Bezonken rood


Naam: Jeroen Brouwers

Waardering groslijst: 3 punten

Eerste druk: 1981

Jaar van uitgave: 1993

Ondertitel: geen

Verklaring (onder)titel: Het rood dat in de ogen van de jongen bezonken is. Het rood van de Japanse vlag, de zon en van de dood, het bloed. Met bezonken wordt bedoeld dat de jongen geen verschil meer ziet tussen wat wel en niet kan. Hij vind het geweldig als vrouwen in elkaar getrapt worden. Hij heeft geen respect voor de doden. Het geweld van de Jappen in in hem bezonken.

Motto’s:

1) Er aber, in seiner gewöhnlichen Art, hüllte sich in Geheimnisse, indem er mich mit grossen Augen anblickte und mir die Worte wiederholte: Die Mütter! Mütter! ’s Klingt so wunderlich!- (Johann Peter Eckermann, Gespräche mit Goethe)

2) Zoek mij terwijl ik er ben. Leer mij kennen, omdat ik er ben. Ik ben er immers. En toch is zeker dat ik er niet ben. (Dodenlied, Zuid-Celebes)

Vertaling en verklaring motto’s:

1) ‘Maar hij, op zijn gewoonlijke wijze, bedekte zich in geheimen, terwijl hij mij met grote ogen aankeek en mij de woorden herhaalde: De moeder! Moeder! Het klinkt zo wonderlijk!’ Dit motto is voor zijn moeder, waar hij in zijn kinderjaren zo afhankelijk van was, maar later minachtig en liefdeloos over denkt.

2) Dit motto sluit aan op de gedachte dat gezien en gekend worden een voorwaarde is voor het bestaan.

Opbouw: De tekst is verdeeld in zeventien stukken, zonder nummering of titel, in lengte wisselend van één tot negentien bladzijden. Het is geen chronologische volgorde, maar fragmentarisch. Passages over het heden en verleden wisselen voortdurend elkaar af. Een hoop flashbacks over zijn herinneringen uit zijn kamptijd.

Beginzin: ‘De wind, die eigenlijk alleen neergestreken, voortdurend komende van en onderweg naar elders, maar nooit constant op één plaats bezig, draagt vlaagsgewijs nu eens verkwikkende, dan weer onverkwikkende geuren aan, en soms een wolk vlinders of libellen, maar ook wel soms een zwerm zwarte vogels, - en is hij weer voorbij, dan blijft nog geruime tijd alles in de tuin, wat maar bewegen kan en door hem is aangeraakt in beweging.’

Eindalinea: Later begon het te waaien, en onstonden er waterdruppels tegen de buitenkant van het raam, die langzaam over het glas begonnen te schuiven, zodat er tussen mij en mijn andere ik een webachtig traliemotief ontstond en ik mijn gezicht in de mist in vloeibaarheid zag ontbinden.

Hoofdpersoon: Jeroen Brouwers: in dit verhaal, waarin de schrijver de hoofdpersoon is, vertelt hij over zijn eigen levenservaringen, maar toch noemt hij het autobiografische fictie.Hij herkent zichzelf niet meer, hij heeft zijn eigen persoonlijkheid verloren. Hij lijdt aan plotselinge aanvallen, waarbij hij halfkrankzinnig van angst wordt. Hij is getrouwd en heeft een dochter. Hij heeft jarengeleden een ene Liza ontmoet, is met haar naar bed geweest, maar heeft haar na enige dagen weer verlaten. Hij vergelijkt haar met zijn moeder. Van zijn derde tot zijn vijfde, drie jaar lang, heeft hij met zijn grootmoeder, moeder en zus in het Jappenkamp Tjideng gezeten. Hij heeft hier geen slechte herinneringen aan. Hij kreeg pas zijn trauma na de oorlog, toen zijn moeder hem achterliet in een pensionaat. Dat voelt hij als verraad. Dit heeft hij blijkbaar nooit kunnen verwerken. Hij gaat dan ook niet naar zijn moeders crematie.

Thema: Vraag naar eigen identiteit, kampsyndroom en schuldgevoelens. Hij voelt zich te kort schieten in de liefde voor zijn moeder. Volgens hem is hij medeplichtig met Sone, de brute kampcommandant. Hij vraagt zich af of Sone, net als bij hem, in zijn kleuterjaren een ervaring had opgedaan die zijn hele verdere leven had bepaald en waardoor hij op ongeneeslijke wijze was besmet met gevoelloosheid voor vrouwen.

Verwachting vooraf: Op de achterkant van het boek las ik waar het over ging. Het vertelde mij dat het over de terreur in het Jappenkamp Tjideng ging. Dat leek mij wel interessant. En op de frequentielijst van mijnheer Jansma stond het boek ook aardig hoog. Ik verwachtte dat het boek alleen over dat kamp zou gaan, maar het gaat meer over de gevolgen ervan bij de hoofdpersoon.

Waardering achteraf: Het boek heeft een grote indruk op mij achtergelaten. Als alles wat erin staat echt gebeurd is, waar we vanuit mogen gaan, vind ik het erg verschrikkelijk. Naarmate je in het boek vorderde werden de martelingen steeds afschuwelijker. Ik had het boek dan ook snel uit. Ik vond dat er wel erg veel symbolische verwijzingen in zaten. Dat maakte het lezen wel wat moeilijker.

Meest boeiende/verwarrende: Heel erg verwarrend waren al die symbolische verwijzingen in het begin van het boek, die pas later duidelijk werden. Toch maakte die symbolen, verwijzingen en constructies een samenhangend geheel van het verhaal dat door de vele flashbacks een verbrokkelde indruk maakte. Het meest boeiende aan dit boek is dat het ook voor een groot deel echt gebeurd is.

Vergelijking met andere boeken: Het eerste dat mij opviel toen ik aan dit boek begon, is dat de moeder van de hoofdpersoon in ‘Bezonken rood’ stikte in een broodje kaas. Dit vond ik wel grappig, omdat ik net daarvoor het boek ‘Kaas’ uit had. Verder is ‘Bezonken rood’ te vergelijken met ‘Twee vrouwen’ van Harry Mulisch. In beide boeken gaat het over de relatie tussen moeder en kind. In het geval van ‘Bezonken rood’ om een moeder/zoon relatie en in het geval van ‘Twee vrouwen’ een moeder/dochter relatie. Beide relaties zijn slecht.


Dit verslag is gemaakt volgens VWO-normen. Je kunt dit verslag dan ook op iedere school en op ieder niveau inleveren. Voor een samenvatting van dit boek kun je het beste naar de bibliotheek gaan.

Terug


Robert Boer.
Copyright © 1999. All rights reserved.
Revised: juni 01, 1999.

Hosted by www.Geocities.ws

1