip; heeft betrekking op basisfunctie- en

basisbehoefte

Tangible product: verpakking, merk, stijl, kwaliteit ê niet hetzelfde als

uitgebreid product

Augmented product: extra’s; garantie, aflevering, krediet, after-sales-

service ê eigenlijk het uitgebreid product

* Goederen:

Convenience goods: snel en weinig inspanning willen kopen (gemaksgoederen)

- stapelgoederen ê produkt zeer regelmatig gekocht,

merktrouw (steeds hetzelfde merk koffie)

- impulsgoods ê minder regelmatig, geen planning vooraf (

ijs op een warme dag)

- emergency goods ê gekocht als behoefte urgent is (paraplu bij

plotselinge stortbui)

Shopping goods: gekocht na bewust en duidelijk voorafgaand onderzoek en na

vergelijking van verschillende alternatieven (meubelen, kleding, auto’s, enz.)

Specialty goods: producten die de koper beslist wenst en is bereid om een speciale

(grote) aankoopingsinspanning te doen (trouwjurk)

Unsought goods: men weet niet dat ze er zijn of die ze nog niet wensen.

- new unsought goods ê nieuw produktidee (nog niet

bekend)

- regular unsought goods ê begrafenis verz. (nog niet gewenst)

Hoofdstuk 16.

* Assortiment:

Breedte: aantal verschillende produkten

Diepte: aantal varianten binnen produktgroep

Hoogte: prijsniveau

Consistentie: onderlinge relatie en mate van samenhang binnen de verschillende

produktgroepen m.b.t. het behoeftepatroon

Lengte: gemiddeld aantal eenheden in voorraad

* Groeistrategieën:

Prduktdifferentiatie: (geringe) veranderingen in basisprodukt waardoor

verschillende produkten ontstaan

Specialisatie: richten op één specifiek product, dat in meer uitvoeringen

als maatwerk kan worden geleverd (vb. architect richt zich op tropische zwembaden en kantoren)

Parallellisatie: ontwikkelen en fabriceren van producten die tot geheel

andere produktgroepen horen

Trading up: toevoegen hoger geprijsd en betere kwaliteit artikel, diepte

en hoogte van produktgroep kan veranderen.

Het assortiment lijkt duurder en exclusiever

Trading down: toevoegen lager geprijsd en lagere kwaliteit artikel

Assortiment lijkt goedkoper en minder exclusief

Upgrading: verhogen van kwaliteit van produkt of assortiment

Downgrading verlagen van kwaliteit van produkt of assortiment

N.B. bij trading-up en trading-down wordt het aantal

produkten in het aasortiment veranderd (toevoeging), bij up- en downgrading niet.

* Merk:

Paraplumerk: alle produkten van één fabrikant worden van

hetzelfde merk voorzien ê Philips

Individueel fabrikantenmerk: elk produkt heeft een andere merknaam.

Hoofdstuk 18.

* Produktcyclus: het verloop van de afzet van een bepaald product in de tijd.

Fasen: - introductiefase (introduction) - nieuw produkt op de markt

- gericht op innovators en early adopters

- veel kosten, hoog risico

- doel: marktaandeel, penetratie, bekendheid

- groeifase (growth) - begint als initiële vragers overgaan

tot herhalingsaankopen.

Dus = initiële vraag + vervangingsvraag

- gericht op early mayority

- meer concurrentie, kosten per

eenheid nemen af

- volwassenheidsfase (maturity) - afnemende groei (minder meer)

- toenemende concurrentie

- max. winst

- aandacht richten op ontwikkelingen op de

markt

- verzadigingsfase (saturation) - concurrenten zijn nu gelijkwaardig

- concurrentiestrijd richt zich op vervangingsmarkt

- neergang-vervalfase (decline) - afzet neemt af, winst daalt

- geen kopers

- op zoek naar betere alternatieven op markt

- eliminatie product, bedrijven verlaten

de markt (shut-out)

- gevolg: restmarkt

* Strategieën van Levitt: dalende lijn ombuigen door:

- stimuleren regelmatiger gebruik door huidige gebruikers

- propageren van gevarieerder gebruik door huidige gebruikers

- creëren van nieuwe markten

- ontwikkelen van nieuwe toepassingen en gebruiksmogelijkheden

* Lengte levenscyclus door:

- technologische ontwikkelingen

- mate waarin het produkt aan modeverwisselingen onderhevig is

- invloed van de toegenomen welvaart

- mate en snelheid van produktimitatie door concurrent

- hoogte van het aggregatieniveau

- de aard van het produkt zelf

* Positioneren:

Onderscheid ten opzichte van concurrenten en ‘op te vallen’

Positioneringselementen:

De consument: bepaalt welke produkteigenschappen hij het belangrijkst

vindt

Het product of merk consument heeft bepaald ideaal in gedachten hoe het eriut

moet zien. Hij heeft een oordeel over bepaalde produkten tegenover andere produkten, en merken tegenover andere merken

De concurrent: de consument heeft een vergelijkend oordeel

Goede positionering door: juiste attributen, deze naar de consument toe communiceren

en zich te onderscheiden van de concurrent

* Herpositioneren: bewust positie wijzigen door:

- concurrentie brengt nieuwe (betere) produkten

- nieuwe technieken (programmeerbare videorecorders)

- voorkeur van consument veranderen

Voor vragen over deze pagina gewoon even mailen!

Paul van Weerdenburg.
Copyright © 1999. All rights reserved.
Revised: juni 09, 1999.
Hosted by www.Geocities.ws

1